Het Stukje - Tradities van Kerst

Door Camiel
Dit verhaal gaat over Kerstmis. Mijn beleving van Kerst is bijna ieder jaar hetzelfde geweest; uiterst voorspelbaar en dat bevalt me. Ook in de laatste dagen van het jaar 1999 nam ik me voor te worden meegesleurd in de clichés van mijn geliefde familie. \'s Middags rond half vier op eerste kerstdag verliet ik de winkel waar ik in het weekend werkte. Ik stapte naar buiten, liep in zuidelijke richting, nadat een van m\'n collega\'s nariep dat ik vooral de groeten aan ome Huub moest doen. Dat beloofde ik. Op feestdagen staat men even massaal op de tram te wachten, terwijl het openbaar vervoer juist besloten heeft het wat rustiger aan te doen. Het beloofde daarom een benauwde situatie te worden in lijn 5, maar dat maakte niet uit, want het was Kerstmis. Al wachtende in het tramhokje dacht ik aan alles wat me die avond tegemoet zou komen. De traditionele kreeft van mijn oudste tante, die men met de zelf meegebrachte notenkraker moet openbreken. De kreeft uiteraard, niet mijn tante. Dit tafereel gaat traditioneel gepaard met onverwacht spuitende waterstralen op je nette kleding waarmee de rode vriend op je bord postuum wraak weet te nemen. Toch is het leuk, want het is voorspelbaar en ik houd van voorspelbaarheid. Het hoofdgerecht is nog veel traditioneler, aangezien ik mij geen vijfentwintigste van december kan herinneren waarop ik anders dan rode kool met haas heb gegeten. Rode kool, op geheimzinnige wijze volgens het recept van mijn oma klaargemaakt. De haas ook, nadat hij geschoten is door ome Huub, de jager van de familie. De tram kwam en ik stapte in. Na wat wurmen wist ik een relatief rustig staanplaatsje te verwerven onder de stinkende oksel van een alcoholische, bejaarde zwerver. Zo reden wij door de straten van Amsterdam. De tramhalte bleef achter met mensen die op lijn 1 wachtten. Bij het wegrijden viel me het affiche aan de buitenkant van het hokje op. \'Heb het lef, wapens weg.\' verkondigde het. Unaniem met mijzelf besloot ik dat de reclamejongens achter deze campagne op de valreep konden meedingen naar de titel \'domste slogan van de eeuw\'. Welke dwaas zou hierdoor overtuigd raken en zijn boksbeugel, aardappelmesje of riotgun vrijwillig afstaan aan de politie? \"Een zalig kerstfeest.\" wenste mijn oudste tante, wier huis ik zojuist was binnengestapt, mij toe. Terwijl mijn vader met z\'n traditiegetrouwe, veilig ingepakte kerstdessert richting keuken liep, wandelde ik in de woonkamer naar m\'n oma toe. Wederom volgde een wisseling van zalige verwensingen. Achter me vertelde mijn moeder in onvervalst Zuid-Limburgs, over de betrekkelijke rust die er op de weg heerste. Intussen sprak mijn vader tegen mijn oom over zijn creatie zoals hij elk jaar doet:\"Eigenlijk is \'ie mislukt.\" Na het hoofdgerecht bleek altijd dat er niets mis mee was. Mijn oma is de zus van ome Huub, de mysterieuze man waarvan ik geen idee heb hoe hij er uitziet, maar die er voor zorgt dat ik op iedere eerste kerstdag aan dezelfde tafel, met dezelfde familie en hetzelfde bestek, na dezelfde kreeft in combinatie met precies dezelfde rode kool als vorige jaren een sappig stuk haas op m\'n bord krijg. Nog even en dan gingen we aan tafel. Ik was in mijn gedachten al bij de haas. Hoe een van mijn tantes of m\'n moeder met de magische woorden:\"Hèt ome Huub de haas geschjoaten?\" onbewust het feest pas écht zou inluiden. Natuurlijk had ome Huub de haas gechoten. Zelfs de dames in kwestie hebben sinds mensenheugenis niet meegemaakt dat er op deze vraag ooit een nee is geantwoord. De bovenstaande, haast religieuze traditie die alleen onze familie kent wordt logisch opgevolgd door de uitroep \'Hè is neet gestruip\' waarbij degene die als eerste een stuk hagel tussen z\'n kiezen voelt knarsen het kogeltje hoog in de lucht dient te houden. Tijdens het eten zat ik op de lange bank, tussen mijn jongste tante en de vriend van m\'n nichtje. Het is erg handig om naast laatstgenoemde te zitten, aangezien hij weet om te gaan