Telefoongesprek
Een diepe zucht, dan een poosje niets. Vervolgens een beginnende klank, gesmoord door iets wat gestotter lijkt. En dan, net voordat ik de hoorn wil opleggen, een zin:
Met David, hallo.
- Hallo
Terwijl ik dit zeg, bekijk ik het zojuist opgehangen Keniaanse wandkleed aan mijn muur. Een cadeau van een vriendin. Ze kwam hem zelf ophangen. Schattig, maar zonder het te vragen trok ze wel mijn Britney-poster van de muur. Ongehoord.
Ja… met David dus. Ik wilde je iets vragen.
- Prima, vraag maar. Maar mag ik eerst iets vragen? Wie ben jij?
Ik… ik ben een vriend van Rob.
- Rob? Van Hoovy?
Van wie? Hoeffie?
- Niet dus.
Ben jij Tisch?
- Nope, Roman… ow… je bedoelt Rob van scholieren.com!
Die, ja… die bedoel ik. Observer, of zo? Hij is een vriend van mij.
- Hmm… okay… leuk. Dus…?
Dus daarom bel ik.
- Logisch.
Ik probeer de leeftijd van de jongen aan de andere kant van de telefoonlijn te schatten. Ik hoop dat hij onder de vijftien is, voor hem dan. Wat een gesprek. Wat een zenuwachtig kereltje.
- Hoe oud ben jij?
16. Jij?
- Hallo! Luister even … je belt mij op, dus vertel nu wat er is en dan zijn we klaar. Ik bedoel dit niet vervelend, maar echt veel zeg je niet.
Ik bel niet zomaar.
- Gelukkig.
Maar … omdat ik je column een week wil overnemen.
- Toe maar, en waarom dan?
Omdat ik ook een eerlijk kans verdien op een column!
Hij gaat er bijkans van schreeuwen. Hoe gepassioneerd.
- Ben je goed genoeg?
Minstens zo goed als jij, hoor.
- Haha… alsof dat een garantie is. Als je goed bent, mag je mijn plek best een week hebben.
Krijg ik dan ook betaald?
- Gaat het je daarom?
Als ik werk, wil ik ook worden betaald.
- Ow, dan gaat ’t niet door. Ik wil mijn plek afstaan, maar als geld je hoofdreden is… dan niet.
Sukkel!
- Nee, jij bent de sukkel. Jij vergooit net je plek op scholieren.com.
… Sorry, maar ik ben dan ook zenuwachtig.
- Heb je een column bij de hand?
Ja.
- Lees eens voor, dan.
Okay.. komt-ie, hij heet trouwens sneeuw.
- Ik luister…
Ik ken de Oostenrijkse ski-oorden uitsluitend uit het televisieprogramma het is hier fantastisch van Ursul de Geer en weet niet beter dan dat het daar een doorlopende polonaise van ladderzatte landgenoten is. Zuipende en schreeuwende Telegraaf-lezers met een IQ dat gelijk staat aan de temperatuur ter plaatse en ik moet toegeven dat ik af en toe wel denk: een kleine lawine zou geen kwaad kunnen.
- Leuk stukje, dat wel. Beetje erg Youp van ’t Hek-achtig.
Nou ja zeg, ben je soms jaloers?
- Heb je een momentje?
Ja…
Ik leg de hoorn neer en loop naar mijn enorme verzameling boeken (23 of zo, waarvan ik zeker de helft eens kocht en nooit las. Mijn Nederlands leraar zegt altijd: niets is zo waardeloos als boeken!) Ik pak mijn enige Youp van ’t Hek boekje uit de ontzettend lange slang van boeken en kijk in de inhoud. Sneeuw, pag. 71.
Ik wist dat ik dat stukje al eens eerder had gelezen. Met een brede lach neem ik de hoorn weer op.
- Sorry, ik werd geroepen.
Vond je mijn column goed?
- Ja, dat zeker… alleen je stijl… toch net teveel Youp van ’t Hek.
Vreemd, ik heb nog nooit wat van hem gelezen.
- Dan zal het toeval zijn.
Omdat ik moeite moet doen niet in lachen uit te barsten, beëindig ik langzaamaan ons telefoongesprek.
- Weet je wat? Geef me je nummer! Ik bel je voor het eind van de week. Zorg jij dan dat je drie columns hebt geschreven… zie het als een proef. Zoveel tijd zal het je niet kosten, toch?
Nee, ik verzin wel iets. Bel je me echt? 068958*55*
- Tot dan! Als jij die columns werkelijk schrijft, bel ik. Beloofd!
Gepubliceerd op 6 januari 2003