Hieperdepiep, ik heb griep.

Ziek zijn. Wat een ellende.
Ik heb het dan nog niet eens over de Mexicaanse griep, de Q-koorts, of een van de andere ziektes die zich door heel Nederland verspreid hebben. Nee, ik bedoel op dit moment alleen nog maar de gewone griep. De griep die ongeveer 2 keer per jaar even zijn gezicht laat zien, en je een paar dagen aan je bed gekluisterd houdt.
De griep is gearriveerd
Een tijdje geleden was het weer zover: de griep stond voor mijn deur. Na hem eerst een paar dagen te hebben genegeerd, moest ik er dan toch aan geloven: ik voelde me zo beroerd, dat ik niet eens langer dan vijf minuten recht overeind kon blijven staan.
Ziek, zwak, misselijkheid van koorts tot hoofd- keel- en buikpijn. Normaal (in betere toestand) zou ik een paar dagen op bed liggen wel hebben kunnen waarderen: een beetje films kijken, muziek luisteren, lekker lang uitslapen, wat wil een mens nog meer? Maar de griep hield me aardig onder de duim: films kijken deed pijn aan mijn ogen, muziek luisteren werkte hoofdpijnverhogend, en alle lekkere dingen die ik naar binnen werkte, kwamen er binnen no-time weer uitzetten. Hartstikke fijn. Het enige wat nog overblijft om overdag te doen is slapen, veel slapen. Zoveel slapen dat je 's nachts geen oog meer dichtdoet. Ook erg fijn.
Afleiding
Ik kan dan ook niet anders zeggen dan dat ik erg blij was, toen ik na een paar dagen van ziek zijn stemmen hoorde, die zich langzaam richting mijn slaapkamer verplaatsten. Het bleken vriendinnen te zijn, die graag niet aangestoken wilden worden met de griep, maar wel even wilden kijken of de zieke nog in leven was. Iets wat door mij heel erg gewaardeerd werd.
Griep kun je het beste nooit hebben. Tenzij je in het bezit bent van een groep hele lieve vriendinnen, en je behoefte hebt aan het enorme overlevingspakket vol ongezonde lekkernijen dat ze met zich meebrengen.