met notenkrakers en kreeften, in tegenstelling tot mijzelf. Maar we kregen geen kreeft. Op mijn bord lag avocado. Avocado is erg lekker, maar heiligschennis. Hoe konden ze het in hun hoofd halen vlak voor het einde van de eeuw de tradities volledig ondersteboven te gooien, als een pastoor die van de één op andere dag ranja en stroopwafels gaat staan uitdelen in plaats van wijn en hosti? Toch ontdekte ik dat het nieuwe voorgerecht prima te eten was. Onderwijl was mijn hoofd bij de haas. Het hoofd van onze familie sloop de keuken in voor de laatste voorbereidingen aan haar jaarlijkse hoofdgerecht. Ze leek er vandaag langer over te doen dan voorheen, maar dat kwam, zo bedacht ik me, door mijn concentratie op de deur waardoor zij naar buiten moest komen met aardappelpuree, jus, een grote, warme schaal fruit, de geurende rode kool, maar uiteraard ook - het allerbelangrijkste - de smeuïge, haast aardebruine stukken vlees die, als het meezat, door malsheid van het bot afvielen. Precies zo als de traditie het voorschreef gebeurde dit ook. Tijdens het eten was ik in mijn enthousiasme ome Huub vergeten. Het was de enige echte ome-Huubhaas, dat proefte je zo. Ik kauwde onvoorzichtig op het vlees, wat fout kon aflopen voor mijn kiezen als ik op een van de loden kogeltjes stuitte. Het bleef me bespaard, dus had ik geluk. Iedereen had geluk, maar dat viel me niet op. Aan tafel gingen de gesprekken zoals gedurende de hele avond over actuele onderwerpen in plaats van ome Huub en hagelschoten. Pas bij het oplepelen van het warme fruit boog ik mijn nek weer omhoog en ging ik half staan om een zicht te hebben over het witte tafelkleed, op zoek naar projectieltjes die uit onwetendheid zwijgend naast het bord waren gelegd. Ook verbaasde ik me over mijn beide tantes en m\'n moeder die normaliter bij de eerste happen al geconditioneerd vroegen of \'ome Huub de haas geschjoaten hèt\', terwijl ze nu rustig doorpraatten over pensioenen. Andermans borden waren leeggeraakt, net zoals die van mij zonder hagelvondsten. Allerlaatste hoop kon mijn neef nog bieden. Hij had een ontzettende hekel aan hagel in zijn vlees en zoals het lot beslist liep het in de verleden jaren niet anders dan dat híj meerdere malen op rij degene was die het eerste hagelschot ontdekte tijdens het kauwen. Deze keer vertrok zijn gezicht niet en was hij inmiddels al bezig de laatste restjes vlees van het bot te vergaren. Mijn vader verdween de keuken in voor zijn dessert, terwijl de borden en het gebruikte bestek werden opgeruimd. Wat was er aan de hand? Of mij, of mijn familie ontging iets, waardoor we jarenlage tradities net voor het aanbreken van een nieuw tijdperk afschaften. Onder het geroezemoes van de gesprekken rechts van mij keek ik mijn oma aan, nadat ik besloten had dat als de dochters het niet deden, ik dan als jongste kleinkind maar zou informeren naar ome Huub en de herkomst van de haas. \"Oma..\" zei ik en ze keek op. Tegelijkertijd opende mijn oudste tante de deur naar de keuken en kwam mijn vader daar naar buiten gelopen met een glimmende schaal in zijn handen, waardoor mijn aandacht plotseling verplaatst was. Zodra de schaal op tafel gezet was en ik er een bovenaanzicht op had wist ik aan dit voorteken te zien dat alles nooit meer goed zou komen en twintigste-eeuws Kerstmis zoals we het gekend hadden tot het verleden behoorde. Mijn vader had dit jaar namelijk niet gelogen. Symbolisch voor mijn gevoel lag daar de meest zielige, uitgezakte bavarois die ik ooit gezien had: Het dessert was mislukt. \"Oma..\" herhaalde ik, ditmaal iets haperender dan even daarvoor:\"heeft ome Huub de haas geschoten?\" Mijn vraag veroorzaakte enkele seconden een stilte, totdat mijn oma aanstalten maakte om te antwoorden. Ze sprak en vertelde mij waarom de maaltijd hagelloos was gebleven. Er volgde het verhaal over ome Huub: Hoe deze twee weken geleden het politieburo van Weert was binnengestapt om daar zijn jachtgeweer aan de balie af te geven. Hij had het lef. Gepubliceerd op 17 januari 2000