Verstompt door de wisselvalligheid van het weer probeer ik mijn leerritme te vinden. 15 mei beginnen mijn eindexamens en dien ik drie aardrijkskundeboeken, twee geschiedeniskaternen, vijf wiskundeboeken, drie filosofiestencils en een dik, onbegrijpelijk economieboek te kennen. Het lijkt veel maar met het juiste leerritme stelt het niet zo heel veel voor. Het liefst leer ik buiten. Aan de groene tuintafel, mijn boeken opengeslagen en onaantastbaar omdat er geen wind staat, in de felle zon. Wordt het echter te warm dan verkas ik naar de hangmat die in de schaduw van wat bomen is opgezet. Zowel in de zon áls in de schaduw neem ik snel feiten, rijtjes, berekeningen en loze vergelijkingen in me op. De afgelopen dagen is het echter zo dat de zon constant wordt afgedekt door een arrogant wolkendek dat elke zonnestraal voor zichzelf opeist. Als gevolg hiervan kan ik niet op de door mij geliefkoosde plekken leren, maar lig ik in mijn bed, of zit ik achter mijn bureau, zoals nu. En dat is alles behalve motiverend. De eindexamens komen immers steeds dichter en iedereen die ik spreek is ervan in de ban. Tot voor kort zei ik nog hoi als ik een klasgenoot tegenkwam, maar tegenwoordig is de ander mij steevast voor door te vragen: "Heb je al veel geleerd?" Iedereen zegt dat hij afgrijslijk veel leert, al wéken. Eerlijk gezegd geloof ik er geen zak van. Onzekere mensen vergelijken de uren die zij vermeend leren graag met de uren die anderen vermeend leren. Hieruit denken ze te kunnen concluderen of ze al dan niet een voldoende gaan halen. Maar zo werkt het niet en zal het gelukkig nooit werken. Het gaat om effectief leren, de stof begrijpen. En tot mijn grote vreugde hoorde ik vanochtend de vogels fanatiek fluiten en zodra ik mijn gordijnen aan de kant schoof zag ik de straalblauwe hemel, hier en daar doorkruist met dunne, witte streepjes, prachtig belicht door een ontketende zon. Gepubliceerd op 13 mei 2003