Bibliografie:
Blokken – Knorrende Beesten – Bint
F. Bordewijk
Amsterdam; Nijgh & Van Ditmar, 2000
31e druk; 1e druk 1949
Excerpt 1; Blokken:
De Staat is een militaristische staat met een dictatoriaal bestuur; de Raad.
De Raad is een afspiegeling van de inwoners van de Staat. Ze onderscheiden zich op geen enkel gebied. De inwoners van de Staat zijn eigendom van de Staat. Ze wonen in vierkante woonblokken aan rechte straten.
De Raad werkt aan een systeem waarbij alle namen worden vervangen door persoonsgebonden codes. Ze verwachten verzet van moeders die hun kinderen een naam willen geven.
Er is nog een groot probleem waar de Raad zich mee bezig houdt: de stadskern.
Het is het enige deel van de stad waar nog geen vierkante woonblokken staan. Daar “leeft” ook een groepering die tegen het bestuur van de Raad is; Groep-A.
De Raad wil van Groep-A af en besluit tot het vernietigen van de aanhangers.
Bij de grootscheepse opruiming worden 20.000 mensen vernietigd. De vijf leiders van
Groep-A worden geëxecuteerd. Daarna wordt de stadskern met de grond gelijk gemaakt.
Er blijft een rond plein over. Dat is de Raad een doorn in het oog. Er worden vierkante woonblokken op gebouwd. Het helpt niet. De stadskern blijft een plaats van drank, gokken, prostitutie en handel in juwelen.
De Raad bekijkt vanuit de lucht een groots machtsvertoon dat ieder jaar wordt georganiseerd om het buitenland te intimideren. Ze zien van bovenaf hoe het ene regiment een boog vormt in plaats van een rechthoek, en een ander een cirkel.
Excerpt 2; Knorrende Beesten:
Vlakbij een pier, tussen de kleine bars aan de parade bevindt zich een parkeerplaats. Overdag komen veel mensen naar de pier met hun 'knorrende beesten', kleine stille dieren en weeldedieren. Parkwachter Bobsien let op zulke dagen op de 'knorrende beesten' en als er iets mis mee is gaan ze naar de garage bij de ingang van het park.
Als het slecht weer is komen de 'knorrende beesten' niet en dan is er geen werk voor Bobsien en zijn vriendin Sofia Eufemia die bij de garage werkt als hulpje.
Maar als er dan op een dag rennen worden gehouden bij de parade is het een drukte van belang. Veel mensen gaan de pier op om de auto's tegen elkaar te zien strijden en velen beesten sneuvelen. De tweede dag van de beesten worden de beesten versierd met bloemen en wordt er weer een wedstrijd gehouden en iedereen vergeet voor even zijn dagelijks leven. Daarna gaan de beesten weer weg en de badplaats loopt langzaam leeg. Het seizoen is ten einde.
Excerpt 3; Bint
De Bree is leraar. Hij vervangt een leraar op de school van Bint. Op de eerste dag is zijn eerste klas 4D, de hel genaamd. Dit is een verschrikkelijke klas, wat ook al blijkt
uit de namen: Neutebeum, De Moraatz. De 'kinderen' worden beschreven als beesten: "Daar was de ontzaglijke, bruine sprinkhaan Neutebeum". De Bree verklaart de klas meteen de oorlog: dit is manier om de klas in de hand te houden.
De Bree gaat naar zijn volgende klas. Dit is een redelijk normale klas, maar toch heeft De Bree meteen een hekel aan één van de leerlingen: Jérome Fléau. Op de eerste strafdag, uiteraard voor leerlingen uit de hel, weet De Bree al dat hij ook een hekel heeft aan de conciërge en de werkster. Hij vraagt zich af waarom Bint deze hier nog laat werken.
De Bree hoort van Remigius, een andere leraar, dat Bint zijn systeem 5 jaar geleden heeft ingevoerd. Hij riep toen alle leraren bijeen en vertelde hen dat hij vanaf nu 'stalen tucht' eiste. De nieuwe leraren werden sindsdien zorgvuldig door Bint uitgekozen en gevormd.
