Nineteen eighty-four door George Orwell

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
Boekcover Nineteen eighty-four
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2177 woorden
  • 29 oktober 2008
  • 15 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
15 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
1984
Auteur
George Orwell
Genre
Sociale roman
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
juni 1949
Pagina's
324
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Engels
Literaire thema's
Koude Oorlog,
Vrijheid van meningsuiting,
Communisme,
Maatschappijkritiek
Verfilmd als

Boekcover Nineteen eighty-four
Shadow

Winston Smith works for the Ministry of Truth in London, chief city of Airstrip One. Big Brother stares out from every poster, the Thought Police uncover every act of betrayal. When Winston finds love with Julia, he discovers that life does not have to be dull and deadening, and awakens to new possibilities. Despite the police helicopters that hover and circle overhea…

Winston Smith works for the Ministry of Truth in London, chief city of Airstrip One. Big Brother stares out from every poster, the Thought Police uncover every act of betrayal. Whe…

Nineteen eighty-four door George Orwell
Shadow

Oefenen voor je mondelingen?

Komen je mondelingen er aan en wil je oefenen? Probeer onze Boekenquiz. We stellen je open vragen over de gelezen boeken.

ADVERTENTIE
Ontdek de veelzijdigheid van Scheikunde!

In de bachelor Scheikunde in Amsterdam bestudeer je alle richtingen van de chemie om bestaande processen, producten en materialen te verbeteren en nieuwe te ontwerpen. Van moleculen tot duurzaamheid, jij maakt het verschil! Ervaar zelf hoe het is om in Amsterdam Scheikunde te studeren en kom op 10 april Proefstuderen!

Lees meer en kom Proefstuderen!

Titel: 1984
Oorspronkelijke titel: Nineteen-eighty-four
Vertaling: Halbo C. Kool
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van eerste uitgave: mei 1949
Jaar van gelezen druk: 1978
Gelezen druk: 26e druk
Aantal bladzijden: 249 bladzijden + 12 bladzijden.

Voorplat:

Een tekening van London in het fictieve 1984. Op ieder gebouw een affiche van Grote Broer. Onderaan staat er het presse-papier afgebeeld, een glazen stolp met een koraal vanbinnen (die Winston kocht van meneer Charrington). En in de achtergrond kan je het Ministerie van Waarheid zien of, in Nieuwspraak, Miniwa.

Achterplat:

Een foto van de auteur, een tekst die de bedoeling van het boek verduidelijkt (waarschuwen voor elk totalitair systeem dat zich opstelt als bedreiging van de vrijheid en eigen persoonlijkheid van het individu) en een inleiding geeft tot het verhaal en drie naschriften.

Opdracht:

Geen

Motto’s:

Geen

Perscommentaren:

- Hij blijft in de meest letterlijke zin van het woord een integer mens (Stephen Spender in Encounter)
- Toekomstmogelijkheden van een zo huiveringwekkende overtuigingskracht, dat het bijna een als een nachtmerrie in de geest van de lezer blijft voortleven. (Max Schuchart in Vrij Nederland)
- Gedreven door afschuw van sociaal onrecht, een helder socialist, ging hij, scherp formulerend, tekeer tegen alle humbug van links en rechts. (Alfred Kossman)

Situering in de literatuur (auteur en roman)

De science-fiction roman “1984” werd geschreven in 1948 door Eric Arthur Blair, beter bekend onder de pseudoniem Georges Orwell. Eric Arthur Blair werd geboren in India, waar zijn vader werkte voor de overheid. Het hele gezin verhuisde in 1907 naar Engeland en in 1917 ging Orwell naar Eton.
Van 1922 tot 1927 was hij in dienst bij de Indische Imperial Politie in Burma (Hier haalde hij zijn inspiratie voor zijn eerste roman Burmese Days (1934). Enkele jaren van armoede volgden. Voor twee jaren heeft hij in Parijs gewoond voordat hij terugkeerde naar Engeland, waar hij met succes werkte als persoonlijk begeleider, leraar en assistent van een boekhandel. Ook schreef hij artikelen voor een aantal tijdschriften. Down and Out in Paris and London werd uitgebracht in 1933. In 1936 kreeg hij van Victor Gollancz de opdracht gebieden waar een grote werkloosheid heerste, nl. Lancashire en Yorkshire, te bezichtigen. The Road to Wigan Pier (1937) is een schitterende beschrijving van de armoede die hij daar gezien had. Eind 1936 ging Georges Orwell vechten in Spanje voor de republikeinen en werd hij zwaar gewond. Homage to Catalonia is zijn ‘verslag’ van de burgeroorlog. Hij bracht zes maanden door in Marokko en tijdens zijn verblijf schreef hij Coming Up for Air.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog deed hij dienst in de ‘Home Guard’ en werkte voor de BBC Eastern Service van 1941 tot 1943. Als literair uitgever van Tribune schreef hij soms een artikel met commentaar over de politiek en literatuur (column?). Hij schreef ook voor Observer en later Manchester Evening News. Zijn unieke politieke roman, Animal Farm, werd uitgebracht in 1945, en dit boek, samen met Nineteen Eighty-Four (1949), maakte hem wereldberoemd. Spijtig genoeg, kon hij maar een jaar van de roem genieten, hij stierf immers in 1950 aan tuberculose.

