Jabbahw0ck - Noodkreet

Door Rob
In een wijk anders als andere wijken, zonder bankdirecteuren en Neerlands rijksten, staat een school op eenzame hoogte te bezwijken. Hij moet dicht, dat is verplicht. Waarom? De school heeft teveel allochtonen in zich wonen, teveel zwarten die haar tarten, teveel turken die staan te lurken. Dat schrikt aankomende bruggers af. Als je op die school zou gaan loopt het verdomd slecht met je af. Een logische zaak, aangezien de school staat in een buitenlandse wijk. Men wil meer witte leerlingen aan de haak, maar die zijn liever een Palestijns lijk. De politiek doet niets, staat het te bekijken, verschuilend in slechte argumenten en prachtige appartementen. Deze rijmende column veroorzaakt misschien irritaties, misschien zelfs hoofdpijn. Dit kan een van de meest domme columns uit mijn “carrière” zijn. Deze woede en verbazing moet eruit, voor ik het in al mijn verlegenheid in de diepste hersentrosjes opsluit. Het moet gezegd worden tegen jullie allemaal. Rijmend gaat dat beter dan normaal. Het gebeurde tijdens een les, dat we dit slechte nieuws vernamen. Een rector en een stapel brieven die opeens onze klas in kwamen. Verslagen blikken, hoe kon dit gebeuren? Waar haalt de omgeving het lef vandaan onze school af te keuren? Nog veel meer klassen bezocht de rector die dag, waarbij hij telkens weer hetzelfde zag. Goh, nog één pluspuntje, zozo poehee. Sommige leerlingen maken het volgende jaar nog mee. Eind volgend jaar gaat de school “pas” dicht, voor zij door haar pootjes zwicht. Examenklassen kunnen blijven, mogen volgend jaar in een lege school verblijven. En het was al zo leeg. Men zweeg. Maar goed, sommige leerlingen moeten volgend jaar dus weg. Zij verlaten het zinkende schip om een nieuwe te betreden, met nieuwe gewoontes en nieuwere zeden. En terwijl zij op het voordek staan, zien zij het schip brandend ondergaan. Hele vriendschappen zijn verbroken, het water begint al te roken. En dat allemaal omdat het schip niet goed genoeg meer was. Niet goed meer, voor de hogere klas. Sommige mensen aan wie ik het slechte nieuws vertel, lachen me uit, sliep uit sliep uit. “De toestand in de wijk liep tenslotte de hele tijd al uit de hand, in dat klote-Kanaleneiland. Hangende jongeren met messen op zak. Beroepscriminelen in een glimmend pak. Verouderde flats, slecht onderhouden parken. Niemand zal tussen de Marokkanen door harken”, zo roepen zij, en wat kijken ze blij. Het kan ze niets schelen, zo’n sloppenwijk als velen. Als de mensen nou eens wisten dat een school dat niet kan helpen. Als mensen nou eens wisten, dat Kanaleneiland overdag anders is dan ’s nachts, zonder aanvallende allochtone welpen. Als zij dat nou eens zien, als zij die stap durven te nemen. Dan zouden zij die lach meteen van hun lelijke smoel nemen. Maar goed,wie ben ik? Roepen zij dat niet allemaal? Ook in plaatsen waar het inderdaad erg slecht is, met fysiek geweld in plaats van verbaal? Het helpt niets, zo zie je aan ons. De wijk trekt nog steeds allochtonen aan als een spons. Iets wat je hen niet kan verwijten, met hun andere gewoontes en andere nationaliteiten. Het zijn normale mensen, net als ons. Helaas laten zij wel mijn school ondergaan met een doffe plons. Terwijl Nederland zich druk maakt om een dode kale man, maak ik mij druk om mijn toekomstige plan. Een school waar ik elk jaar over moet gaan, anders is mijn verblijf meteen van de baan. Machteloos zit ik achter mijn pc, natuurlijk valt mijn huiswerk niet mee. Ik merk nu dat ik daar maar eens aan moet beginnen, anders heb ik flink wat goede cijfers voor me terug te winnen. En ben ik straks helemaal buiten zinnen. Gepubliceerd op 15 mei 2002