Er is een rapportenvergadering: alleen het eerste cijfer telt voor Bint. Er wordt een cijfer gegeven voor de algemene indruk. In één van de klassen van De Bree, de grauwe klas, is er iemand met een onvoldoende schoolcijfer die zichzelf dreigt te doden: Van Beek. Bint maakt hen allen duidelijk dat het hem niets kan schelen. Ook het geval Fléau wordt besproken. Bint wil hem van school hebben, omdat hij al lang onrust stookt. Van Beek pleegt inderdaad zelfmoord en er komt een oproer. De hel slaat het oproer neer; Bint is trots op hen. Fléau is van school af, evenals de conciërge (hij had meegeholpen met het oproer) en de werkster.
Er komt een klassenreis en De Bree neemt de helft van de hel mee naar België. De Bree vindt dit duidelijk prachtig om te doen. Op een gegeven moment moeten ze een kortere weg nemen, omdat één van de leerlingen een langere toch niet aankan. Twee leerlingen nemen stiekem toch de langere weg: Ze houden vast aan Bints plannen. Daarna worden ze genadeloos gestraft door hun eigen klasgenoten.
Aan het eind van het schooljaar wil De Bree de school verlaten, maar Bint vraagt hem of hij niet nog langer wil blijven. De Bree wijst dit in eerste instantie af, maar thuis schrijft hij Bint een briefje waarin hij zegt dat hij de baan toch accepteert.
Op de eerste dag van het volgende jaar hoort De Bree dat Bint zijn ontslag heeft genomen. Iedereen weet dat Van Beek de oorzaak is. De Bree gaat vervolgens verder met 5C, de hel. Deze klas is nog niets veranderd. De Bree gaat nog langs bij Bint, maar hij wordt aan de deur geweigerd. Dan begrijpt hij dat Bint hem niet meer wil spreken.
Citaten stijl Blokken
1. “Het vliegtuig ging zijn weg, pijlrecht, een rood seinlicht voorop, versterkt door kristallen prisma’s. Het schoot door de nacht als een pijl met gloeiende punt.”
(p. 9)
2. "In de donkere cabine rezen passagiers van hun matras. De Nacht, leeggehageld maar zwart gebleven, werd voller en voller van rode ogen, onder, boven." (p.9)
3. "Hij was klein, verschrompeld, bijziende, en er lag slechts een kracht in zijn lange, sneeuwwitte beharing van hoofd en gelaat." (p.17)
4. "Een zei: 'De beweging raakt uit handen van de leiding. (…) Ons werk is gedaan.'
Een ander zei: 'Als de beweging niet slaagt is ons lot beslist, maar bang ben ik niet.' "
(p. 26)
5. "En in de anders leeg tochtende nachttunnels, met hol geglij der transportbanden en enkele ver weerkaatsende stemmen, was het rumoerig ongekend onder de oneindige gewelven, met in zwart en rood allen, maar joelend, schreeuwend, dringend, op de grens tussen spel en strijd. En deze menigten, heet van hun rusteloosheid, bleven onderaards rondschijveren, voortslieren in alle snelheden, tot de nieuwe dag aanbrak, vorstkoud, rulrood, staalhard." (p.42/43)
Commentaar citaten Blokken
Uit citaat nummer 1 en 2 blijkt dat er in dit verhaal beeldspraak wordt gebruikt.
Uit citaat nummer 3 en 5 blijkt dat de schrijver bijvoeglijk naamwoorden gebruikt, in geringe mate, want dit bijna de enige zinnen die ik in Blokken heb gevonden waarin bijvoeglijk naamwoorden werden gebruikt.
Citaat nummer 4 bevat een dialoog, een deel van de enige dialoog in Blokken.
Citaat nummer 5 wijst er ook op dat er veel lange zinnen worden gebruikt. Er worden niet echt veel moeilijke woorden gebruikt.