Analytische samenvatting

De wereld van '1984' (Orwell koos dit jaartal niet willekeurig, hij draaide de laatste cijfers van het jaar waarin hij het boek schreef om, van 1948 naar 1984) is verdeeld in drie landen: 'Oceanië', 'Oostazië' en 'Eurazië'. Het verhaal speelt zich af in 'Oceanië', waarvan het voormalige Groot-Brittannië een onderdeel is. Dit gebied van Oceanië heet nu ‘Luchtstrook één’. Oceanië voert voortdurend oorlog, afwisselend tegen Eurazië en Oostazië. Als het oorlog voert met het ene land, heft het bondgenootschap met het andere. Nooit vecht Oceanië tegen beiden. Geheel Oceania wordt geregeerd door 'de Partij', met als leider 'Grote Broer’. Grote Broer is een dictator: hij stelt extreme regels op. Toch wordt hij als god aangezien, de bevrijder. Elk individu wordt nauwkeurig in de gaten gehouden, er zijn ‘teleschermen’ (een soort televisiescherm dat zowel geluid en beeld kan weergeven als opnemen), en er is een geheime politie die zich bezig houdt met spioneren, controleren en arresteren, de ‘Dunkpolitie’. Met deze en nog vele andere middelen, kan Grote Broer zelfs de gedachten van de mensen controleren en bijsturen.
Het verhaal is in ik-perspectief geschreven, waarvan het ik-personage Winston Smith is. Hij werkt op het 'Ministerie van Waarheid' of, in Nieuwspraak (de taal die men maakt om de gedachten gemakkelijker te kunnen stroomlijnen), ‘Miniwa’. Zijn taak is de geschiedenis te vervalsen, door kranten en documenten van vroeger te veranderen naar de hedendaagse werkelijkheid. Hij vindt dit zelf decadent, hoewel zijn werk het enige is waar hij rust en geluk in vindt. Na veel overpeinzingen, besluit hij te breken met het regime. Hij koopt (als eerste misdaad) een blanco boek en een pen (men gebruikt geen pen en inkt meer, enkel ‘spreekschrijvers’ die alles noteerden wat je in de spreker zegt). Hij begint een dagboek bij te houden, wat een grote misdaad was. Zijn kamer wordt (zoals alle kamers) in de gaten gehouden met teleschermen, wat ironisch gezien heel veel privacy aanbiedt. Maar door een ongewone inrichting van zijn kamer, vond hij een plaats waar het telescherm geen zicht op hem heeft en dus niet betrapt kan worden als hij geen geluid maakt.
In deze wereld kan je niemand vertrouwen, hetzij uit vrees van spionnen, hetzij uit vrees voor verraad, die aangevuurd werd door de Partij. Het is zelfs gewoonte dat kinderen hun eigen ouders aangeven wanneer zij verraad aan de Partij vermoeden. Ook op het werk loopt iemand rond die hij niet vertrouwt. Hij leert ze in ‘Deel II’ van het verhaal kennen, het deel waar alle actie begint. Zij heet Julia en ze is, net als hij, tegenstandster van de partij. Ook droomde hij van O’Brien, die hij zelden zag op het werk, maar hun uitwisselende blik veelbetekenend was voor Winston. Ook O’Brien leert hij kennen, en zijn dromen lijken uit te komen…
Later komt hij terug in de winkel waar hij het boek en de pen voor het dagboek kocht. De eigenaar van de winkel, Mr. Charrington, laat hem een achterkamer zien die te huur staat.
Het tweede deel van het boek (blz 89) slingert je in de actie! Hij ziet Julia in een van de gangen van Miniwa, en ze valt. Hij helpt haar overeind en ze stopt hem een briefje toe, waarop staat: ‘Ik heb je lief’. Ze slagen erin een afspraak te maken, en ontmoeten elkaar ergens buiten Londen, waar ze niet in de gaten worden gehouden door teleschermen. Daar bedrijven ze de liefde…
