Week 25 - Een etmaal geleden

Door Marieke
In een uur tijd moet ik al mijn spullen die ik in de afgelopen half jaar gemaakt heb in het beoordelingslokaal lokaal neerzetten of ophangen. Dat is niet lang moet je weten, daarom is er hulp. Woorden als ‘alsjeblieft’, ‘kun je’, ‘zou je willen’ bestaan niet meer. Pak dit, dat daar, nee hoger, opnieuw, pas op, wegwezen, heel goed, volgende, luister, loop naar beneden en copier, zoek tape; op deze manier is het mogelijk snel, maar zorgvuldig op te bouwen. Beleefde woorden zijn niet nodig, want iedereen die zelf ook beoordelingen heeft weet dat het snel moet. Bedanken gaat als volgt: ‘Zal ik jou nu helpen?’ Vier mensen helpen me bedrijvig, maar er is nog iemand nodig. Op de gang loopt een man en ik vraag of hij komt helpen. ‘ Tuurlijk meisje,’ en hij stapt het lokaal in. Ik kijk hem aan om hem beleefd te vragen of hij… ‘Wat denk je nou’, zegt hij lachend, ‘ als jij afstudeerd ben ik misschien wel directeur. Ik kan jou toch niet helpen in mijn functie.’ Niks mee te maken zou ik willen zeggen, maar misschien heeft hij wel gelijk. ‘Ze komen eraan.’ Ik stuur de helpers en een fotograaf die wat dingen vastlegt weg en spring in de houding. Het is alleen mijn mentrix Carla Kunst, een pittige tante; zij zegt dat ik mijn laatste werk, een bouwdoos, uit moet stallen. Maar zo simpel is dat niet, dus concentreer ik me er volledig op. Het ontgaat me dat inmiddels de andere docenten en de voorzitter binnenlopen. Geschrokken spring ik opnieuw op en de beoordeling begint met een lach. Een stroom van complimenten volgt, dan een stroom tranen van ontroering en dan is de veelgevreesde Rietveldbeoordeling voor het grootste deel voorbij. In een stoet, met gepaste afstand van elkaar, verlaten de docenten en de voorzitter het lokaal. Na een kort overleg word ik geroepen. Zes docenten en de voorzitter zitten aan een grote lange tafel. Aan het ene hoofd van de tafel zit de voorzitter, aan het andere hoofd zit ik. En is het een heerlijk gevoel te weten dat niet alleen ik blij ben om op deze school te zitten, maar dat de docenten ook blij zijn dat ik bij hen in de klas zit. En anders dan een cijferlijst krijgt iedere student een handgeschreven rapport, mooie woorden voor de meesten uit mijn klas. Eenmaal buiten loop ik naar mijn lokaal om af te breken zodat de volgende student zijn tentoonstelling kan opbouwen. En stoned van de andrenaline moet me worden uitgelegd hoe je een schaar moet hanteren. Het is een wonder dat ik nu, een dag later, in een enigszins begrijpelijk verhaal vertel over hoe de beoordeling was. Gepubliceerd op 27 december 2001