1. Inhoud van het boek
Titel: Miss Blanche
Schrijver: Nelleke Noordervliet
Jaartal: 2004, Rotterdams leescadeau
Genre: psychologische roman
Uitgever: Aristos
1e druk
Herman Hillebrand Wedigh is een tabaksverkoper in Rotterdam. Hij stoot op een dag per ongeluk tijdens het vegen tegen een Turks meisje aan. ‘He, ouwe lul, kijk eens een beetje uit!’ zegt ze gelijk. Hij raakt helemaal geobsedeerd door het meisje. Hij loopt haar een keertje achterna en kijkt op de naamkaartjes bij de portiek waar ze naar binnengaat. ‘Khalid’ ziet hij op een van de naamplaatjes staan, hij verzint de voornaam Halina voor haar. Hij probeert steeds in contact te komen met Halina. Hij gaat naar het reisbureau waar ze werkt en komt daar zogenaamd een reis boeken. Halina herkent ‘de ouwe lul’ niet meer. Hij deed net alsof hij veel geld had, want hij wilde een dure cruise boeken. Uiteindelijk boekt hij geen reis(dat was hij toch al niet van plan) en gaat weer terug naar huis met een aantal reisgidsen. Elke keer dat hij Halina voorbij ziet lopen loopt het speeksel hem in de mond. Hij ziet zijn hele leven veranderen door de ontmoeting met Halina. Een vriend van hem, Joop, vraagt hem om dat jaar sinterklaas te zijn. Het was voor hem weer een kans om zijn droomvrouw te ontmoeten, want het sinterklaasfeest werd dat jaar met de Turkse gemeenschap gevierd.
Toen hij ’s avonds laat na het sinterklaas gebeuren weer bij zijn winkel arriveerde, zag hij dat de deur van zijn slaapkamer openstond. Hij wist zeker dat hij de deur dicht had gedaan. In de woonkamer rook hij een knoflookgeur. Hij deed het licht aan en kreeg een harde klap op zijn hoofd. Hij laatste wat hij zag waren Orhan en Halina.
Tijdens de ondervragingen van de politie begint het erop te lijken dat Halina er iets mee te maken heeft. Hij weet niet of hij het aan de politie moet vertellen en daarmee zijn droomvrouw moet verraden. Aan het einde van het boek weet je niet zeker of hij Halina heeft verraden, maar waarschijnlijk heeft hij niets gezegd.
2. Analyse
Verteller of Vertelwijze
Het verhaal wordt verteld door een afwisselend auctoriaal(vertellende-ik) en personaal(belevende-ik) ik-verteller. Dat zie je aan het feit dat je niet altijd weet wat er gaat gebeuren, je maakt (beleeft)het dus echt op dat moment mee, maar je weet ook vaak de gedachten van de personages. Dus kenmerken van auctoriaal en van personaal.
Perspectief
De verteller vertelt het grootste deel van het verhaal positief, want hij gelooft dat door de gebeurtenissen zijn leven beter wordt en hij zegt ook dat Halina zijn ‘engel’ is. Ik vind wel dat hij in een stuk van het verhaal behoorlijk onnozel is, want tijdens de gesprekken met de politie kon hij eigenlijk al weten dat Halina iets te maken had met zijn beroving, maar hij wil het alleen niet toegeven.
Thema
Liefde(obsessie)
(de)Idee
Een oude man, van wie zijn vrouw al overleden is, wordt verliefd(geobsedeerd) door een jong meisje.
Motieven
Enkele motieven in dit verhaal zijn:
- Liefde
- Angst
- Cultuur
- Leeftijd
- Obsessie
Tijd
Het verhaal begint ab ovo, want er wordt eerst een beetje over de hoofdpersoon verteld en het verhaal begint niet midden in een gebeurtenis. Het verhaal heeft een open einde, je weet namelijk niet helemaal zeker of hij Halina gaan verraden, maar ik denk dat hij dat niet zal doen. Het verhaal is in chronologische volgorde verteld, er zijn geen flash-back’s of flash-forward’s. Er is sprake van tijdverdichting op het moment dat Herman word neergeslagen. Je weet niet wat er gebeurt totdat hij wakker word in het ziekenhuis.
Ruimte
Het verhaal speelt zich af in een wijk in Rotterdam. Het speelt zich voor en groot deel af in de tabakswinkel van Herman. Ik vind dat er een kalme ruimte word gecreëerd in de winkel, d.m.v. de beschrijvingen(en veranderingen die hij op een bepaald moment maakt) krijg de een goede indruk van hoe de winkel er ongeveer uitziet. Van de straten van Rotterdam wordt een beetje een kille, ongezellige ruimte gemaakt, o.a. door het stukje dat Herman per ongeluk tegen Halina aanstoot en ze gelijk boos wordt.
Personages
Herman: een round character, dat zie je doordat je veel van zijn gevoelens en gedachten te weten krijgt. Je weet dus veel over het karakter van deze persoon.
Halina: een flat character, je weet geen gedachtes/gevoelens van haar en ze maakt ook geen karakterontwikkeling.
De andere personages in het verhaal zijn ook flat characters, je volgt eigenlijk alleen maar de gedachten van een persoon, namelijk Herman.
Spanning
Ik vind dat er in het verhaal niet veel spanning is gebruikt, eigenlijk zelfs te weinig. Het enige moment dat het spannend is, is als Herman ’s avonds thuiskomt er wordt neergeslagen. Je weet niet wat er gebeurt is en dat kom je pas in de loop van het verhaal beetje bij beetje te weten. Er wordt dus informatie achtergehouden en daardoor wil je verder lezen.
Ik vind dat het verhaal iets meer spanningselementen had moeten hebben, want nu is het verhaal niet echt boeiend.