Citaten stijl Knorrende Beesten
1. "De ondergaande zon der hondsdagen zette de kust in een machtig rood. Het rijkelijk bluswater der zee doofde dit trots tafereel. De nachthitte hing op het land, en de dikke zilte geur van de zee, het parfum van een zware vrouw die ruist in ondergoed van zij." (p.47)
2. "Men wees elkaar haar aan. Zij was altijd alleen. Zij kwam apart in de krant." (p.61)
3. "Hun zware vlees dreef 's morgens in een klomp bijeen door de branding, en later waggelde hun woestijnpas over de parade." (p.61)
4. "Dit was de tweede dag van de beesten. Nu ook kregen de vrouwen haar kans. Er was met de conferentie iets voorgevallen. De politieke smelthitte had haar vastgeklonterd tot een legering waarin niemand armen of benen kon terugvinden. Aan de randen borrelde het allieersel onbetekenend na." (p.63)
5. "Ze keken naar de regen. 'Dat kan nog effen duren', zei Bobsien traag. Hij had over die woorden lang nagedacht. Hij kreeg geen antwoord. Hij stootte haat aan. Hij kreeg geen antwoord. Hij wreef met zijn elleboog langs haar arm omlaag. 'Wat nou?' zei erg kalm het verstandige dweiltje. (p.71)
Commentaar citaten Knorrende Beesten
De beeldspraak die Bordewijk gebruikt in Knorrende Beesten blijkt uit citaat 1, 3 en 4.
Citaat 2 laat zien dat er haast geen bijvoeglijk naamwoorden worden gebruikt in dit verhaal. Dat is ook zo.
Citaat 3 geeft ongeveer de gemiddelde zinslengte van 9,2 woorden per zin weer. Enige humor blijkt uit citaat 5. Er zat weinig dialoog in Knorrende Beesten, de enige dialogen waren tussen de garagemensen en tussen Sofie en Bobsien. Citaat 5 is een dialoog tussen Sofie en Bobsien.
Er wordt geen dialect gebruikt in dit verhaal. Daarom zijn er ook geen citaten met dialect.
Het woordgebruik is niet bijzonder moeilijk te noemen.
Citaten stijl Bint
1. "De Bree zijn denken was hoekig en nors. De lucht lag laag morsig en roetig. Novemberochtend. De wind danste lomp om de hoeken. De boerse reuzin viel over hem met de volle vracht van natte kleren." (p.77)
2. " 'Degenen van wie ik de naam noem komen hier morgen terug van twee tot zes.' Er was lichte beweging. Hij keek en het was weer stil. Hij deed alles uiterst langzaam, bestudeerde het plan, de klas, minuten lang. Zijn geluid klonk als een vonnis: 'Ten Hompel – Heiligenleven…' De twee die het laatst verwisseld hadden. 'Van der Karbargenbok…' De roofvogel sloeg een klauw uit. 'Ja?' 'Meneer, mag de deur dicht?' 'Van der Karbargenbok komt ook zaterdag terug van twee tot zes.' 'Dan is mijn vader jarig.' Er was gesmoord proesten." (p.82)
3. "Hij was tevreden. In de leraarskamer ging hij voor het raam staan. Schaarse individuen waaiden over het plein. De wind keilde grote losse droppen. Vlagen fabrieksroet sloegen neer, van ergens, en uiteen." (p.84)
4. "De conciërge kwam binnen, kloppend aan de open deur. Hij was een groot, bleek kalf met een gezwollen kalfskop, en in zijn borst sloeg een groot, koud kalfshart, heel langzaam." (p.85)
Commentaar citaten Bint
De zinslengte blijkt uit citaat 3. Gemiddeld aantal woorden per zin: 6,2.
Het woordgebruik is niet moeilijk, zie citaat 1 en 2. Uit citaat 4 blijkt dat de schrijver vrij veel bijvoeglijk naamwoorden gebruikt. Er wordt veel dialoog gebruikt, bijvoorbeeld citaat 2.
Er zit humor in het boek. Zie citaat 2. De schrijver gebruikt ook veel beeldspraak. Zie citaat 1.
Citaten karakter Blokken
Er zijn geen karakters te vinden in Blokken. Er worden geen personen in beschreven, alleen de Raad die de Staat regeert en de Groep-A.
