Het Stukje - Wiskundeleraars verjaardag 2

Door Camiel
Halverwege de nacht smaakte in het zwarte gat alles zoet. De gedistilleerde drank slurpte ik naar binnen als honing. Ik was weer gaan zitten op de bank, toevallig tussen Julien en Carlos. In de verte dacht ik Frits te herkennen in een dansend persoon. Later zou blijken dat hij zijn eerste salsapasjes van Nina aan het leren was. Karin, de lieftallige gemalin van WL, wist zijn uitzwenkende heupen te ontwijken, terwijl ze hoog boven haar hoofd zachtjes een blad bittergarnituur balanceerde. "Bitterbal?" Zelfs de bitterballen smaakten zoet. En de mosterd leek geen bitterballenmosterd te zijn. "Hoort dat, zulke mosterd?" "Wat is er mis met de mosterd?" "Het is grove mosterd." wees ik. Karin nam het blad over in een andere hand en nam met haar pink een mespuntje van de mosterd op. "Wat dan?" "Prima mosterd, grove mosterd, maar.." en ik doopte er een bitterbal in:"..het blijft minder goed hangen aan het korstje van de bal." Julien zuchtte geïrriteerd, pakte een bitterbal en dweilde die met een stevige zwaai door de klodder mosterd:"Vangen." Ik deed m'n mond open en de bal landde er in. Nu keken zowel Karin, Carlos en Julien me vragend aan. "Hojt!" blies ik:"Hojt, hejthejt... he- he- eejt." "Zeikerd." zuchtte Karin en liep verder:"Hans, deze jongen mag volgend jaar niet meer komen." Wiskundeleraar stak vrolijk zijn bolle glas in de lucht en knipoogde met beide ogen naar ons groepje. Hij had geen moer verstaan van wat zijn vrouw riep. "Waar is dan toch de goede oude tijd van de lagere schoolsnacks?" vroeg ik aan de heren naast me. Ze keken me verbaasd aan om de onzin die ik uitkraamde. "Geen bitterballen, maar politiek correcte huisvrouwensnacks.. gezonde snacks! Nep-shaslicks!" Voor het eerst leek er een stukje herkenning te blinken in de ogen van Carlos: "Met van die zweterige stukjes kaas. Bedoel je die?" Ik knikte:"Cocktailprikkers met gore dingen er op. Die werden uitgedeeld in de klas op verjaardagen van kinderen met ijverige ouders. Stukken knakworst, kaasblokjes, augurk, en.. niet te vergeten: zilveruitjes." "O ja, zilveruitjes." Carlos vertrok bewust z'n gezicht. "In elke klas zat altijd wel een jongetje dat zo dom was om hardop te zeggen dat hij zilveruitjes best lekker vond. Zat-ie rond de klok van tien uur, in de kleine pauze, met achtentwintig van die knapperige groentedwergjes opgescheept." Bauke kwam erbij zitten:"Waar gaat het over?" "Camiele vertelt over zijn lagere schoolperiode." antwoordde Julien. "Zilveruitjes." knikte ik. Bauke kneep z'n ogen samen en knipte in z'n vingers:"Zilveruitjes... Van die..? O, God ja! Zeg Carlos, jij hebt toch ooit eens op die onzin getrakteerd toen je zeven werd? Op zo'n stokje met kaas en worst?" Dromend keek hij voor zich uit:"Dat weet ik nog. Ik was de enige die die rotdingen lustte, dus gaf iedereen ze aan mij. Daar heb ik nu eigenlijk best trek in. Zouden ze dat hebben?" En impulsief als hij was zweefde Bauke richting bar, waar hij met zijn vraag een zeer verbaasde blik op Menno's gezicht toverde. Menno schudde zijn hoofd. "We gaan naar de snackbar!" riep Bauke haast woest toen hij terugkwam. In een directe lijn stormde hij meteen naar de kapstok, dook in de zee van jassen, vond de zijne binnen een half minuutje en snakte bij terugkomst naar zuurstof:"Ik heb nu écht trek in zilveruitjes! Jullie ook?" Ik stond op. Liep naar Frits, die al minuten lang een pasje van vier tellen repeteerde. Nina