Het Stukje - Nogara

Na vijf minuten besloot ik maar te roepen op normale grootte van stem:\"Vinnie!!!\" Maar Vincent werd niet wakker, begon zelfs te snurken. Daarom kwam ik overeind. M\'n ogen waren gewend geraakt aan het donker, ik bevond me in de trein richting Rome en lag in de uitgeklapte rugleuning van een bank. Boven me lag iemand, ben vergeten wie, onder me lag Vincent. De ruimte was symmetrisch, dus sliepen aan de overkant nog drie andere reisgenoten. Twee ervan snurkten een duetje.
\"Vincent!\" Ik tikte hem tegen z\'n hoofd:\"Tik tik!! Vinnie!!\" Vinnie werd eindelijk wakker, onder luid gegrom kwam hij overeind.
\"Wat?!!!\"
\"Waar zijn we?\"
\"Je maakt me helemaal wakker om.. Waarom kijk je zelf niet eventjes naar buiten?\"
\"Jij ligt met je knar bij het raam!\"
\"Nou en?!! Jij nu toch ook?!!!\"
Ik krabte me op het hoofd. Om Vinnie te kunnen porren had ik me omgedraaid in het \'bed\' en lag ik zó dicht bij het raam dat m\'n haren af en toe bewogen door het flauwe windje dat naar binnen woei.
\"Sorry.. slaap lekker.\" Ik gaf hem een aai over z\'n bol. Vincent draaide zich op z\'n zij, kroop onder de papieren dekens. Daaronder vandaan vroeg hij me iets:\"Camiel...Mag ik je wat vragen?\"
\"Eh ja..?\"
\"Spoor jij wel helemaal?\"
Einde conversatie. Stof om na te denken. Heel flauw: Een opmerking maken die je zo aan het denken zet dat je á la moment je klep houdt.
\"Wat zit je haar leuk.\" zei ik tegen Tim, die zojuist wakker geworden was van mijn gesprekje met Vincent. Zijn rooie haar stak alle kanten op en deed me denken aan een plaatje uit mijn natuurkundeboek waar een vrouw haar hand gelegd heeft op een bolvormige electrische geleider.
\"Ach,\" antwoordde hij, terwijl hij het kapsel nog warriger maakte dan het was:\"Punk is weer helemaal in..\"
\"Ik vroeg me af waar we waren.\" vertelde ik Tim:\"We staan al bijna een kwartier stil.\" Ook Tim draaide zich zo om dat zijn hoofd aan de raamkant terecht kwam.
\"We zijn in Uscita.\"
\"Uscita?\"
\"Ja, kijk daar maar, op dat bord.\" Slaperig wees hij in de richting van het dorpse, witte stationsgebouwtje. Er brandde licht. Ik schudde mijn hoofd en wees de Johnny Rotten-look-a-like het goede bord aan:\"Nogara.\"
\"Frits..\" siste ik. Frits reageerde niet.
\"Fritsie.... Meneer Hermans!!\" Nog steeds geen reactie. In mijn ooghoek zag ik een plastic bekertje staan.
\"Gatverdamme! Zak hooi! Wat een hel!!\" brulde Frits:\"Wat doe je?!! Wat heb je gedaan?!!\"
\"Sorry knul, wist niet dat er nog wat in zat.\" probeerde ik me te verontschuldigen, maar hij raasde door.
\"Wat ben je voor een zak hooi om me te gaan lopen bekogelen met bekertjes.. Wat zat daar in?\"
\"Mijn lenzenvloeistof..\" mompelde Vincent vanuit zijn foetushouding. Hij was nog niet opnieuw ingeslapen.
\"Wat een... Hel!!\" Frits lanceerde zich met een ferme zwaai uit zijn slaapplaats, maar schatte de afstand tot de grond verkeerd in. Een geraas vulde de ruimte, toen het afgelopen was herhaalde het ongelukkige springdier nogmaals zijn woorden van ergernis:\"Wat een vreselijke hhhhheeeeeeel!!!!\"
\"Poot gebroken?\" peilde ik de toestand.
\"Hier ligt Poot, hij is dood...\" kreunde Frits, languit liggend op de plakkerige vloer van ons couchet:\"Maar ik ben wel wakker! Waar zijn we?\" \"Nogara!\" zongen Tim en ik in koor, als twee televisiestemmen die mochten onthullen waar de winnaars van een kwis heen gingen.
\"Dat ligt toch bij Abcoude?\" vroeg Fritsie, terwijl hij zich omhoog hees aan het bed van Vincent.