Citaten karakter Knorrende Beesten
1. "De man stond juist boven hen, op de promenade, en keek door de peristyle neer op het parkeerterrein. Sofia Eufemia schrok even van zijn uitdrukking, want hij keek recht omlaag in haar ogen. Maar ze was hier veilig, ze herstelde zich, ze zei: 'Als ik zo'n gezicht had liep ik ernaast.' Ze lachte, de anderen lachten. De chef-monteur zei tot de nieuweling: 'Die doet altijd maar half werk, behalve met haar mond.' Het dweiltje liep ongenaakbaar weg, naar de vuile emmers achter in de garage." (p.53)
2. "Hij betreurde niets." (p.53)
3. "Ze had een mooie naam, dat wist ze wel. Ze was misschien van een oud geslacht, maar daar kocht ze niks aan. En aan enkel de kouwe drukte daar had ze geen boodschap aan." (p.69)
4. "Ze keken naar de regen. 'Dat kan nog effen duren', zei Bobsien traag. Hij had over die woorden lang nagedacht. Hij kreeg geen antwoord. Hij stootte haat aan. Hij kreeg geen antwoord. Hij wreef met zijn elleboog langs haar arm omlaag. 'Wat nou?' zei erg kalm het verstandige dweiltje. (p.71)
Commentaar citaten Knorrende Beesten
De hoofdpersonen (Sofie Eufemia en Bobsien) worden niet echt uitgewerkt. Uit citaat nummer 1 blijkt dat Sofie Eufemia een leuk probeert te doen om goed over te komen bij haar collega's. Uit citaat nummer 2 blijkt dat Bobsien ietwat onverschillig is.
Uit citaat nummer 3 blijkt dat Sofie niet van kouwe drukte houdt. Uit citaat nummer 4 blijkt dat Bobsien lang nadenkt voor dat hij iets zegt, en dus geen flapuit is. Sofie blijkt in citaat 4 verstandig te zijn. Er is geen sprake van karakterontwikkeling.
Citaten karakter Bint
1. "De Bree zijn denken was hoekig en nors." (p.77)
2. "Bint zei, wijzend omlaag: 'Je eerste les is die klas. Die klas is uniek. Zo een heb ik er nog nooit kunnen vormen, voor deze. Maar geen bespiegelingen nu. Ik houd van weinig woorden.' Naar mijn hart gesproken, dacht De Bree." (p.78)
3. " 'Jullie kunt me niet kwaad maken. Jullie zult nooit iets van boosheid zien.' " (p.81)
4. " 'Bint is zo een man, hij gaat over lijken, ook over zijn eigen lijk." (p.93/94)
5. "De Bree had weinig eisen." (p.95)
6. " 'Er is geen reden iemand te sparen die zelfmoord aankondigt. Waar gaan we heen?' Dit zei Bint." (p. 105)
7. "Zij vertrokken, Bint voor, zij na. De Bree ging naar huis, alleen. Geen twee gingen samen. Bint vergezelde allen." (p.107)
Commentaar citaten Bint
Bint is een persoon die zweert bij tucht en orde, dit blijkt uit citaat nummer 1, waarin hij zegt een klas gevormd te hebben en uit citaat nummer 4. Hij wordt bewonderd door zijn staf, dit blijkt uit citaat nummer 7. Hij gaat over lijken om zijn ideaal te bereiken (citaat 6)
De Bree is een norse, weinig eisende man (citaat nr.1, 2 en 5) Wel eist hij orde in zijn klas. (citaat nr. 3)
Er is geen sprake van stereotypen en karakterontwikkeling in dit verhaal.
Citaten strekking Blokken
Motto: geen
Opdracht:
Aan S.M. Eisenstein en A. Einstein,
Filmcomponist en wijsgeer,
meesters der verschrikking.
Commentaar strekking Blokken
Titel: Blokken. Dit slaat op het eeuwige vierkant dat overal in De Staat terugkeert.
Citaten strekking Knorrende Beesten
Motto: geen
Opdracht:
voor mijn vrouw geschreven deze roman van het parkeerseizoen
Commentaar strekking Knorrende Beesten
Titel: Knorrende Beesten. De auto's in dit verhaal worden beesten genoemd, alsof ze leven.