Nadien ontmoetten ze elkaar nog, en Winston besluit de kamer van Charrington te huren. Ze spreken er vaak af: ze kunnen daar doen wat ze willen, praten waarover ze willen, want in de kamer zijn geen teleschermen of microfoons. Wel schrikt Winston zich wanneer hij een rat ziet, zijn grootste angst. Winston is als het ware een ‘rattofoob’…
Winston en O’Brien treffen elkaar in een gang van het Miniwa, en O’Brien verzint een smoesje om Winston uit te nodigen tot een willekeurig bezoek. Hij brengt hem met zijn geliefde Julia een bezoek. O’Brien kan, als lid van de kernpartij, het telescherm uitschakelen. Ze spreken elkaar, en intuïtief weten ze van elkaar dat ze allen tegenstanders zijn van de Partij. O’Brien is lid van een clandestiene organisatie, genoemd ‘De Broederschap’, die De omverwerping van de Partij wil veroorzaken. De Broederschap staat olv. Emmanuel Goldstein, die een boek schreef over de maatschappij, en zijn plan van het verstoten van Grote Broer uitlegde. Winston gaat met Julia naar de gehuurde achterkamer en leest het boek voor, maar Julia is niet geïnteresseerd en valt in zelfs in slaap. Winston besluit ook te slapen. Als ze wakker worden, blijkt een poster van een muur gevallen te zijn, waarachter een telescherm verborgen zat. De Dunkpolitie had hen betrapt en vallen binnen. Mr. Charrington is ook aanwezig, ook hij zit bij de Dunkpolitie. Julia en Winston worden gearresteerd en apart afgevoerd. Winston wordt naar het 'Ministerie van Liefde' gebracht. Daar wordt hij in een cel opgesloten en door O'Brien ontvangen. Hoewel hij dacht dat er hoop was, merkte hij snel dat O’Brien de beul is, zijn taak is de gevangenen te ondervragen, te folteren en te ‘genezen’. Winston verzet zich lang, maar wanneer de foltering, de uithongering en de emotionele last te groot wordt, breekt Winston, en bekend alles, alles behalve zijn liefde voor Julia. O'Brien vraagt hoe hij over Grote Broer, denkt. Winston vertelt de waarheid (hij haat Big Brother) en stelt hem zelfs de vraag of Grote Broer niet enkel een verzinsel is van de Partij, een belichaming van hun ideeën. Hierdoor, wordt hij naar de beruchte ‘kamer 101’ gebracht. Daar zal het laatste stadium van genezing plaatsvinden, ‘het aanvaarden’. Om zijn hoofd wordt een kooi met grote, hongerige, enge ratten geplaatst. Winston wordt nu zó bang, dat hij smeekt om deze kwelling aan hem voorbij te laten gaan, en Julia in de plaats te kwellen. Dit was het belangrijkste voor hem, hij houdt meer van zichzelf dan van Julia, hij wordt meteen vrijgelaten.
Wanneer Winston terug in de samenleving terecht komt, blijkt hij gebroken te zijn, zielloos. Hij drinkt weer overvloedig veel jenever, wacht met spanning op berichten van de oorlog, heeft een goed betaald, en lichte taak in het Miniwa. Hij ontmoet zelfs Julia opnieuw, ze hebben elkaar niet veel te vertellen buiten dat ze elkaar verraden hebben en ze willen, waarschijnlijk enkel uit beleefdheid, opnieuw afspreken.
Wanneer Winston zijn stamcafé verlaat, kijkt hij op naar een affiche van Grote Broer, hij houdt van hem. Bij dit gevoel komt hij in het Ministerie van liefde terecht, en krijgt hij een kogel door het hoofd…