5. De verwerkingsopdracht
Ik heb als verwerkingsopdracht gekozen, om van het open einde dat het boek heeft een gesloten einde te maken(nr. 5). Ik ga beginnen met schrijven op blz. 107(na de witregel).
Hij ging terug naar de winkel en ging in zijn Gispen-stoel zitten. Hij dacht nog eens na over alles wat de laatste weken gebeurt was. De aanvaring met Halina, het sinterklaasfeest en natuurlijk de beroving. Hij kon het nog steeds niet geloven dat Halina er iets mee te maken had. Hoe kon zijn engel dat nou doen. Hij zat te weifelen of hij het moest vertellen aan de politie. Hij zou er nog eens een nachtje over slapen.
Die nacht toen hij sliep, droomde hij over de beroving, de klap op zijn kop en Halina en Orhan die hem aankeken terwijl hij naar de grond zakte. Hij schrok midden in de nacht wakker en wist het gelijk: ik ga naar de politie. Het politiebureau ging om 7 uur ’s ochtends open. Hij stond om 5 voor 7 al voor de deur. Hij vroeg naar de agent die het onderzoek leidde. Hij werd uit zijn bed gebeld om naar het bureau te komen. Toen ze samen in een kamer zaten zei de agent een beetje chagrijnig: ‘en wat is er zo belangrijk dat ik om zeven uur ’s ochtends m’n nest uit moet’? ‘Ik herinner me weer iets van de beroving, dat van groot belang is’, zei Herman. De agent, inmiddels aan de koffie en dus minder chagrijnig, werd nieuwsgierig en luisterde naar wat Herman te zeggen had. Herman vertelde dat toen hij de huiskamer binnenliep en de klap op zijn hoofd kreeg, hij Halina en Orhan kon zien. ‘Halina?’ zei de agent verbaasd. Herman besefte ineens dat hij de echte naam van het meisje niet eens meer wist. Hij vertelde de agent maar niet dat hij een oogje had op haar, want dan heeft hij misschien door dat Herman de informatie achterhield. ‘Euh, uhm, de naam van het meisje weet ik niet meer, maar haar zoontje heet Orhan en hij is gehandicapt. Het meisje werkt bij dat reisbureau, Zonnetours.’ De politieagent wist wie hij bedoelde en vroeg hem of hij dat wel zeker wist, hij had zelf misschien ook wel een oogje op haar. ‘Ik weet het honderd procent zeker, ik had het nooit van haar verwacht, maar het is echt zo’!
De agent schreef alles op wat Herman vertelde, en hij zou er onmiddellijk werk van maken. Herman bedankte de agent, die inmiddels helemaal wakker was, en ging weer terug naar huis.
Hij was erg blij dat hij het eindelijk verteld had, maar hij was aan de andere kant ook niet zeker of hij het wel had moeten doen, zijn engeltje verlinken. Uiteindelijk, na een hevige discussie met zichzelf, besloot hij toch dat dit het beste is voor hem. Als de daders gepakt worden, kan hij het beter verwerken.
Na een aantal weken niets gehoord te hebben van de politie, krijgt hij opeens een telefoontje met een goed bericht. Nilgun Khalid en haar man Mohammed Khalid zijn opgepakt en er is genoeg bewijs tegen ze, om ze een tijdje achter de tralies te zetten. Nu weet hij het weer, Nilgun was haar naam. Ze leek opeens geen engel meer, nu ze geen Halina Khalid meer was. Hij was trots op zichzelf, omdat hij heeft geholpen de daders te pakken. De agent bedankte hem en vertelde dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, omdat hij de daders niet meer zal zien.
Hij besloot om die avond iets te gaan drinken in het Hilton, om het te vieren. Hij vroeg Puck of ze ook wilde komen. Ze was blij voor hem en wilde graag mee.
‘Tot vanavond dan maar’!
Evaluatie van de verwerkingsopdracht
Ik had eerst helemaal geen zin om deze verwerkingsopdracht te maken, maar toen ik eenmaal aan het schrijven was bleef ik maar doorgaan. Het was echt alsof in het boek aan het schrijven was, en dat was eigenlijk wel leuk. Tijdens het schrijven kreeg ik steeds ideeën over wat ik daarna moest schrijven. Een carrière als schrijver zit er voor mij niet in, want een heel boek schrijven lijkt me weer te veel, en dan is het denk ik niet leuk meer. Maar ik denk wel dat ik een van de leukste verwerkingsopdrachten heb gekozen. Ik vond het veel leuker om de verwerkingsopdracht te maken, dan het boek te lezen. Het boek heeft namelijk een zwak einde vind ik. Ik ben blij met het andere einde dat ik geschreven heb.
6. Evaluatie
Het boek Miss Blanche vind ik geen goed boek. Dat vind ik omdat er niet genoeg spanning in zit. Er is voor mij maar een echt spanningselement in het boek, dat is vanaf het moment dat Herman bewusteloos werd geslagen tot het eind van het boek. Omdat je niet weet wat er is gebeurd en je krijgt steeds een kleine aanwijzing over wie de dader zou kunnen zijn en wat er precies gebeurt is. De basis van het verhaal vind ik opzich niet slecht, maar de uitwerking had veel beter gekund. Als de schrijver meer spanning gebruikt had zou ik het boek waarschijnlijk al beter vinden. Ook het einde had voor mij anders mogen zijn, daarom het als verwerkingsopdracht een ander einde gemaakt aan het verhaal. Ik zou dit boek alleen aanraden aan mensen die niet van spannende boeken houden en een open einde kunnen waarderen. Ik vind dat een verhaal best een open einde kan hebben, maar het einde van dit boek vond ik eerlijk gezegd nogal zwak.
REACTIES
1 seconde geleden