Muis
Achter ons linkerkeukenkastje woont een muis.
Nu en dan steekt hij zijn snuit nieuwsgierig om de hoek, waarna hij zich ongetwijfeld moet bedwingen niet hals over kop de kruimels van de vloer te bietsen.
Zodra het licht wordt, of er enig rumoer in huis klinkt, zoeft hij terug zijn holletje in. Misschien heeft hij een gangenstelsel gegraven, waardoor hij elke kamer in het studentenhuis kan bereiken. En sluipt hij naar de badkamer, waar de doucheknop soms zomaar op de grond valt, waar de kraan lekt en de verf zienderogen van de muur afbladdert. Over de grond tippelt hij vervolgens tussen de oude was door, langs de lege flessen crèmespoeling, naar het toilet; waar lege wc-rolletjes op de grond liggen, spinnenwebben zijn snoet kietelen en kleine, hem onbekende, beestjes rondkruipen.
Vervolgens waagt hij zich aan de trap, die zelfs onder het gewicht van een muisje kraakt. Tamelijk onzeker slalomt hij tussen de uitstekende spijkers door, terwijl hij zijn best doet niet te struikelen over de trapbedekking die slordig is gelegd.
Eenmaal in de gang aangekomen, moet hij over een vijfjarig, gekreukt en in elkaar gedrukt, krantenarchief klimmen. Daarna waagt ons muisje zijn leven door langs de opbergkast te rennen, waar de penetrante geur van verf verderfelijk heerst.
Opgeschrikt door de staat van het studentenhuis zal de muis via een ingenieus stelsel mijn kamer bereiken. Mijn witte, nette muren zullen hem het gevoel geven dat hij een vreemdeling is in een nieuw land. De frisse geur van een nazomerse dag toont hem dat er meer is dan dit studentenhuis. Verward springt de muis vervolgens op mijn bureau, klimt uit het openstaande raam en tippelt over de dakrand de wijde wereld tegenmoet.
\"En?\", roept mijn huisgenote meteen daarna.
\"Ja... weg.\", antwoord ik. \"Eindelijk!… Zullen we dan nu maar opruimen?\"
Gepubliceerd op 22 september 2003