Leeservaring

Dit boek vond ik, qua inhoud, het allerbeste boek dat ik ooit las. Hoewel het ouderwetse taalgebruik in het boek (door het feit dat de druk van het boek dat ik las dateerde van 1978, zo merk je hoe snel een taal drastisch kan evolueren…) het lezen niet vergemakkelijkte, bleef het verhaal goed leesbaar. Het boek is ook goed gestructureerd: chronologisch tijdsverloop, en het is duidelijk wanneer Winston denkt aan het verleden, hoewel de auteur je soms wel eens beet neemt met een of andere droom. Wat misschien een probleem zou kunnen vormen, is dat je geen besef hebt van het tijdsverloop. De schrijver geeft vrij vage tijdsaanduidingen, zoals ‘enkele weken nadien’ of ‘een paar etmalen later’, maar dit geeft nog een kwaliteit meer aan deze roman: George Orwell zet ook jou in dezelfde positie van de personages.
De manier waarop Georges Orwell speelt met spanning, is legendarisch. Ik herinner mij goed, hoe alle actie begon bij het eerste contact tussen Winston en Julia, na de ellenlange inleiding (deels omdat ik al veel van het verhaal had gehoord). Wanneer de auteur mij voor een tweede keer lanceerde in de spanning met hetzelfde contrast, wist ik hoe deze man van spanning een klein spelletje maakt.
De thematiek van het boek past net in het leerplan: deze roman is duidelijk een protest tegen een totalitaire staat, waarvan hij er drie had meegemaakt, de dictatuur van Hitler en Mussolini die net ten einde waren gekomen, ook de dictatuur van Stalin was nog steeds erg actueel met de koude oorlog die nog aan de gang was in het jaar dat het boek geschreven werd. Ik leerde Grote Broer in het boek kennen zoals ik Hitler, Stalin, Lenin en Mussolini leerde kennen tijdens de geschiedenislessen. Winston weet bitter weinig van de wereld voor de Revolutie, waar de Partij aan de macht kwam, maar voelt hij instinctief dat de gang van zaken niet natuurlijk is. Hij wil verandering, en gelooft in de kracht van ‘de proles’, die met zijn numerieke meerderheid de Partij zal omverwerpen!
Ook de motieven in het verhaal vond ik meeslepend. Het belangrijkste motief vond ik de eigenlijke vernietiging van privacy. Het feit dat je kilometers moet reizen om een plaats te vinden waar er privacy is, is voor ons onvoorstelbaar, maar toch alsmaar meer een realiteit waarvan we zijn revolutie niet waarnemen. Winston vergelijkt de privacy met de presse-papier die hij kocht bij meneer Charrington: als je ernaar kijkt, is het schijn, ook is het ongelooflijk moeilijk binnen te dringen, maar eens je er binnenin geraakt, blijft de tijd stilstaan… Het liefdesverhaal tussen Winston en Julia was niet onbelangrijk. Hun rebelsheid brengt spanning in het verhaal, ook al weet je, en dat wisten zij ook, dat het slecht zal aflopen.
Zoals Winston zei “Wij zijn doden” (p. 114). Want eens je dood bent, besta je niet meer, je bent een ‘onpersoon’. Net zoals men zegt bij een doodsveroordeling in de VS “Dead man walking”. Je bent ten dode opgeschreven, niets wat je doet kan dat veranderen.
Deze slogans van het boek zullen mij bijblijven: “Oorlog is vrede - Vrijheid is slavernij – Onwetendheid is kracht” en “Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst. Wie het heden beheerst, beheerst het verleden.”

Bronnen

Informatie met betrekking tot auteur en roman:
- http://nl.wikipedia.org/wiki/1984_(boek)
- http://www.digischool.nl/ckv1/literatuur/orwell/orwell1.htm
- http://www.digischool.nl/ckv1/literatuur/orwell/orwell1.htm

Afbeeldingen:
- http://www.synapseproductions.org
- http://weblogs.nrc.nl/weblog/boeken/2007/06/04/orwells-nineteen-eighty-four-boek-van-de-20ste-eeuw/
- http://www.philipcoppens.com/1984_orwell.jpg
- http://images.ciao.com/.../756/product-162756.jpg

Boekenquiz 8 vragen

Nieuw! Open vragen worden nagekeken door AI
Waarom is Julia zo actief lid van de partij?
Wat wilde Winston met zijn dagboek bereiken?
Waarom zou Syme snel worden geëxecuteerd volgens Winston?
Wat is er in room 101 te vinden?
Wie heeft Winston uiteindelijk ontmanteld?
Meerdere antwoorden mogelijk
2 + 2 = ?
Meerdere antwoorden mogelijk
Bestaat the Brotherhood?
Op welk historisch figuur lijkt Emmanuel Goldstein?

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.