SimonDOETCanada - Een stuk of 50 huisgenoten zorgen voor een 100% avontuur

Door Simon
Tijdens mijn verblijf in Banff vertelde een huisgenote mij over een Australische schrijver die jaren rondgereisd had. Hij had een geweldig boek geschreven over de honderden mensen waarmee hij in al die jaren had samengewoond. Een hilarisch boek met verhalen 'which will make you pee in your pants'. Ook ik heb in de afgelopen maanden al heel wat huis- en kamergenoten gehad. Zoveel, zo extreem en zo raar als het hierboven genoemde boek zal dit klunzige artikel natuurlijk nooit worden. Maar ik kan op z'n minst een poging wagen. Wie niet waagt, wie niet wint. Niet geschoten is altijd mis. Het mindere van een kamer met een of meer anderen delen is niet alleen dat je niet meer ongestoord de handstand in je nakie kan oefenen, maar ook dat zij jou wakker kunnen houden als jij wilt slapen en dat jij rekening moet houden met hun als het tegenovergestelde het geval is. Alhoewel, wat dat laatste betreft.. Mijn eerste kamergenoot op de Batcave (zo noemden we ons huis aan Cave Avenue) , Will, had aan al dat soort samenlevingscodes schijt. [sarcastic mode on] Iedereen in ons huis was dol op Will. [sarcastis mode off] Hij rookte overal in ons huis, hij gebruikte voor elke maaltijd die hij maakte alle potten en pannen in huis, maar deed nooit de afwas, hij stal uit de algemene koelkast, hij deed zonder pardon het licht in onze kamer aan als ik al liep te slapen en ga zo nog maar even door. [sarcastic mode on] Al met al was het hele huis in een grote depressie (vervroegde midlife crisis, verlate jeugddepressie of ernstig ongesteld voor weken achtereen) toen Will vertrok. [sarcastic mode off] Een positief punt wat 'Will-de-hillbilly-ik ben een 18-jarige sukkel en denk dat er mensen zijn die om mij geven' betreft: hij snurkte bijna nooit. Dat is heel wat, want iedereen snurkt wel eens. Tegenwoordig als iemand in dezelfde ruimte als ik slaap, is het eerste wat ik hem/haar vraag: 'snurk jij?' Zo ook toen de Deen Jakob in mijn kamer trok. Hij antwoordde: 'voorzover ik weet niet.' Met een hartelijke, doch ietwat sarcastische 'maar ik kan me natuurlijk best vergissen'-glimlach. De eerste nacht dat hij de kamer met mij deelde, was het dus met spanning wachten tot hij in slaap viel en ondertussen op het best hopen. Na een gezellig gesprek, wens ik hem welterusten. En daar lig ik dan, in bed, met een bonzend hart. Enkele seconden gaan voorbij, enkele seconden van stilte en bij elke passerende seconde wordt de hoop op een niet-snurkende kamergenoot grote. Alle hoop blijkt voor niets, want uit het niets snurkt Jakob een snurk die alle lief en teder slapende schaapjes een hartaanval bezorgt, die alle ramen in het gehele huis doet vibreren, die mij een horrorimage van anderhalve maand van slaaploosheid in mijn hersenen verwekt, die de aarde verschuift, de wereld doet omdraaien, die... Maar vlak voordat ik in shock raak, of een dertig jaar durende coma, houdt Jakob op met snurken en zegt: 'had ik je mooi te pakken hè?' Al met al is alles beter dan een snurkende kamergenoot. En dat doet me denken aan Bryan. Bryan was een negentienjarige Oz (Australiër). Een zogenaamde 'wildebras', een jongen met veel levensenergie, die zichzelf constant in de problemen hielp en zich daar met een schouderophaal overheen zette. Bryan snurkte nogal eens als hij gedronken had. Of, nou ja 'snurken', hij blies heel hard uit en als hij dan inademde vielen zijn kaken op elkaar. Wat een zeer irritant 'klikklak'-geluid met zich meebracht. Gelukkig was dit enkel het geval als hij gedronken had, iets minder gelukkig was dat hij elke avond Dronk. Met een Capital-D dus. Hij was elke avond zo lam als hij maar wezen kon. En dan heb ik het niet over een paar liter bier-lam, maar over een paar liter bier en een liter rum-lam. Toch leerde ik hem, nadat hij uit het hostel vertrok en mij iets rustigere nachten liet, wel waarderen. Genoeg over mijn snurkende kamergenoten. Op het moment heb ik een kamer voor mijzelf, betaal ik geen huur en kan ik bovendien gratis op het internet (mijn belangrijkste communicatiekanaal met het thuisfront). Klinkt aardig perfect, maar toch is dat het niet. De mensen waar ik nu verblijf hebben namelijk kinderen. (need I say more..?) En die kinderen staan veeeels te vroeg op en maken dan veeels te veel lawaai. Maar ach, alle ervaringen die ik hier opdoe, daar leer ik een wijze les uit. Ditmaal betreft die de opvoeding van mijn eigen kinderen die ik later ongetwijfeld krijg: leer die tyfusschepsels niet op te staan voor 12uur 's middags, maar stil en geluidloos in bed te liggen totdat ik zover ben!! En als dat het geval is, knip ik wel met mijn vingers. -ik word hypnotiseur. Overigens zijn niet alle ervaringen met huisgenoten negatief. Ik kan me een heerlijke masseeravond met Anne-Maree herinneren, waarop ik bijna in slaap viel van de totale rust in mijn lichaam. Of het frisbeeën met Jakob. Binnenshuis, omdat het buiten te koud was. Een romantische nacht in een badkamer: ik kots in de badkuip en een huisgenote (laat ik de naam maar voor mezelf houden) kotst in het toilet. Niets wat ik tot nu toe hier in Canada heb meegemaakt had ik aan kunnen zien komen, alles is gebaseerd geweest op toeval. Nooit een moment van rust en overzicht over een lange periode. Elke dag, elk gesprek, elke ervaring kan een streep zetten door al mijn plannen. Dat is avontuur en dat beleef ik nu al 3 maanden en gaat nog eens drie maanden zo door. Dat doet me beseffen: wat zal ik lekker kunnen slapen als ik weer terug ben in Nederland. Gepubliceerd op 15 maart 2001