Hoofdstuk 5, Imperialisme en nationalisme

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 1260 woorden
  • 28 mei 2005
  • 207 keer beoordeeld
Cijfer 6.8
207 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ontdek de veelzijdigheid van Scheikunde!

In de bachelor Scheikunde in Amsterdam bestudeer je alle richtingen van de chemie om bestaande processen, producten en materialen te verbeteren en nieuwe te ontwerpen. Van moleculen tot duurzaamheid, jij maakt het verschil! Ervaar zelf hoe het is om in Amsterdam Scheikunde te studeren en kom op 10 april Proefstuderen!

Lees meer en kom Proefstuderen!
Hoofdstuk 5: Imperialisme en nationalisme.

Nationalisme: De liefde voor eigen land en eigen volk, en het zelfstandig zijn. Ze wilde dat iedereen in het land dezelfde taal sprak en dezelfde cultuur hadden.
Imperialisme: Het uitbreiden van macht en gebied, door bijvoorbeeld kolonies te stichten.

5.1 Leve het imperialisme!

Schaars: Als er van iets maar weinig is, in deze tijd bijvoorbeeld olie of goud.
Landen wilden zoveel mogelijk schaarse producten hebben omdat die goed opleverden, daarom gingen ze de gebieden waar ze die producten vandaan haalden tot hun eigendom maken. Er werden vooral in Azië en Amerika kolonies gevestigd, en dan vooral door Portugal en Spanje.
Expansie: Uitbreiding
Er werden allerlei compagnieën opgericht, zoals de VOC en de WIC, dat was in de 17de eeuw. Maar ook Engelse compagnieën, die waren een groot concurrent van de VOC. Toen was het de negentiende eeuw en het ging nog steeds heel veel om kolonies.
Afzetgebied: Een gebied waar producten kunnen worden verkocht.
Door alle koloniën waar veel werd verkocht of gehaald om te worden gehaald verdienden de landen veel geld.
Nationale inkomen: Het bedrag wat alle mensen in een land samen verdienen, dat werd door bijvoorbeeld de koloniën verhoogt.
Het land met de grootste koloniale macht was Engeland, het had heel veel koloniën. Maar de Nederlanden hadden later Indië weer, dat heette toen Nederlands-Indie, daarom werd ook de Nederlanden een koloniale grootmacht.
Koloniale grootmacht: Het veel macht hebben van koloniën, een land met veel koloniën.
Landen met veel koloniën waren van veel naar iets minder: Engeland, Frankrijk, Duitsland.
Modern imperialisme: De Europese landen vochten niet alleen met de landen uit Europa hun oorlogen meer, maar ook in de koloniën, waardoor het dus een stuk ingewikkelder werd.

5.2 Nieuwe heersers, nieuwe wetten.

In 1814-1815 was het Congres van Wenen er daar werd besproken wat er na Napoleon met Europa moest.
Congres van Wenen: Het bespreken van de toekomst van Europa.
Restauratie: Het herstellen van de politieke macht in Europa. Soms kwam er ergens weer een koning op de troon.
Sommige landen wilden na de oorlog met Frankrijk hun gebieden terug, na een lange tijd werden ze het eens.
Welke gebieden dat waren:
Rusland kreeg Polen, Pruisen kreeg Westfalen, Saksen en Rijnland terug, en Oostenrijk kreeg een aantal Italiaanse gebieden.
Maar alleen met nieuwe grenzen kon je de vrede niet houden, vandaar dat er regels waren, dat heette het Europees concert.
Invloedssfeer: Ze moesten met andere landen overleggen als ze bijvoorbeeld oorlog wilde voeren. Het land had invloed op een bepaald gebied om de vrede te bewaren.
Europees concert: Een naam voor de tijd van Europa na 1815, waarin ze afspraken hadden gemaakt over macht.
Oostenrijk, Pruisen en een aantal andere vorstendommen gingen samenwerken in de Duitse bond, maar Oostenrijk en Pruisen waren concurrenten, ze wilden allebei de macht hebben over de landen op de Balkan. Otto von Bismarck was de minister-president van Pruisen en die dacht dat de problemen niet op te lossen waren door praten, maar alleen door oorlog. Hij maakte van Pruisen een militaristisch land met een heel sterk leger.
Militaristisch land: een land waarbij het leger belangrijker word dan de burgers.
De Pruisen versloegen de Oostenrijkse, en die mochten niet meer bij de Duitse bond blijven. Daarom gingen de Oostenrijkse met de Hongaren een unie vormen. Ze vormden een dubbelmonarchie.
Dubbelmonarchie: het samenwerkingsverband tussen Oostenrijk en Hongarije, omdat er twee monarchieën waren, een koninkrijk en een keizerrijk.
Pruisen kreeg nog 22 Duitse staatjes erbij, en die vormden de Noord-Duitse bond. Maar het buurland: Frankrijk, werd bang dat de bond te sterk werd. De twee partijen wilden eigenlijk allebei oorlog verklaren, maar dat mocht niet zomaar. Maar doordat de Franse ambassadeur door Bismarck expres voor schut werd gezet konden ze als nog de oorlog verklaren. Frankrijk verloor de oorlog, en nog meer zuidelijke staten sloten zich aan bij de Noord-Duitse bond. In 1871 werd Wilhelm I tot keizer benoemd van het Verenigde Duitse Rijk. Dat gebeurde in de spiegelzaal van het paleis van Versailles, dat was de Franse trots. Frankrijk was dus gestraft, en dat was ook de bedoeling van het Congres van Wenen geweest.
Waarom wilde Pruisen de macht hebben in de Duitse-Bond? (3 redenen)
- Omdat het de macht op de balkan landen wilde hebben.
- Hij wilde alle Duitse staten onderbrengen in 1 groot Duits rijk.
- Omdat het veel macht wilde hebben.?

