Het verstandskiesdrama

Weken van tevoren gierden de zenuwen al door mijn lijf. Op de nacht van tevoren kon ik niet slapen en de dag zelf ging slopend langzaam voorbij. Gek was het niet; mijn verstandskiezen moesten eruit! Van veel mensen had ik al het een en ander gehoord: van \"het valt best mee joh, ze sjorren gewoon een beetje in mond\" tot \"ik stikte de volgende dag zowat in het bloed!\". Mijn moed zakte nog dieper m’n schoenen in... En daar zat ik dan op de bewuste dag, in de wachtkamer, quasi-cool voor me uit te staren. Er waren meer mensen van mijn leeftijd en die leken totaal niet zenuwachtig! Ik schaamde me al een beetje dat ik mijn moeder had meegenomen. Af en toe kwam er iemand met een opgezwollen wang en een moeilijk kijkend gezicht uit de operatiekamer. Veel kon ik er niet uit op maken. Ik raakte, ondanks mijn zenuwen, in gesprek met een ander slachtoffer van de kaakchirurg. Hij stelde me gerust over de ingreep, om me meteen daarna weer bang te maken met een verhaal over zijn eigen kiezen; het was mis gegaan en hij kwam om de boel nog enigszins te laten redden. Slik. \"Mevrouw van der Wiel, u bent aan de beurt!\" Het was zover! Mijn mond voelde droog en levenloos, en dat kwam niet alleen door de verdoving... Ik nam plaats in de stoel die onmiddellijk als een soort ruimteschip kantelde en opsteeg. Drie hoofden met mondkapjes en mutsjes bogen zich over me heen, ze deden me denken aan ruimtewezens. Ze hieven een vervaarlijk uitziend apparaatje boven mijn mond en een piepend, schurend geluid vulde mijn oren… Daarna werd alles groen. \"Hallo? Voel je je wel goed?\" Een doek werd van mijn hoofd gehaald. In de ruimte naast de operatiekamer zat de chirurg al aan de thee. \"De ingreep is afgelopen, je mag naar huis! In dit zakje zitten je kiezen en dit is een pijnstiller. Over zes weken moet je terugkomen voor de andere kant.\" Tien minuten had het geduurd. Een routineklusje. En het valt best mee. Het gesjor kraakte alleen zo. En het bloed was wel wat vervelend... Gepubliceerd op 19 oktober 2004