had de hoop met hem opgegeven en was dieper het café ingevlogen. "Eten. Goed idee." Met onze cilindervormige glazen in de hand liepen we de deur uit, het heelal weer in. Runstraat, drie uur. "Gatverdamme, frisse lucht." jammerde ik. Daarna hinkte ik achter Frits, Joeri (die ook was meegekomen) en Bauke aan. De snackbar bleek aan de overkant te zitten, een dikke tien meter van het café vandaan. Er brandde een sfeervol TL-lichtje en op de TV die in de hoek stond was een Arabische talkshow te zien. Twee mannen stonden op klanten te wachten. "Heeft u zilveruitjes?" smeekte Bauke de mannen. Hij klampte daarbij zijn handen vast aan de toonbank en trok een zielig gezicht. De snackbaruitbater keek Bauke vol medelijden aan. "Ik heb wel berenhap." probeerde hij in gebrekkig Nederlands, op een bijna vragende toon. Bauke zwaaide teleurgesteld zijn arm in de lucht alsof hij net de tram gemist had. "U weet wel wat zilveruitjes zijn." probeerde hij. De man knikte. Joeri grinnikte. "Kan toch?! Misschien weet hij dat niet!" snauwde Bauke Joeri toe. Hij stapte terug van de toonbank en haalde een hand door z'n haar. "Mag ik dan een hamburger van u?" zei Frits op een uiterst beleefde, doch tamelijk neerbuigende toon. De man knikte en schreef het op. "Graag wel lekker doorbakken hè? Zo'n rauwe hap lust ik niet." De man knikte nog een keer. Frits stapte nu ook terug en zetelde zich op een kruk, waarvandaan hij, nippend aan zijn bessenjenever, uitgebreid naar het plafond ging zitten staren. Een minuut later kwamen Bart en Alan de zaak binnen. Men groette elkaar. "Ze hebben hier prima hamburgers, is mij zojuist verteld." zei Frits, zonder zijn blik van het plafond af te halen:"Willen jullie er eentje? Of twee?" Hij wachtte het antwoord niet af:"Mag ik nog twee hamburgers?" En de man sloeg aan het schrijven. Tien minuten later zat iedereen met een hamburger. Frits vroeg hoeveel hij moest betalen. "Achttien vijfenzeventig." las de man af:"Exclusief BTW." Frits draaide zich om en keek ons fronzend aan. Daarna draaide hij terug. "Exclusief? Ik wil graag inclusief.." Dan werd het twintig gulden. Frits betaalde en we liepen naar buiten: Hamburger in de ene hand, glas in de andere. Er viel me op dat er nog erg weinig fietsen stonden. En toen we het café binnenstapten bleven mijn schoenen ook gewoon op de houten vloer staan. De ruimte was een gedeelte van het heelal zoals elke andere kroeg. Wiskundeleraar en Karin waren verdwenen. De meeste klasgenoten ook, eigenlijk zaten alleen Frans en Willem nog met norse gezichten hun biertjes te drinken tussen het onbekende publiek. Menno was afgelost. Siemon was weg. Waar was Siemon? Buiten klonk gelach, dus wandelde ik er heen. Joeri was net bezig om Siemon van de grond af te rapen. Hij had geprobeerd op z'n fiets te stappen, maar verloor zijn evenwicht omdat hij vergeten was dat z'n tweewieler via een ketting aan de mijne was vastgeklonken. "Het feest is afgelopen, WL is weg." zei ik. Siemon knikte en veegde het vuil van z'n broek af. Feesten eindigen altijd plotseling, mompelde ik bij mezelf. Daarom is het goed dat je aan het eind van de avond niet meer weet wat er gebeurt. "Nou zul je het hebben," zei Joeri:"dat jóuw val ruim wordt uitgemeten in zo'n stukje." "Ja.." kreunde Siemon half verstaanbaar. Maar ik maakte met getuite lippen een gebaar dat hij zich daar geen zorgen over hoefde te maken:"Dit ben ik morgen toch allemaal vergeten." Gepubliceerd op 6 april 2000