5.3 De strijd om nieuwe macht

Duitsland had nog steeds sterke bondgenoten nodig, en daarom sloot het met Oostenrijk-Hongarije en Rusland, de drie keizers die er nog waren een bondgenootschap.
Driekeizerbond: Het bondgenootschap dat Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Rusland vormden.
In 1888 werd Wilhelm II keizer van Duitsland, hij wilde ook graag oorlog voeren. Maar de natie kreeg nationalistische en militaristische trekjes, dat betekend dat het zichzelf beter vond en dat het leger steeds belangrijker werd. De Fransen vonden deze trekjes niet leuk, het was ook een aantal belangrijke gebieden kwijt geraakt en moest veel geld betalen. Door dit alles kreeg Frankrijk een hekel aan Duitsland, en daardoor gingen ze op scholen bij de kinderen inprenten dat de Franse cultuur en land veel beter was dan het Duitse. Daarna zocht Frankrijk het bondgenootschap bij Rusland van 1892-1894.
Propaganda: Een soort reclame alleen dan ook tegen iets zijn, reclame is gewoon voor iets, maar bij propaganda is er iets voor en zijn ze ook tegen iets.
Zelfbeschikkingsrecht: Het recht van een volk om zelf te beslissen over zijn toekomst en staatsvorm.
In 1815 werd Willem I koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. België en Nederland waren het Noord- en Zuid-Nederland. Maar er was helemaal geen eenheid. In 1830 brak er in België een opstand uit, vandaar dat België weer een apart koninkrijk werd.

5.4 Europa: middelpint van de wereld.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de wereld door Europa geannexeerd.
Annexeren: Een gebied plaatsen in een ander gebied, en als het moet word daar geweld bij gebruikt.
Door het annexeren zag de hele wereld Europa als het middelpunt, ze gingen Europa door een Europese bril bekijken.
Europacentrisme: Alleen maar de wereld bekijken vanuit Europa.
Koloniale Conferentie van Berlijn: georganiseerd door Bismarck om Afrika onder de Europese landen te verdelen.
Het nationalisme werd heel erg belangrijk, hoe groter een natie was hoe trotser het land erop kon zijn. Er werden sagen en mythen verzonnen. Dit moest er voor zorgen dat ze voelden dat ze bij elkaar hoorden. Het werd het romantisch imperialisme genoemd.
Sage: Een volksverhaal dat iedereen kent, en dat word doorverteld bijvoorbeeld een sprookje; roodkapje bijvoorbeeld.
Door de Koloniale Conferentie van Berlijn gingen de landen elkaar zijn koloniën herkennen, maar toch bleef de rivaliteit wel bestaan.

5.5 Het rommelt op de Balkan.

Diplomatie: Je contacten houden met andere landen.
Als iets ver van huis was, konden ze de problemen moeilijker inschatten, bijvoorbeeld op de Balkan.
Sanering: financiële situatie gezond maken.
De turken hadden een hele grote staatsschuld bij de Europese grootmachten.
Wat de staten allemaal wilden:
- Rusland: Toegang tot de Middellandse Zee, en het Turkse vastenland.
- Engeland: Het beschermen van zijn vaarroutes, vooral tegen Frankrijk, Rusland en Duitsland.
- Frankrijk: De verliezen die de Fransen door het failliet van Turkije kregen zoveel mogelijk terug te krijgen.
- Oostenrijk-Hongarije: het sluiten van politieke allianties en economische verdragen.
- Italië: Het krijgen van Albanië.
- Duitsland: geen belangstelling voor de balkan, maar bondgenootschap met Oostenrijk, daardoor indirect rivaal van Engeland en Rusland.
In 1914 werd Frans Ferdinant van Oostenrijk (troonopvolger) vermoord, en dat was de aanleiding voor de WOI.
Wapenwedloop: Als landen militair het machtigste wilde zijn.
Balkan -> Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Griekenland, Massadonië, Albanië, Servië.

REACTIES

E.

E.

deze samenhouding is te demonserent maar toch leuk gedaan en ten slotte is dit van memo of niet soms

13 jaar geleden

L.

L.

Dankjewel, ik heb morgen een s.o. dus ik heb hier heel veel aan

12 jaar geleden

R.

R.

Imperialisme is een interessant onderwerp

11 jaar geleden

J.

J.

wow er staan echt veel fouten in dude

9 jaar geleden

L.

L.

top!

7 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.