Het Stukje - Neo Natie

Tijdens de lessen Latijn wil ik me, en Maarten naast mij, nogal eens vervelen. Dan vervallen we in absurde gesprekken en vergeten we de door Cicero beschreven klassieke filosofieën waarop onze beschaving gebouwd is. We schrijven het jaar 2000. Ergens in februari dwaalde ons gesprek van slecht zittende stoelen af naar de paus. Hoe onze hersenen gekronkeld hadden weet ik niet meer, maar het eindigde met een weddenschap. Maarten moest de paus vermoorden. Als hij slaagde was ik hem vijfentwintig gulden verschuldigd.
En zo sloeg Maarten aan het denken. Op zich was het al een moeilijke taak om de paus om te brengen, laat staan dat je, zoals mijn goede vriend, het streven had hier ongestraft vanaf te komen.
\"We verklaren hem gewoon de oorlog. Want in oorlog is alles geoorloofd.\" Het zou erg flauw staan als ik dat zou gaan weerspreken. Bovendien vond ik het wel een leuk idee, oorlog. We hebben immers al een lange tijd geen leuke oorlog meer gehad. Zeker onze generatie, die zich de twee wereldoorlogen alleen maar uit boeken kan herinneren, snakt tegenwoordig naar een wat interessantere ruzie met wapens dan de gewoonlijke saaie balkanconflicten.
Het probleem was echter dat Maarten en Camiel niet de personen in Nederland waren die mochten beslissen of er een oorlog werd aangegaan met Vaticaanstad. Daarom kwam ik - Maarten beweert dat het van hem kwam - op het inventieve idee zelf een staat te stichten en daarin te doen wat wij wilden. Camiel-en-Maartenland doopte ik het alvast. Maarten vond Maarten-en-Camielland mooier klinken. Zo bleken er bij het afgaan van de bel nog genoeg punten te bespreken voor de volgende conferentie ter oprichting van onze nieuwe staat en schudden wij elkaar vriendelijk de hand.
In de pauze bekeken we volgens ingegroeide gebruiken voorbijgangers in de kantine, op de vensterbank, met het binnenplein in de rug. Rechts van me telde ik Tithia, Frits, Bibiene, Ankama en Maarten. Niemand zei wat. Voor ons waren Rishi en Siemon wél druk in gesprek, terwijl ze geregeld vertraagde trappen op elkaars lichamen gaven. De een beweerde de ander een gruwelijk pak slaag te hebben gegeven op de karatetraining van vorige avond. Uiteraard bleek het precies andersom gebeurd te zijn, aldus de ander.
Terwijl Siemon zachtjes zijn voet liet landen in de knieholte van Rishi verloor hij bijna zijn evenwicht door een twee meter lange gorilla die zonder waarschuwing zich door de vollopende kantine manouvreerde. Gorilla schroefde de nieuwe tafels klaar, timmerde, plaatste banken en had met zijn collega de pooltafel (een pooltafel?) binnengedragen.
\"Wij gaan poolen, en wel deze week nog.\" besloot Maarten. Ik notuleerde het als een agendapunt op de Tweede Conferentie van Camiel-en-Maartenland. Als we de tafel nu alvast reserveerden door er twee guldens neer te leggen konden we misschien nog net voor het weekend een partijtje spelen.
\"Een wat?\"
\"Een grensovergang.\" legde ik onze leraar Latijn uit. Ik wees met m\'n vinger langs de witte tape die ik vastgeplakt had over het gedeelte vloer langs onze twee tafels, achter in de hoek van het lokaal:\"Dit is onze soevereine staat.\"
Maarten knikte ter bevestiging.
\"En waarom hebben jullie een staat gesticht?\"
\"Daar kunnen we op dit moment nog geen uitspraak over doen. Ik wil er wel bij zeggen dat we er volgens de 14 stellingen van Wilson recht op hebben.\"
\"Pardon?\" Het gezicht van onze leraar nam een perplexe houding aan, waarbij het voorhoofd zich naar beneden kromde en zijn bovenlip, inclusief snor, de tegengestelde richting in bewoog.
\"Ieder volk heeft recht op zelfbeschikking.\" zei Maarten.\"
\"Zijn jullie een apart volk?!\" Latijnleraar leek te schrikken.
\"Eh. Ja.\" antwoordde ik en krabte op m\'n hoofd:\"We zijn allebei..\" En ik keek naar Maarten.
\"Blond haar en blauwe ogen. Dat is het. We hebben allebei blond haar en blauwe ogen.\" legde hij geimproviseerd uit.
