Eten als grootste vijand (2): pillen en praten

Eten als grootste vijand (2): pillen en praten

Martijn (jep, een jongen) vindt zichzelf niet te dik, maar kampt tóch met een eetprobleem.
In deze columns doet hij verslag van de strijd die 'eten' heet. In deel 1 besloot Martijn hulp te zoeken. Vandaag: deel 2.

 

Hebbes! Na alle kleren in mijn kast overhoop te hebben gehaald, vond ik nu wat ik zocht: een spijkerbroek. Ik trok het grijs-blauwe ding aan, en hij viel bijna van mijn heupen, zo ruim. Holy shit! 

'Nou, koop een riem' zou je zeggen, maar het punt is dat dit dezelfde broek was die ik een jaar geleden had weggelegd. Hij zat toen namelijk veel te strak (buik in, knoopje open). Oké, ik ga inderdaad richting ondergewicht, besefte ik me na deze reality-check, precies zoals de schoolarts waarschuwde.

Ik schrok toen ik een paar dagen eerder bij haar op de weegschaal ging staan, want ik bleek hard te zijn afgevallen. Op mijn zestiende woog ik 63 kilo, en nu, twee jaar later nog maar 57 kilo. Met mijn 1.76 had ik dan een BMI van 18.4 en dat betekende ondergewicht. Deze dalende lijn moest snel stoppen.

Medicijn

Daarom gaf de huisarts mij als grootste doel om mijn gewicht weer op peil te brengen. Hij schreef mij medicijnen voor, die er voor moesten zorgen dat ik niet zo snel misselijk werd. Ik had nog minder vertrouwen in een goede afloop dan bij een wedstrijd van het Nederlands elftal, maar tegelijkertijd voelden de pilletjes als mijn laatste hoop. Ik legde mijn lot in handen van iets van krap een centimeter groot. Kon zoiets kleins het verschil maken?

Maar: de medicijnen sloegen aan! Na een klein weekje kon ik al weer goed eten. Ik deelde zelfs snoep uit aan m'n klasgenoten, zo blij was ik. Wat stom dat ik zo lang gewacht heb met hulp zoeken, dacht ik. Zoals altijd heeft het uit de hand moeten lopen voordat ik actie ondernam, maar ja; ik ben nou eenmaal iemand die de lamp pas aandoet als hij al onderaan de trap ligt.

Het medicijn dat mijn misselijkheid vermindert.

Angst

Maar na twee weken moest ik stoppen met de medicijnen: het zijn geen pillen die je de rest van je leven kunt blijven slikken. Na dat nieuws zag ik ieder hapje als een potentieel Paard van Troje: ziet er verleidelijk uit, maar als ik het binnenlaat zal het mijn ondergang betekenen. Ik werd al ziek voordat ik nog maar een hap genomen had. Dat was wat maandenlange misselijkheid met me gedaan had.

Pedagogisch medewerker

Zo'n week na het stoppen, was ik weer terug bij af. Tijdens het eten probeerde ik mezelf af te leiden door heel overdreven te ademen. Ik werd daar licht in mijn hoofd van en mijn armen gingen slapen. De huisarts vertelde later dat ik gehyperventileerd had. Daarom zei hij dat ik moest praten met een professional. Want die misselijkheid was weliswaar een medisch probleem, maar mentaal zat het bij mij ook niet lekker.

Een pedagogisch medewerker werd mijn praatpaal. We kwamen tot de conclusie dat het slechter met me is gegaan sinds ik de gevoelige kant van mezelf aan anderen toonde. Daar kwam bij dat ik vriendelijker naar anderen werd, maar spijkerhard voor mezelf bleef.

Daarom gingen we aan de slag met het verbeteren van mijn zelfbeeld. Bleef over: hoe los ik mijn misselijkheid en de angst voor eten op?

Eind goed, al goed?

De huisarts bood uitkomst. Hij kwam tot dezelfde conclusie als ik: ik had de medicijnen gewoon nodig, dus ik kreeg ze opnieuw voorgeschreven. Enigszins verbouwereerd schoot door mijn hoofd: zou alles nu, met pillen en praten, écht goedkomen?

 

Gepubliceerd op 12 november 2018

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.