Jabbahw0ck - Een ordinaire excursie

Eens in de zoveel tijd vindt de schooldirectie het nodig de scholieren er even uit te laten door middel van een gezellig knusse excursie. Dit gaat natuurlijk niet zonder verplichtingen; rond het gezellige dagje uit moet natuurlijk wel een educatief sfeertje hangen. Je moet niet na vele uren te hebben rondgewaggeld in een stad thuiskomen met het idee dat je potverdikkie helemaal niets hebt gedaan met je dag. Je moet wat kunnen vertellen aan je moeder, die je bij thuiskomst met opgewekte toon zal bombarderen met de vraag waar en hoe en waarom en wanneer en wat het guitige ventje in het plaatsje allemaal heeft uitgespookt. Natuurlijk zal het mannetje dan met een norse blik antwoorden dat hij in zijn huidige positie niet in staat is tot communiceren, om zich daarna onmiddellijk naar boven te begeven voor een uurtje flinke visuele ontspanning d.m.v de plaatselijke kijkkast, maar dat terzijde.
Op een donkere woensdagmorgen was ook mijn klas aan de beurt om te participeren aan weer zo’n deksels gave excursie. In het kader van CKV 2,3 (onder normale mensen die normale taal praten ook wel bekend als het ietwat ordinaire woord “Tekenen”) gingen wij gezellig naar Antwerpen. Onze kennis van kunst zou opgekrikt moeten worden door het bekijken van schilderijtjes van Middeleeuwse kliederaartjes, opgehangen in een echt museum. Het aantal leerlingen dat mee zou gaan was niet bepaald hoog, een feit dat maar al te duidelijk werd gemaakt door het verschijnen van een mini-busje aan de horizon. Met wisselende gemoedstoestand namen wij plaats in het kleine interieurtje vol beklede busstoeltjes . Na een paar minuutjes gestommel had iedereen zijn nederig plekje gevonden. Er volgde een reis waarbij leraren enthousiast gebruik maakten van de aanwezige microfoon, en de meest spannende verhalen door de luidsprekers heen hijgden.
Twee uur later stonden wij voor een grauw gebouw, “Het centrum voor de schone kunsten” geheten. Onze gids was (natuurlijk) een tekenlerares, die met een opgewonden hoofd allemaal informatie over de plaatjes op de muur uit stond te sputteren. Vooral de 17e eeuw met “vanitassen”, “genrestukken” en “gewone stillevens” werden volop met opgedreunde kunstzinnige know-how onze oorschelpjes ingeperst. Dit alles werd aangehoord door plaatselijk museumpersoneel, aangezien de klas zich te goed deed aan ongelooflijk zachte bankjes onder het genot van een discman.
Na deze tijd vol dynamische uitleg, traden wij uit het museum om de rest van de Belgische plaats te bezichtigen. Met het oog op de eventuele cultuurschok waarbij veel mensen gillend en krijsend de drukbereden straat op zouden huppelen, leek het ons veiliger de dikke massa van schattige scholiertjes op te delen in kleinere groepjes. De afgesplitste hoeveelheid adolescentjes waar ik me bij kon voegen, besloot op democratische wijze naar het Rubenshuis te gaan. In dit huis zouden we zien hoe de jongeman genaamd Rubens daadwerkelijk had geleefd. Bordjes geplakt op de posten van de alom aanwezige deuren wezen ons op de vroegere functie van de kamers. Dit was zijn huiskamer! Dit was zijn slaapkamer! Dit was een stuk ruimte waar hij eigenlijk niet zo veel deed maar wat voor de gein is opgevuld met allemaal (verrassing!) schilderijtjes! Goh. Leuk, zeg. Mooi. Wauw. Wanneer gaan we verder?
De rest van de dag verkeerden wij in het centrum van Antwerpen, waar wij met edele passen fabuleuze toeristenattracties hebben mogen waarnemen. Hierbij waren vooral De Blokjes favoriet. Blokjes? Jawel, blokjes. Grijze gedrochten die men in een geinige bui aan de zijkant van de geinige promenade heeft opgesteld, wat lekker geen functie heeft en toch een geinig resultaat geeft. Je kunt van alles met deze Antwerpse Wonderen, zoals het expres veroorzaken van bloeduitstortingen op je dikke enkels door er tegenaan te lopen, of het ouderwetse b(l)okkespringen. Je kunt erop staan, en je met grote ogen verbazen over het feit dat de Antwerpse cultuur méér is dan alleen een stad vol vreemde standbeeldjes met naakte mensen op een weggefrommeld pleintje. Welnee, Antwerpen is ook op het geweldige idee gekomen twee volledig identieke winkels binnen 100 meter van elkaar af te plaatsen. Na het passen van een jurkje kun je de andere winkel in lopen of daar niet toevallig leukere jurkjes zijn, na het rollebollen in de ene winkel kun je verder gaan met het rollebollen in de andere winkel, na het verbaal beledigen van de ene belachelijk geklede verkoopsters kun je verder gaan in de andere winkel vol nog meer belachelijk geklede verkoopsters . De mogelijkheden zijn grenzeloos, in het weelderige Antwerpen.
Om zes uur hobbelden wij weer onze thuisplaats binnen, en parkeerde de buschauffeur met een buitenaardse soepelheid het Busje weer voor de school. Met vermoeide benen liep ik mijn huis binnen, negeerde de veelvuldige vragen van mijn moeder en sleepte mezelf naar boven. Daar evalueerde ik – tussen de tv-reclames door- de dag, wat voor mij eigenlijk niet veel bijzonders was. Gewoon, een ordinaire excursie.
Gepubliceerd op 29 april 2002