Het Stukje - Wiskundeleraars verjaardag

Het gebeurde een halve minuut nadat ik Siemon op de Stadhouderskade verteld had over mijn idee: Dat toeristen voorafgaand aan hun avontuur in Amsterdam verplicht zouden moeten worden de ongeschreven verkeersregels van de stad te leren.
Bij het inrijden van de Leidsestraat was het raak. Een drietal in hippiestijl geklede, Zuid-Europese toeristen stak druk pratend de tramrails over, waardoor ik van mijn baan moest wijken en - elke ervaren binnenstadfietser zal hierbij huiveren - de gleuf van de rails niet haaks genoeg overstak. Ik voelde plotseling dat m'n achterband ruw uit evenwicht gebracht werd en de fiets in z'n geheel de harde straatstenen opzocht.
De Runstraat stond volgeparkeerd met fietsen. Daar deden wij nog een schepje bovenop, alvorens Siemon de deur van het café opende. Binnen overspoelde het gekabbel van tientallen gesprekken ons. Ik herinnerde mezelf er nogmaals aan hoe heerlijk deze avond kon worden. De drank was gratis en ik kende binnen bijna iedereen. Hier zou ik het gestresste gevoel van schoolonderzoeken kwijtraken in een ontspannen euforie, een oranje-zwart gat midden in Amsterdam, waar alle natuurwetten zoals we die kennen opgeheven werden, het bekende heelal ophield te bestaan en een nieuw Alles ontstond. Vriendelijke gezichten zogen mij steeds sneller naar binnen, in het door onze Wiskundeleraar afgehuurde gedeelte van café De Doffer.
Van vooraan bij het raam, waar ik als eerste klasgenoten Gideon en Carlijn herkende, tot in de hoek aan het andere uiterste van de ruimte, gevuld met enkele leraren, spraken mensen en maakten een kort gebaar van welkom naar binnentredenden. Degene die echter als eerste onze aandacht kreeg mocht niemand anders zijn dan de man waar het om ging: Wiskundeleraar.
"Gefeliciteerd." riepen Siemon en ik om beurten in zijn gezicht. Hij knikte en glimlachte.
"Trouwens, Camiel is net ontzettend hard op z'n smoel gegaan bij het Leidseplein."
"Straat.. het was de Leidsestraat."
"Wat grappig. Moet je een stukje over schrijven." stelde WL voor en zette een bol Belgisch bierglas aan z'n mond.
"Drank is gratis." vermeldde WL voor hij verder liep:"En de barkeeper heet Menno. Menno!"
Menno, naar mijn inschatting van uiterlijk een student, deed zijn Isaac 'Love Boat' Washington-imitatie.
Men druitelde in zwakke looppas door elkaar heen, druppelde binnen in één of meerdere groepjes en werkte zachtjes mee aan het monotone, druisende geluid waarmee de omgeving gevuld was.
"Wodka-martini voor Andy!" overstemde een geschreeuw aan mijn linkerkant. Het waren lieve klasgenoten die zich voorgenomen hadden een der hunnen tot zijn grote tenen dronken te voeren. Over m'n hoofd heen kwam de bestelling even later daadwerkelijk aangelopen.
"Heeejjjjjjjj.."
"Heej, Fritsie." Frits en ik lachten vriendelijk naar elkaar en staken onze consumptie de lucht in:"Goeiemorgen."
"Bessenjenever?" vroeg ik hem met een vies gezicht.
"Moet jij nodig zeggen met je bier." riep Frits terug:"Er zit meer schuim op bier dan op m'n ochtendurine, derhalve is bier smeriger dan mijn ochtendurine." Het was een van de vele typische oneliners die Frits op zijn repetoire had staan. Squash, huishoudbeurs, zelf je lekke band plakken, rechtenstudenten, UFO's, knotjes in het (hoofd)haar om esthetische doeleinden: Over al deze zaken had de goede knul een (meestal snerende) mening klaar.
