Inleiding… Wij doen ons verslag over kruistochten. Dit onderwerp hebben we gekozen omdat het een origineel onderwerp is en omdat het best interessant is. Ook hebben we alledrie kruistocht in spijkerbroek gelezen, dus wisten we er al een klein beetje van af. Onze hoofdvraag is: “Wat zijn kruistochten?” Dit is een vraag die je met de hele geschiedenis van de kruistochten kunt beantwoorden en daarom dus onze hoofdvraag. Wij hebben ook vijf deelvragen opgeschreven, die we verder in het werkstuk uit zullen werken, dat zijn: Waar waren de kruistochten? / Waarom hield men kruistochten? / In welke tijd waren er kruistochten? / Waar gingen kruistochten heen? / Wie deden aan kruistochten mee? De deelvragen hebben vaak veel met elkaar te maken, daarom zijn sommige vragen samengetrokken en in één hoofdstuk verwerkt. Op de hoofdvraag wordt in het laatste hoofdstukje antwoord gegeven. Daarna trekken we een conclusie over het maken van het werkstuk.
Hoofdstuk 1. Waar & waarom waren er kruistochten? In Frankrijk, Clermont-Ferrand, gebeurde het. Deze stad was het middelpunt van de westerse en christelijke wereld. De stad was te klein om alle mensen die waren gekomen, gekomen om te horen wat paus Urbanus П te zeggen had, ze was te klein om al deze mensen binnen haar poorten te laten. Onderscheid was er niet meer, graven stonden naast de boeren en burgers naast bedienden. Daar, op dat moment, kwam de doorslag. De paus riep de mensen op om op weg te gaan met als doel: bevrijding van het Heilige Land. Maar dit gold niet alleen voor de mensen die aanwezig waren, maar voor alle christenen in het westen. Hij riep iedere christen op om al wat hij had achter te laten en op pad te gaan. Hij moest een rood kruis op zijn kleding laten naaien en het zwaard pakken. En wat de paus er tegenoverstelde? \"En als u vraagt hoe God u voor deze moeite zal belonen, dan beloof ik u: ieder die het kruis draagt en boete doet, zal voortaan vrij zijn van zonden\" Voor degenen die bang waren om niet levend aan te komen in het Heilige Land, zei hij dit: \"Op welke plaats, op welk ogenblik en op welke manier hij het aardse leven ook zou verliezen, hij zal het eeuwige leven verwerven\" Hij beloofde niet alleen geestelijke dingen, hij vertelde ook over de overvloedige melk en honing in het Heilige Land. Wie er nu nog twijfelde ging waarschijnlijk mee als hij dit hoorde: \"Iedere deelnemer krijgt opschorting van schulden en vrijstelling van belasting\" en ook alle bedienden en horigen zullen voortaan vrij zijn, voor iedereen was er dus een goede reden om mee te gaan. En iedereen nam de leus van de paus over: ‘DEUS LO VOLT!’ (God wil het!) De islam was in die tijd een nieuwe godsdienst en als je Islamiet was, was een van je taken jou godsdienst over de hele wereld te verspreiden. Zo veroverde de Arabieren ook Palestina (Israël), om ook hier hun godsdienst te verspreiden. De christenen die hier kwamen om heilige plaatsen te bezoeken werden met rust gelaten en gerespecteerd. Maar toen de Turken Palestina veroverden ging het anders. De christenen werden lastig gevallen. Sommigen zelfs beroofd. Het jaar 1000 was ondertussen in zicht en veel (christelijke) mensen dachten dat dan het einde van de wereld aangebroken zou zijn. Het leek hun dan ook een afschuwelijk idee om het heilige land in de handen van moslims achter te laten. Toen op dat moment het idee geboren werd om kruistochten te houden, kwamen daar veel vrijwilligers op af.