Citaten strekking Bint
Motto: geen
Opdracht:
aan mijn rector en zijn staf
Commentaar strekking Bint
Titel: Bint.
Dit slaat op de directeur van de school waaraan De Bree lesgeeft.
Perspectief Blokken
Het verhaal Blokken is geschreven in auctoriaal perspectief.
Het is zeer auctoriaal, in het verhaal wordt alleen maar beschreven hoe de Staat werkt en hoe zij uiteindelijk ten onder zal gaan. Nergens is een gedachte van een inwoner van de Staat of een Raadslid of iets dergelijks te bekennen.
Perspectief Knorrende Beesten
Het verhaal Knorrende Beesten is geschreven in auctoriaal perspectief.
Het is vrij auctoriaal, maar de verteller laat zich niet horen.
" Ze liep het parkeerterrein op naar de blauwe wagen. Bobsien had haar bemerkt en lichtte gedienstig de lappen zeildoek van de wielen. Ze stond met haar hand aan het portier stil naast de wagen. De hand was van was, de nagels waren zorgvuldig gerood. Haar ogen keerden zich, maar meden Bobsien steeds. Die vroeg zich af hoe lang de grap zou duren." (p. 50)
Perspectief Bint
Het perspectief van het verhaal Bint is personeel. Er wordt alleen maar beschreven wat De Bree doet en denkt.
Tijd
Blokken is een continu verhaal met een paar kleine retroversies.
Het is niet vast te stellen wanneer het verhaal speelt, er worden geen kenmerken van een bepaalde periode in het verhaal beschreven.
De vertelde tijd is vijfenveertig jaar.
Knorrende Beesten is een verhaal dat continu wordt verteld.
Er komen geen retroversies en/of anticipaties in voor.
De vertelde tijd is een zomerseizoen lang.
Bint is een verhaal zonder retroversies en/of anticipaties.
De vertelde tijd is een jaar lang; van september tot van september.
Structuur
Structuur Blokken:
Het verhaal is opgebouwd uit tien hoofdstukken.
Structuur Knorrende Beesten:
Het verhaal is opgebouwd uit tien hoofdstukken.
Structuur Bint:
Het verhaal is opgebouwd uit achtentwintig hoofdstukken.
Biografie
Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emil (vanaf 13 maart 1919 officieel alleen nog maar Ferdinand) Bordewijk werd op 10 oktober 1884 geboren te Amsterdam als derde zoon van Hendrik Bordewijk, hoofdcommies bij de Rijkspostspaarbank, en Johanna Wilhelmina Appolonia van Bijlevelt. In 1894 verhuisde het gezin, vanwege een verandering van functie van de vader, naar Den Haag. Daar bezocht hij van 1898 tot 1904 het Eerste Haagsch Gymnasium. Nadat hij was geslaagd voor het eindexamen, ging hij in Leiden rechten studeren, maar hij bleef in Den Haag wonen. Na zijn rechtenstudie in Leiden trad hij in januari 1913 in dienst van een advocatenkantoor in Rotterdam. Hij trouwde in 1914 met de autodidactcomponiste Johanna Roepman (1892-1971). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, in 1915 een zoon en drie jaar later een dochter. De laatste publiceerde enkele romans. In december 1919 vestigde hij zich als zelfstandig advocaat in Schiedam. Den Haag bleef echter zijn domicilie. In de oorlog woonde hij in de Tweede Van den Boschstraat, vlakbij het kantoor van de Kultuurkamer, in het Bezuidenhout. Op 3 maart 1945 werd deze wijk bij vergissing door de Engelsen gebombardeerd. Van huis en inboedel van Bordewijk restte niets dan rokend puin. Korte tijd woonde hij in Leiden, maar direct na de oorlog keerde hij terug. Hij werd voorzitter van de Eereraad voor Letterkunde die een oordeel moest vellen over het gedrag van schrijvers gedurende de oorlog. In december 1945 werd hij benoemd tot bestuurslid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, in 1947 werd hij voorzitter van de Jan Campert-stichting en in juni 1948 lid van het bestuur van het Anjerfonds Zuid-Holland.Officiële erkenning voor zijn literaire werk kreeg Bordewijk betrekkelijk laat. In 1949 ontving hij voor zijn roman 'Noorderlicht' de eenmalig toegekende Prijs voor kunsten en wetenschappen. Voor 'De doopvont' en 'Studiën in volkscultuur' werd hem in 1953 de P.C. Hooft-prijs toegekend. Zijn gehele oeuvre werd in 1957 bekroond met de Constantijn Huygens-prijs. Een vorm van eerbetoon is ook het feit dat de prijs voor een prozawerk van de Jan Campert-stichting sinds 1978 zijn naam draagt. In april 1997 ging de film (regie: Mike van Diem) naar de roman 'Karakter' in première.Bordewijk overleed op 28 april 1965 in Den Haag. Hij werd begraven op Oud Eik en Duinen. Kenmerkend voor zijn opstelling tegenover zijn schrijverschap dat hij zijn gehele leven strikt gescheiden wenste te zien van zijn maatschappelijke functie is de tekst die op zijn grafsteen staat: Mr. Ferdinand Bordewijk advocaat.