\"Precies. Groen mag ook. Toch?\" Ik keek Maarten aan:\"Ik heb een beetje groen er in. In m\'n ogen. Dat mag ook.\"
De goede man droop af naar de voorkant van de klas, ons stilletjes voor gek verklarend. Zodra hij was gaan zitten begon de les, en tegelijk de Tweede Conferentie van Camiel-en-Maartenland. Daarin zouden we een aantal belangrijke zaken besluiten. We werden allebei staatshoofd. Maarten en ik werden de eerste consuls van de nieuwe staat. Het systeem van regeren zou fasjisties worden, omdat we er van uit gingen dat de paus des te meer in z\'n jurk zou schijten als hij het aan de stok kreeg met een oorlogsvijand die bestuurd werd volgens een regeringsvorm die iedereen vreesde. We kwamen niet uit de naam. Zowel Camiel-en-Maartenland als Maarten-en-Camielland werd niet unaniem aangenomen, dus moest er worden gezocht naar een andere naam. Maarten vond er een mooie. Aangezien we een nieuwe staat hadden gesticht, en wel in het lokaal van de talen Latijn en Grieks, moest er een klassiek tintje aan gegeven worden. Onze nieuwe natie doopten wij \'Neo Natie\'.
Na afloop van die tweede, vermoeiende vergadering zaten we net als de vorige dag in de kantine. Op dezelfde plaats, voor zover men daar nog van kon spreken. Tithia, noch Frits, Bibiene, Ankama en Maarten zaten op de vensterbank. De plek waar wij dagelijks lunchten had meubilair gekregen. Stoelen waar je daadwerkelijk op kon zitten: Het donkere hout en de ronde rug- en armleuning, maar vooral het zachte, leren zitvlak, afgezet met koperen knoppen, waren met lof goedgekeurd door mijn klasgenoten toen ik met twee kipburgers terugkwam van de kantinewinkel. Een ervan gaf ik aan Maarten, samen met z\'n wisselgeld.
\"Denk erom, dat kunnen we allemaal gewoon declareren op kosten van de staatskas van Neo Natie.\" zei ik tegen hem, me omdraaiend naar de pooltafel om te kijken hoe lang het nog zou duren voor we aan de beurt waren.
\"Kijk, planten! We hebben planten.\" riep Frits uit. Al onze hoofden draaiden zich dezelfde kant uit. Daar stond namelijk, in een onopgemerkte hoek van de kantine (midden in de doorgang) een sansiferia-achtige kitschplant. Het was een donkergroen gevaarte met dikke bladeren dat mij als eerste deed denken aan muziek van James Last, kaasfondue, zitzakken en een gemixt aroma van wiet en wierook.
Maarten liep er naar toe, graaide wat in de pot waar de nieuwe versiering in geworteld was en kwam terug. Op drie meter afstand van ons groepje zette hij een eerder opgeraapt koffiebekertje op de grond. Terug gekomen gaf hij mij een hand vol vochtabsorberende korrels.
\"Ieder tien keer gooien, wie het meest raakt wint.\"
\"En als we even veel gooien?\"
\"Dan beslissen we het met een kort spelletje kamertje verhuren.\"
\"Een troon?\"
\"Een troon, inderdaad.\" antwoordde Maarten:\"Een echte dictator heeft een goeie troon nodig om zijn onredelijke uitspraken op te doen. Zonder troon geen totalitaire staat!\" Bij zijn laatste woorden trok hij zijn onderlip over zijn mond en sloeg met een sterke rechtervuist op tafel. Tegelijkertijd was het mijn taak om op te staan en vol overgave te applaudisseren, zoals we hadden afgesproken te doen wanneer een van ons een statement gemaakt had. Of als we überhaupt iets zeiden, dan konden we ook klappen.
\"En jij?\" keek Latijnleraar me aan:\"Jij hebt geen troon?\" Ik keek naar de gloednieuwe stoel die mijn collega consul meegenomen had uit de kantine: Donker hout, ronde rug- en armleuning, leren zitvlak, koperen knoppen.
\"Persoonlijk gaat mijn voorkeur nogal uit naar de stoel van de conrector. Omdat het redelijk wat moeite kost zijn kantoor binnen te dringen zal ik het de eerstvolgende tijd nog met dit afgeragde armoezaaierskrukje moeten doen. Maar mijn statussymbool zal er komen!\" Het verheven volume van mijn laatste uitspraak was het teken voor Maarten om op zijn beurt voor mij te klappen.
\"Je moet er bij staan.\" beet ik hem fluisterschreeuwend toe. Dus stond Maarten op. Intussen applaudisseerde hij ijverig door. Zo had Neo Natie er naast Vaticaanstad een nieuwe vijand bij: De Latijnleraar. Het jammerlijke daarvan was dat we deze partij iets meer te vrezen hadden dan onze eerste oorlogspartner. Want wie had de paus achter zich staan? Een Zwitserse garde die al vijf eeuwen met dezelfde geavanceerde wapenrusting rondmarcheert? God? Nee, van Onze Heilige Vader hadden we niets te vrezen. Daarentegen zou een leraar in een kwartier intensief lobbyen met zijn collega\'s al een dodelijk cijferembargo tegen ons kunnen afkondigen. De laatste ronde schoolonderzoeken lag in het vooruitzicht, en wetende wie dit gingen nakijken zou een dergelijke sanctie niet vrolijk stemmen.