Boudewijn schudde zijn hoofd, voor het eerst sinds hij wakker was geworden op het bovenste bed aan de overkant:\"Nogara.. van de watervallen.
Jeweetwel..\"
\"Ik hoor anders geen water. En ik kan me herinneren dat de grens tussen de VS en Canada niet op de weg naar Rome ligt.\"
\"We zitten tussen Verona en Bologna.\"
Voor de tweede keer in dat kwartier wist Vinnie een stilte te laten vallen met zijn opmerkingen zonder zich uit zijn slaaphouding te bewegen.
Een half uur later stond ons wagonnetje nog net zo stil. Frits en ik besloten uit het raam te gaan hangen en een gesprekje aan te gaan met de plaatselijke bevolking. Helaas voor ons lag de plaatselijke bevolking in haar bed te meuren, net zoals het grootste gedeelte van onze medepassagiers dezer trein. Zo klonk er een luid zagend geluid door het dunne muurtje dat onze ruimte afsloot van die van het saaie stelletje Duitsers naast ons.
Humorloze eikels waren het, al uren pisnijdig over de lege fles drank die per ongeluk hun raam was komen binnenvliegen. De nerveus langslopende conducteurs waren ook al niet in de gelegenheid voor een goed gesprek. De Italiaan, door Frits al gauw Luigi genoemd (wij noemden elke Italiaan waarvan we de naam niet wisten Luigi), waggelde wanhopig achter zijn collega aan. Deze collega doopten we tot Heinrich, omdat Vincent hem Duits had horen praten. Ik vond het geen goede reden om Heinrich een Duitser te noemen. Als ik in Italië Italiaans ga lopen schreeuwen maakt mij dat nog geen Italiaan.
\"Yo Heinrich..\" fluisterde Frits al voor de tweede keer naar de gemillimeterde man in uniform toen hij langs ons raam liep. Heinrich reageerde echter niet, daar was hij te gestresst voor.
\"Frits!\" fluisterschreeuwde Liewe een raam verderop. Razendsnel draaiden onze hoofden, door het kleine raampje gestoken, naar links.
\"Hé puto!\" gilde Frits zachtjes:\"Jij ook wakker?\"
\"Ja.. Bedankt. Kun je nou nooit een keertje je muil houden? Er zitten honderden ramen in deze trein, achter elk daarvan liggen mensen op krakkemikkige bedden, onder fokking papieren dekens.. Het zal wel weer niet anders kunnen dan dat het het raam van Frits Hermans is waar achter vandaan geblerd wordt om vijf uur \'s ochtends. In godsnaam.. Houd.. Je.. BEK!!\" Met een klap was het links van ons stil geworden.
\"Ik wilde hem net vragen of hij meeging op verkenning.. Praatje maken met Luigi of Heinrich. Ga jij mee, my dear?\"
Schuchter keken we om ons heen toen we het mistige perron opstapten. Vervolgens namen we een sierlijk sprongetje van het trapje. Onze eerste voetstappen op Italiaanse bodem deze reis waren twijfelachtig.
\"Dit lijkt wel die ehh.. film.. van Anna Karenina-dinges, weetjewel? Op dat mistige perron.\" zei ik.
\"Gaaf! Mag ik Greta Garbo zijn?!!\" riep Frits semi-enthousiast. Ik keek hem aan. Hij droeg een T-shirt (plus zonnebril.. Frits nam de uitspraak \'In Italië schijnt altijd de zon\' erg letterlijk), z\'n boxershort en onderaan z\'n verkippenvelde benen een paar stevige schoenen.
\"Ik wist dat ik wat vergeten was bij het aankleden, zal ik even teruggaan om m\'n broek aan te trekken?\"
\"Denk niet dat er veel mensen zijn die zich ergeren aan jouw klederdracht.. Wat zijn het, zeilscheepjes?\" Ik wees naar het motief op Frits z\'n onderbroek:\"..en Greta Garbo had ook geen broek aan..\"
\"Laten we maar even naar voren lopen.\" stelde de jongen met de zeilschipboxer voor. En samen liepen we richting locomotief, nog even zwaaiend naar Yaella, die uit het raam van haar couchet hing.
Ik lieg. We liepen helemaal niet naar de locomotief. Er was namelijk geen locomotief te vinden aan de voorkant van onze trein. Dan schoot het reisje inderdaad niet hard op. In de voorste wagon brandde licht, maar we konden niet naar binnen kijken.
