kleuter en het jonge schoolkind

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas mbo | 872 woorden
  • 21 november 2012
  • 18 keer beoordeeld
Cijfer 6.2
18 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ontdek de veelzijdigheid van Scheikunde!

In de bachelor Scheikunde in Amsterdam bestudeer je alle richtingen van de chemie om bestaande processen, producten en materialen te verbeteren en nieuwe te ontwerpen. Van moleculen tot duurzaamheid, jij maakt het verschil! Ervaar zelf hoe het is om in Amsterdam Scheikunde te studeren en kom op 10 april Proefstuderen!

Lees meer en kom Proefstuderen!

Kleuter

lichamelijke ontwikkeling: De kleuter wordt al wat gespierder, het mollige van de peuter verdwijnt.  Een vierjarige kleuter is gemiddeld ruim 1 meter en weegt ongeveer 18 kilo. Aan het einde van de kleutertijd is hij bijna 1.20 meter lang en weegt hij ongeveer 22 kilo. Het gewicht is voor een aantal kleuters een probleem. Van alle Nederlandse kinderen tussen de vier en zes jaar is 5 tot 10 procent te dik. Deze groep loop teen groot risico om ook als puber dik te blijven en dikke adolescenten lopen weer een grotere kans op overgewicht op volwassen leeftijd. Voldoende lichaamsbeweging en goede voeding is vanaf jonge leeftijd al belangrijk. De kleuter heeft als postuur opvallend relatief korte benen. Het hoofd begint al redelijk ‘normale’ vormen aan te nemen. Op deze leeftijd wisselt het gebit. De melktanden maken plaats voor het definitieve gebit. De grove motoriek gaat goed vooruit. Hij rent zonder te vallen en kan goed klimmen. Hij kan zowel met rechts als met links hinkelen en hij kan huppelen. Met een hand kan hij een bal stuiteren. Een kleuter beweegt erg graag, maar is wel snel moe en heeft nog weinig kracht. Hij leert in deze tijd zijn veters strikken. Als hij ongeveer zes jaar is, is hij motorisch in staat om te leren schrijven. Zijn ooghandcoordinatie is voldoende ontwikkeld. In de kleutertijd vormt het kind een zogenoemde handvoorkeur. Dat wil zeggen: het kind wordt links- of rechtshandig.

verstandelijke ontwikkeling:

In deze periode is er nog geen sprake van objectief of logisch denken. Het kind is in deze periode nog vrij egocentrisch: hij beschouwd de wereld vanuit zijn eigen perspectief. Een kleuter weet wat wel en niet mag. Nu begint de vorming van een geweten. Kleuters weten wel hoe het hoort, ze kennen de normen, maar de achterliggende waarde begrijpen ze nog niet. Kleuters nemen normen over van hun ouders en leerkrachten, door middel van imitatie (nadoen). Als het kind naar een basisschool gaat is dit een grote cognitieve ontwikkeling, zeker als het kind niet naar een peuterspeelzaal is geweest. Als een kind 6 jaar is, is het kind groot genoeg om bepaalde dingen te leren zoals verschillen tussen: links en rechts, grootste en kleinste, erbij op en eraf. Ook een cognitieve ontwikkeling van een kleuter is het jokken en het fantasie denken.

sociale ontwikkeling:

de kleuter krijgt steeds meer te maken met zogenaamde plaatsvervangende opvoeders. Dit zijn andere personen, naast de ouders, met wie de kleuter gezags- en vertrouwensrelatie krijgt. Het egocentrisme verdwijnt langzamerhand en maakt plaats voor sociaal gedrag. De kleuter kan meeleven met anderen en is ook in staat samen te spelen. Een kleuter is instaat om aan eenvoudige spelregels te houden. Hij kan ze nog niet zelf bedenken, maar wel zich aanpassen. Het kind vindt het fijn om thuis huishoudelijke werkzaamheden te verrichten en op school de juf te helpen. De kleuter krijgt door wat prettig en onprettig is voor een ander. Hij kan min of meer anticiperen op de behoeften van anderen. Hij kan ook dingen delen. Maar zelf in een ruzietje oplossingen bedenken, dat kan hij nog niet. Eenvoudige standaardoplossingen, compromissen, die er steeds hetzelfde uitzien, kan een kleuter heel goed overnemen.

Schoolkind:

lichamelijke ontwikkeling: Gemiddeld groeien school kinderen 5 tot 6 cm per jaar tot hun tiende jaar zijn de jongens iets groter dan de meisjes. Vanaf deze leeftijd verandert dit en krijgen de meisjes een groeispurt dit heeft te maken met de puberteit die er aankomt.  Meiden lopen twee jaar voor op jongens waardoor meiden zich volwassener gedragen.

verstandelijke ontwikkeling: Bij de peuter en de kleuter speelt de fantasie rol een grote rol in het denken. Bij de schoolkinderen is dit niet meer zo. Hun denken in realiteit. Soms komen kinderen met angstaanjagende vragen uit bed. Ook dingen die spelen zijn dat kinderen in de naaste omgeving erge dingen meemaken zoals: "Karel ’s moeder is overleden", "Nico zijn ouders zijn gescheiden" enzovoort. Schoolkinderen willen ook beter zijn als de anderen kinderen. De kinderen vinden het ook fijn als de inzet die zij geven word beloond.

sociale ontwikkeling: Als het kind ouder wordt, krijgt het ook meer contacten. Het kind wil steeds meer vrienden. De meeste kinderen hebben een sterke drang om bij een groep te horen op school. De meeste kinderen willen zich goed voor doen voor de andere leeftijdsgenootjes en doen daarom soms de gekste dingen ze willen niet te horen krijgen dat ze dom of bang zijn. Vaak worden in zulke groepen ook kinderen gepest en vaak doen er heel veel andere kinderen aan mee om bij de groep te blijven horen. Kinderen die gepest worden zijn vaak minder sociaal vaardig. Schoolkinderen kijken naar het gedrag van de anderen kinderen en gaan zo doen dat ze er ook bij horen. Het omgaan met de ouders of verzorgers gaat ook steeds beter, die krijgen meer respect en eerbied van hun kind. Natuurlijk spel en speelgoed de kinderen krijgen andere interesses en willen dus ook ander speelgoed. Ze leren samen te spelen met een groep kinderen. De kinderen gaan ook steeds meer tv kijken en worden daardoor ook wijzer en ze krijgen een beeld van wat er allemaal gebeurt.

Bron:

Titel: Pedagogiek voor de Onderwijsassistent)

schrijver(ster): Irene Bal

uitgeverij: Angerenstein

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.