Week 18 - J.V. en de inval

Door Marieke
Nadat ik mijn geld besteed heb aan een museumjaarkaart - wat me een nuttige investering lijkt voor een studente aan een kunstacademie en eigenlijk voor iedere student ? had ik geen rode cent meer over, voor 95 cent koop je weinig. Een beetje beschaamd stap ik achterin de tram. De controleur zit daar op geldige kaartjes te wachten. Drie haltes zoek ik , zoals ik al vermoedde, tevergeefs naar een strippenkaart. Even voor de laatste halte vindt de controleur het zinloos problemen te maken en kan ik toch weer thuiskomen. Het zou me een rustiger gevoel geven, als de IB-groep haast maakte met het opsturen van mijn OV-jaarkaart. Vanmiddag heb ik in geuren (mijn huisbaas kan niet schoonmaken) en kleuren (art. 1012 op de muur en perzikwit op de betonnen vloer) aan een paar klasgenootjes over mijn kamer verteld. Het is fijn om een kamer te hebben, daar waren we het met elkaar over eens. Niet iedereen heeft een kamer en zeker niet op zo?n mooie plek aan een Amsterdamse gracht. Een beetje trots wandel ik dan ook van de tramhalte naar mijn huis. Ik loop een stukje om, voor het eerst niet omdat ik verdwaal maar gewoon omdat het zulk lekker weer is. Eenmaal bij mijn huis aangekomen, open ik de voordeur, beklim de trap, groet mijn onderbuurman en open de deur van de woning waar ik een kamer heb. Er ligt van alles in de gang, ik kijk er niet naar en probeer de spullen te ontwijken. Ik loop zo snel mogelijk door het gangetje om mijn longen te sparen (mijn huisbaas rookt én heeft een incontinente poes). Op de deur van mijn kamer zit ook een slot. Ik doe de sleutel in het slot, maar krijg de deur niet open. Dan zie ik dat mijn slot op de grond ligt, er zit een nieuw slot op de deur. Vreemd. Een geel briefje: "Aan de eigenaar(s) en/of bewoner(s) van dit pand. Op verzoek van politie Amsterdam-Amstelland is uw pand, ter bescherming van uw eigendommen, door medewerkers van ons bedrijf ontoegankelijk gemaakt voor onbevoegden." Mijn eigendommen worden dus beschermd tegen onbevoegden: ik kan mijn kamer niet in. Het tramdelict van nog niet zo lang geleden lijkt meer op kattenkwaad als ik het blauwe politiebriefje lees dat op de vloer in de gang ligt: het huis is doorzocht naar vuurwapens cq munitie. Ik bel de buurtrechercheur die mij meldt dat mijn huisbaas J.V. (ik kan geen namen noemen in verband met privacy) wordt verdacht van een delict. Daarom hebben vier mannen het hele huis doorzocht. Het blauwe briefje meldt: "Doel binnentreding bereikt: ja/nee/gedeeltelijk". Dat is alles wat de buurtrechercheur mij door de telefoon zeggen mag. Ik ben door deze informatie nog lang niet gerustgesteld en doe een inval op het politiebureau waar ik op zoek ga naar de sleutels van het nieuwe slot op mijn kamer (Doel binnentreding bereikt: ja/nee/gedeeltelijk). Daar zit je dan, in een verhoorkamer, met een politieman die om redenen van privacy niets loslaat over de zaak en de veiligheid in het huis, maar mij wel vertelt dat ik een mooie kamer heb, dat het er schoon uitziet en dat ik er verstandig aan heb gedaan een eigen wastafel en kooktoestelletje te plaatsen, zodat ik geen gebruik hoef te maken van de keuken van mijn huisbaas. Klootzak, alsof die opmerkingen geen inbreuk op mijn privacy maken. Ik loop van het politiebureau terug naar mijn kamer, nog steeds vind ik het een mooie buurt. Ondertussen kijk ik of ik ergens een leeg venster zie. Gepubliceerd op 7 november 2001