Verwachtingswaarde = 0

“Laten we hier naar binnen gaan.” Samen met een vriendin sta ik voor een lingeriewinkel. “Laten we verder lopen”, zeg ik, terwijl ik al een paar stappen zet. “Nee, ik heb wat nodig.” “Goed, ik wacht wel”. Wanneer ze naar binnen is gelopen merk ik dat het buiten best wel koud is. Uit verveling staar ik wat naar binnen. Er wordt zachte achtergrondmuziek gedraaid, ik gok van Norah Jones. De klanten zijn natuurlijk overwegend vrouwelijk, maar mijn aandacht wordt getrokken door een man die bij de kassa staat. Ik kom leraren nooit graag tegen buiten schooltijd, en meestal negeer ik ze dan ook. In dit geval maak ik echter graag een uitzondering. De man is wiskundeleraar bij mij op school, en draagt doorgaans een stoffig colbertje. Op zijn neus zit een ouderwetse bril, en zijn kapsel is wit, en warrig. Zijn droge humor en zijn grappige manier van praten maakt hem – gek genoeg, want ik ben niet zo gek op wiskunde – tot één van mijn favoriete leraren. Ik besluit naar binnen te gaan, om hem aan te spreken. “Hallo.” De man draait zich om, en kijkt me aan. Aan de lege blik in zijn ogen merk ik dat hij me nog niet helemaal herkent. Ik zeg het nog eens. “Hàl-lo.” Bij het zien van een bekende is het niet meer dan normaal om minstens één “Hallo” terug te zeggen, misschien zelfs te glimlachen. De leraar kijkt me vreemd genoeg nog steeds raar aan, alsof hij door me heen kijkt. Ik merk dat er een lichte blos op zijn wangen verschijnt. Weet ik veel dat de goede man een string aan het kopen is. Gepubliceerd op 10 maart 2003