Eigenlijk had ik me er al lang bij neer dat bessenjenever tot Frits' officiele drankje benoemd was, maar omdat ik het zo leuk vind om op m'n vrienden te zeiken rakel ik de discussie eens in de zoveel tijd op. Om precies dezelfde reden ben ik de enige op school die nog regelmatig wat zegt over zijn wenkbrauwpiercing.
"Heej Fritsie," lachte Siemon, passerend:"Heeft Camiel al verteld hoe hij net van z'n fiets gelazerd is?"
Frits lachte toen Siemon het uitgebreide verhaal vertelde en dronk intussen door uit z'n bijna lege glas:"Moet je een stukje over schrijven."
"Ja, leuk ja.." klonk er links.
"Is Andy lam ofzo?" vroeg Siemon zich af.
"Vraag hem of hij Pythagoras kan bewijzen. Zo niet, dan istie inderdaad lam." schreef dokter Frits voor.
Naarmate de avond meer richting de twaalf klokslagen stuurde leek er een steeds zwakkere vorm van zwaartekracht te gelden. Mensen liepen, druitelden of zwalkten niet meer voorbij, maar zweefden. Als ik niet beter had geweten zou ik denken dat de ons allen bekende Diego op een gegeven moment langs kwam zwemmen.
En er klonk een hol stemgeluid. WL riep me bij zich, want ik moest aan iemand voorgesteld worden. Weldra richtte ik me op en stroomde door een tunnel van meer en minder bekenden naar hem toe. Op m'n rit zei ik onder andere Siemon, Tristan, Daan, Wester en Marco voor de zoveelste maal die avond gedag. De reis stopte, bij mijn Wiskundeleraar.
"Dit is Camiel, het nieuwste literaire talent van onze school." Daarbij zette hij z'n bolle Belgische bierglas weer aan z'n mond en werd hem de aandacht afgeleid door iemand van een nabijgelegen tafel die een anekdote te vertellen had.
"Wat schrijf je zoal?" vroeg een van de heren aan wie ik was voorgesteld en waarvan ik reeds de naam vergeten was.
"Uitsluitend ontspanningslectuur." antwoordde ik. De mannen moesten lachen, terwijl ik tamelijk serieus was.
"Waar schrijf je dan over?" Ik krabte op m'n hoofd:"Dat weet ik niet. Soms probeer ik achteraf wel eens te kijken of m'n stukjes een thema hebben, maar dat blijkt weinig intellectueel te zijn. Onbewust ben ik er gewoon op uit om zoveel mogelijk respons te veroorzaken."
De man knikte - "jaja" - en stelde me opnieuw een vraag. Een die ik niet verstond.
"Harry wie?" Ik zette m'n hand aan m'n oor:"Nooit van gehoord. Ik lees alleen dunne boekjes, voor m'n lijst weetjewel. Maar ik heb net mondelingen gehad, dus zelfs dat hoeft niet meer."
Ik had dorst, en aangezien ik aan de bar stond geleund hoefde ik alleen maar m'n hand uit te steken naar Menno. Menno pakte een fles gedistilleerde drank van de plank en schonk het met een slap straaltje het cilindervormige glas in. "Geen ijs, nee dank je wel. IJs hoort op een hoorntje." Die oneliner was geleend van Frits.
De vriendelijke man waarmee ik een kort moment mee uit gesprek was geraakt vroeg of ik van Kafka hield. Op hetzelfde moment ontstond er een springvloed in mijn drankje omdat een of andere onoplettende idioot me in het voorbijgaan omver stootte. Geërgerd keek ik om en zag de lijzige gezichten van concierges Frans en Willem, beter bekend als het duo Oetlul & Oetlul.
"Nee." antwoordde ik. Daarmee liet ik gelijk het gesprek doodvallen. Gelukkig landde Siemon net met een zachte, doffe klap naast me neer.
"Wist u dat hij toen we hierheen reden van z'n fiets gevallen is? Op het Leidseplein."
De man knikte, probeerde een emotie uit te drukken, maar wist niet welke:"Wat.. erg."
"Het gaat wel." zei ik.
"Misschien kun je daar wat over schrijven."
Gepubliceerd op 22 maart 2000