Bibliografie van Ferdinand Bordewijk:
1918 Een koning van de frase, in: Groot Nederland
1919 Fantastische vertellingen, verhalen
1923 Fantastische vertellingen, tweede bundel
1924 Fantastische vertellingen, derde bundel
1931 Blokken, roman
1933 Knorrende beesten; de roman van een parkeerseizoen, roman
1934 Bint, de roman van een zender, roman
1935 De laatste eer, grafreden
1935 't Ongure Huissens
1936 Rood paleis; ondergang van een eeuw
1936 IJzeren agaven; studie in zwart met kleuren
1937 De wingerdrank, roman
1938 Karakter; roman van zoon en vader, roman
1940 De Korenharp
1940 Drie toneelstukken
1941 Apollyon
1946 Eiken van Dodona
1946 Veuve Vesuvius
1947 Bij gaslicht
1947 Vijf fantastische vertellingen
1948 Noorderlicht
1948 Plato's dood, symfonisch gedicht
1948 Rotonde, opera
1949 Blokken, Knorrende beesten, Bint, bundel
1949 Het eierschild
1949 Nachtelijk paardengetrappel
1949 Zwanenpolder; twintig verhalen
1950 Vertellingen van generzijds
1951 De korenharp, nieuwe reeks
1951 Studiën in volksstructuur
1952 De doopvont
1954 Haagse mijmeringen
1954 Mevrouw en meneer Richebois; twintig korte verhalen
1955 Arenlezing uit De korenharp, bloemlezing
1955 Bloesemtak
1955 Onderweg naar Beacons; twaalf korte verhalen
1956 Geachte confrère; splendeurs en misères van het beroep van advocaat
1956 Halte Noordstad; vermeerderd met drie eenacters en een monoloog, toneelstuk
1956 Tien verhalen
1957 Idem; tien parodieën
1958 De aktentas, tien korte verhalen
1959 De zigeuners; twaalf korte verhalen en een schets
1960 Centrum van stilte; vijf verhalen
1961 Tijding van ver
1964 Lente; zeven verhalen
1965 De Golbertons
1981 Dreverhaven en Katadreuffe
1982 Zeven fantastische vertellingen; nagelaten feuilletons
Eigen mening
Ik vond het boek heel leuk. Natuurlijk zegt iedereen dat in zijn/haar boekverslag, maar ik meen het ook echt. Is wel weer eens leuk voor de verandering.
Ik heb het boek gekozen omdat ik een klein stukje van Bint had gelezen in de syllabus, en toen wilde ik het hele verhaal wel lezen. En ja, toen moest ik de andere twee er wel bij lezen, want het enige boek van Bordewijk in onze bibliotheek was het boek Blokken, Knorrende Beesten en Bint. Blokken vond ik heel goed, omdat het alleen maar een beschrijving is van een dictatoriale staat en er geen directe mening in wordt gegeven. Knorrende Beesten vond ik minder goed, het taalgebruik vond ik een beetje raar en het verhaal zelf boeide me niet zo.
Bint vond ik een goed verhaal, het las heel snel en klas 4C was wel interessant.
REACTIES
1 seconde geleden