\"Geef effe pootje..\" Frits maakte er een assertief gebaar bij. Ik zuchtte verveeld:\"Pas je op voor m\'n rug; niet dat ik straks allemaal vervelend gekraak hoor.\"
Frits keek me verbaasd aan, wees op zijn magere blote benen:\"Zwaargewichtje hè?\" Dus stemde ik in, ging met mijn rug tegen de stoffige wagon staan, handen gevouwen, zodat m\'n kameraad er in kon klimmen.
\"Zie je wat?\" heeg ik zachtjes. Er steunden twee vrij massieve schoenen op m\'n schouders. De zolen lieten afdrukken achter in m\'n trui.
\"Ik zie zeker wat!\" fluisterschreeuwde Fritsie enthousiast terug.\"
\"Wat dan?!!\" riep ik geïrriteerd. M\'n te luide stem werd afgestraft door de sadistische schoenzolen:\"Houd je bek...\"
\"Wat zie je?\" fluisterde ik, ditmaal zachtjes.
\"Ehhmm... Het zijn Heinrich en Luigi.\"
\"Is het leuk voer voer voor een stukje?\" vroeg ik.
Er ging een licht branden op de seinpaal naast ons, verder bleef het muisstil in Nogara.
\"Mag ik eens?\" Vrijwel meteen stemde Frits in, klom van mijn nek af. Ik wreef er overheen om de afrdrukken van zijn zolen niet meer te voelen. Het leek niet meer zo stil als eerst, maar besteedde er geen aandacht aan.
\"Geef poot.\" Frits gaf poot, ik klom op zijn schouders (zette mijn voeten lekker hard neer) en tuurde de fel verlichte wagon in. Dat duurde overigens niet lang, want door een schrikreactie van Frits en een doffe klap die de nieuwe locomotief in mijn rechterooghoek veroorzaakte donderde ik van de twee iele schouders af, nadat ik nog net een moment lang de twee conducteurs had kunnen zien. Toen ik van het koude beton opkrabbelde hoorden mijn medegluurder en ik van binnen hysterisch gekrijs en wanhopige excuses klinken.
\"Cool.\"
\"Zeker weten.\" beaamde Frits.
M\'n knie deed pijn, daarom huppelde ik meer dan dat ik naar onze wagon rende. \"Wat is er gebeurd?\" riepen Tim en Vincent opgewonden toen we net wilden instappen bij de deur aan de voorkant van onze wagon. Omdat we ons verhaal zo snel mogelijk kwijt wilden besloten we nog niet in te stappen, maar naar het raam te rennen en daar alvast ons verhaal te vertellen. Niet alleen de jongens uit onze coupé luisterden aandachtig, ook de dames en heren achter andere raampjes waren benieuwd wat we voor aan de trein, staand op elkaars schouders hadden uitgevoerd.
\"Heinrich en Luigi!\" kermde ik, bijna onverstaanbaar door mijn gelach. Ik stak een overdreven, aangedikt, sterk verhaal af tegen mijn klasgenoten in de trein. Daarbij gebruikte ik mijn armen volop, maakte vele gebaren. Ik ging zo in mijn eigen verhaal op dat ik niet doorhad dat Frits me al voor de tweede keer op de schouder tikte toen ik omkeek. De seinpaal was alwéér van kleur veranderd en de trein kwam langzaam uit stilstand.
\"Hij gaat rijden!!\" peeuwde de schaarsgeklede klasgenoot.
\"Dat zie ik Fritsie!! Wat gaan we daar aan doen?\"
\"De deur!!\" Frits wilde naar de voorkant van de wagon rennen, maar ik hield hem tegen door hem aan z\'n Gaastra-shirt te trekken.
\"Die is hartstikke potdicht, we moeten via het raam.\"
Intussen liepen we samen in een stevig looppasje met de trein mee. Yaella begon als eerste te gillen, snel gevolgd door bijna elke klasgenoot die zich achter een van de ramen had geschaard. De Duitsers uit de coupé naast ons beleefden daarentegen de tijd van hun leven.
\"Pak m\'n hand!\" Schreeuwde Vincent tegen Frits, terwijl we begonnen te rennen. Frits pakte Vinnies hand, Boudewijn trok mee, waarna Vincent Frits niet meer kon houden en hem losliet. Tot overmaat van ramp begon z\'n boxershort ook nog eens af te zakken.
Yaella stak haar hand uit, Tithia stond er naast: Ik greep ze
allebei maar, want kiezen is moeilijk en ik wilde niemand beledigen. In navolging van Fritsie hing ook ik nu aan de zijkant van een trein die op het punt stond zijn perron te verlaten, maar had tenminste mijn broek nog aan.
Gepubliceerd op 10 juni 1999