De lerarenkamer besliste anders. Er moest gepraat worden; door hun vertegenwoordiger, de conrector, samen met de voltallige bevolking van de vrijstaat Neo Natie: Camiel en Maarten.
Hij wreef met duim en wijsvinger in zijn binnenste ooghoeken toen wij ons verhaal deden. Af en toe knikte hij om duidelijk te maken dat hij nog luisterde.
\"Jullie weten dat dit een katholieke school is.\" begon Conrector te praten. Zijn stem was kalm en zacht. Als we ons niet goed concentreerden was hij niet te verstaan.
\"En in deze school eisen jullie van de een op andere dag twee vierkante meter op als grondgebied voor jullie eigen land..\"
\"Neo Natie.\" voegde ik tussendoor met een brede glimlach toe.
\"Over die naam zullen we het straks nog wel hebben.\" sprak hij langzaam, diep zuchtend:\"Maar wat ik wil weten. Waarom willen jullie de paus dood hebben?\"
Ik keek Maarten aan. Het was immers zijn idee. Hij keek terug.
\"Jij had het toch bedacht?\" zei hij.
\"Ho maar.\" onderbrak de onderhandelaar:\"Ik zal een andere vraag stellen. Waarom willen jullie oorlog?\" We gingen er goed voor zitten. Dit waren kwesties van het makkelijker soort. Vragen van het kaliber Get The Picture. Maarten nam als eerste het woord:
\"Ik krijg van hem een geeltje als ik de paus doodmaak.\" Dat was niet hetzelfde als ik in m\'n hoofd had, dus onderbrak ik hem.
\"Uit onvrede. Wij hebben onszelf onafhankelijk verklaard omdat we weigeren volgens de regels van de staat der Nederlanden te leven. Wij zijn achttien jaar oud en streven in de nadagen van onze puberteit naar het trappen tegen alles wat we tegenkomen. Los daarvan beschouwen we ons als een apart volk.\" De conrector knikte terwijl hij overeind kwam uit zijn ontspannen zithouding. Het was een prachtige stoel waar hij in zat. Vanaf de andere kant van het bureau kon je ruiken dat het een nieuwe was.
\"Een volk, bestaande uit twee mensen?\" Dat verbaasde de vermoeide man.
\"Ja.. het is natuurlijk nog een geschiedenis in zijn begindagen, maar men moet ergens starten. We hebben de pooltafel al gereserveerd. Verwacht wordt dat we vanmiddag aan de beurt zijn. Daarvoor hebben we alle schone jonge maagden die we kennen uitgenodigd te komen kijken naar onze spelen. En zodra Maarten afstoot begint het.\"
\"Het?\"
\"Onze eigen kleine Sabijnse Maagdenroof. Zonder vrouwen zou ons volk immers niet langer dan de tijd van één leven bestaan.\" Met zijn mond opengeschoven knikte hij nog maar een keer. Ongevraagd ging Maarten verder in het verhaal van onze ambities. \"Het blijft natuurlijk niet bij de twee vierkante meter in dat ene lokaal. We gaan ook koloniën stichten. Met Frank en Matthijs, waar we naast zitten tijdens onze lessen Nederlands, onderhandelen we momenteel over eventuele gebiedsuitbreiding in het betreffende lokaal.\"
\"Verder hebben we plannen voor de lokalen van vakken als Engels, economie en natuurkunde. Zelfs de kantine. Allemaal onder de noemer van de Verenigde Neo Naties.\"
\"Neo-nazi\'s?\"
\"Neeheee! Neo Natie! Met teej-i-eej.\" Snapte die man dan ook niets?
\"Wij zijn wel fasjisties, maar niet naatzies. Fasjisme is namelijk een perfect ingredient voor een stevig robbetje oorlog.\" zo legde Maarten uit. Hij stuitte op een nee-schuddend hoofd.
\"Vijftig jaar geleden misschien.\" De man richtte zich op:\"Als je vandaag de dag nog serieus genomen wil worden moet je met iets nieuws komen. Fascisme, dat is al gedaan. Hartstikke passé.\"
Beteuterd liep ik het kantoor uit. De conrector legde zijn hand op m\'n schouders.
\"Jullie zijn toch origineel genoeg? Er zijn zat dictatoriale regeringsvormen over om te gebruiken, daar zit vast wel wat tussen dat nog niet gedaan is.\" Ik keek naar m\'n tenen.
\"En moeten jullie je bovendien niet met zinnigere dingen bezighouden? Schoolonderzoeken ofzo? Hoe sta je er voor?\" Ik tuitte mijn lippen wat, mompelde woorden als \'gaat wel\'.
\"En Maarten? Hoe sta jij erv..\" Hij draaide zich om, maar daar stond niemand. Maarten was enige seconden eerder al de gang uitgehinkt met de zware, leren directeursfauteuil van onze conrector.
Gepubliceerd op 22 februari 2000