Hoofdstuk 2. Wie deden aan kruistochten mee? In Clermont-Ferrand waren mensen van alle standen. Bedelaars tot aan de koning toe. Geestelijkheid, priesters paters de paus, zij stonden er ook. Vol van vertrouwen in God dat Hij hun naar het Heilige Land zou leiden om het terug te vechten. Zij waren bereid om voor Hem te sterven. Het was voor hen een hele serieuze zaak, het geloof waarmee zij waren opgegroeid en mee leefde werd bedreigd! Hun heilige plaatsen waren eigendom van, een in hun ogen, totaal ongelovig volk! Ook gingen zij mee om orde te houden, zij zouden met een edele en zijn gevolg meereizen om toezicht te houden. Mensen konden bij hem biechten en hij hoefde alleen maar te luisteren en werd toch als half heilige behandeld. Een reden om mee te gaan… Ook de adel was aanwezig, zij waren strijdlustig en hadden ook vertrouwen in God. Zij verzamelde hun legers en trokken erop uit. Met een zegening van de paus zouden ze er wel komen…. Het volk, aan hen werden mooie beloftes gedaan, bijna te mooi om het geloven. En daarom, ze hadden niets te verliezen, behalve vrouw en kinderen, ze gingen mee, lieten ook een kruis op hun kleding aanbrengen… Maar niet alleen om godsdienstige redenen reisden mensen mee. Zoals de misdadigers, ook zij waren er bij. De paus beloofde hun vergeving van zonden. En in zijn eigen land had hij alleen maar zijn straf achter zich aan, dit was een goede manier om een nieuw leven te beginnen. De wet en zijn straf te ontvluchten… Verder waren er ridderzonen bij. Zij hadden niet echt een goede toekomst, het kasteel zou van hen oudere broer worden. En wat de paus beloofde klonk veel beter, een land vol honing en melk… Boerenzoons zonder akkers. Bediende, horige. De paus beloofde hun ook een mooie toekomst. Ze zouden vrij zijn… Veel mensen zochten op deze manier, niet door godsdienst gemotiveerd, een nieuwe toekomst. In een ver mooi land, met veel melk en honing… Waar gingen de kruistochten naartoe? De kruistochten hadden als doel Jeruzalem te bevrijden van de Islam. Of tenminste, dat was de bedoeling… De meeste kruistochten strandden halverwege, of bereikten de Heilige stad wel, maar konden deze niet veroveren. Er waren acht ‘officiële’ kruistochten, maar er werden er meer georganiseerd. Een voorbeeld is de Kinderkruistocht in 1212, die spontaan was ontstaan door het volk. De kruistochten: ¨ De Eerste Kruistocht (1096-1099) Deze begon in 1096 en eindigde in 1099. De bisschop van Le Puy had de algemene leiding over deze kruistocht. Vier verschillende legers gingen allemaal op weg naar Constantinopel, en allemaal via andere wegen. Godfried van Bouillon had de leiding over het Lotharingse leger, Bohemund van Tarente had de leiding over de Noormannen, de Provençalen onder leiding van Raymond van Toulouse, en ten slotte de ridders uit Noord-Frankrijk en Vlaanderen onder leiding van Robert van Normandië. Aan het eind van 1096 waren de kruisvaarders in Constantinopel, maar Alexius I wilde hen niet naar de overkant, Klein-Azië, brengen, voordat ze beloofd hadden dat hij alle macht zou hebben over Klein-Azië. In oktober 1097 kwam het leger in Antiochië, na veel moeite werd de stad eindelijk veroverd, dat was op 3 juni 1098. Ondertussen hadden Bohemund van Tarente en Raymond van Toulouse ruzie over Antiochië. Pas in januari 1099 konden de soldaten naar Jeruzalem. Na veel bestormingen veroverden de kruisvaarders de Heilige Stad op 15 juli 1099. Door hun overmoed gedroegen ze zich als beesten en martelden en vermoordden de onschuldige bevolking.
Het werkstuk gaat verder na deze boodschap.
Verder lezen
REACTIES
1 seconde geleden
I.
I.
ja en de kinderkruistocht dan!!!
11 jaar geleden
AntwoordenH.
H.
ja echt he
6 jaar geleden
H.
H.
JA EGT HE! DE KINDERKRUISTOCHTEN ZIJN HET ALLER-ALLER-ALLER BELANGRIJKSTE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
11 jaar geleden
AntwoordenB.
B.
ik vind het hartstikke leuk
6 jaar geleden
Antwoorden