Het Stukje - Het Laatste Ochtendmaal

Door Camiel
Rust, een nerveuze rust kenmerkt de laatste twee maanden voor het eindexamen. Overdag zit ik soms in halflege lokalen te staren naar het uiteinde van het klaslokaal dat wazig naar een punt in de horizon verdwijnt. Thuis doe je weinig tot niks. Af en toe neem je een wiskundesom tot je alsof het een pil is die geen effect lijkt te hebben. Na het oplossen voel je je niet slimmer. Je hebt geen zin in de dingen waar je normaal een voorkeur aan geeft. Uit een verbeten drang tot geestdoding heb ik vrijwel constant James Last, Bert Kaempfert en andere orkesten op mijn draaitafel liggen, afgewisseld met ontzettend melige, zeurende orgelmuziek. Zo ook op het moment dat ik ondersteboven op mijn bed in een volledig verduisterde kamer de telefoon drie keer had laten overgaan. Ik zette de plaat af en ving met een vermoeide kreun het gesprek met Maarten aan. Morgen om negen uur precies moest het gaan gebeuren. Twee dagen later stond ik bij de ingang van de feestelijke gelegenheid mijner school, in de volksmond \'soos\' genaamd. Als een oud mannetje bestudeerde ik passerende vrouwenlichamen en probeerde tegelijkertijd een gesprek te voeren met Douwe. \"In de afgelopen twee weken zijn we daar maar liefst twee keer terecht gekomen.\" \'Dáár\' staat voor het uitgaansgebied rond het Leidseplein, de laatste strohalm waar men terecht komt indien een avond niet op gang is gekomen. Stap langs de uitsmijters, huppel de trap op en verdwaal in de benauwde toko van ene Toon. De kans is groot dat je een van mijn schoolgenoten tegenkomt. Van sommigen weet ik het zeker, van velen vermoed ik het, dat ze uitgaan zien als een vreselijk, noodzakelijk kwaad. Wie niets doet op zijn zaterdagavond verliest een jeugdig weekend. Allemaal zijn we bang gemaakt en raken per dag nerveuzer. De druk van een eindexamen is te overzien, dat hindernisje halen zelfs domme mensen, maar de angst om in hetzelfde gat te glijden als de volwassenen om ons heen, die betreuren dat ze niet voor hun vijfentwintigste jaar een respectabele hoeveelheid miljoenen (euro\'s) op de bank hadden staan is overheersend in VWO-levens. Doe iets niet en je ligt eruit: Het maakt je niet meer uit dat je lelijk bent, hebt geen zin om contacten te leggen en besluit na het zien van een best wel grappig reclamespotje je in te schrijven voor de PABO. Dus lachen de jongetjes flirtend naar de meisjes zolang hun tanden nog echt zijn. De vrouwelijke helft der gedoemden laat zich één voor één door dezelfde gladjanus nemen voordat niemand meer wat in ze ziet. Aandacht is aandacht. IJskoud, statig namen we het pakket aan van de man in smoking. Om negen uur \'s ochtends in lokaal C32, waar Latijn gegeven wordt, ontvingen Maarten en Camiel een champagneontbijt. Een gevoel van overwinning vervulde me, omdat ik zag dat iedereen dacht dat we gek waren. Let wel: Het leuke gedeelte van onze operatie zou pas ingaan wanneer men de geschiedenis in de pauze doorvertelde aan de rest van de school, in het bijzonder de mensen die mij niet zo goed kennen en dat ook helemaal niet willen, aangezien ik hartstikke GEK! ben en ze enkel van gezicht ken tijdens het lopen door de gangen, of ooit ben tegengekomen in de vervelende uitgaansgelegenheden waar Venga- en Backstreetboys regeren, rum wordt verdronken in cola en er bij toiletjuffrouwen nog geen bedankje af kan voor de gulden die je op hun bordjes laat kletteren, ondanks het feit dat je netjes, broodnuchter op de vlieg in het urinoir gemikt hebt. Op de feestelijke gelegenheid mijner school had Julien de taak van Douwe als gesprekspartner overgenomen. Ik staarde brokkelend naar de oranje tegeltjes waar de toiletwanden mee bezet waren terwijl Julien al een tijdje gereed stond met een tipje en halfverfrommeld vloeipapier. \"Camiele, als Willem binnenkomt moet je het maar even zeggen.\" zei hij. Ik knikte. Ook al had ik met Douwe net nog ijverig lopen kankeren op het uitgaan rond het Leidseplein, erg veel verfijnder waren wij momenteel niet bezig. Ik draaide mijn gezichtsveld rond. Joeri liep binnen en deed een aanzienlijke poging zijn straal op de vlieg te laten klateren. \"Stoute jongens.\" mompelde hij:\"Stiekem jointjes draaien op school.\" Op zijn smoelwerk stond de onvervalste Joerigrijns. Hij en de rest van het beruchte zestal hadden de afgelopen zes jaar bij zowel leraren, concierges als schoolleiding bekend gestaan als de knettere Pietjes Bell van de soos. Geen enkele verwondering vulde dan ook enig gezicht in de toiletruimte toen Willem met een vermoeid gezicht voor ons stond. \"Jongens..\" zuchtte hij:\"Wat moet ik met jullie?\" \"Ah, kom op Wilm.\" antwoordde Julien amicaal. \"Wat wou je gaan doen, Hasjhond?\" zei Joeri iets minder vriendelijk. Intussen stak Julien zijn creatie op, een kegelvormig mislukkelingetje waarmee je je om esthetische redenen niet buiten de ruimte zou durven te begeven. Willem stond erbij, aarzelde even en deed toen zijn mond open. Met een wijzende vinger zei hij:\"Waag het níet te zakken voor jullie examens.\" Er moest een plengoffer komen. Romeinen plengden hun offers ook. En offerden wij geen pleng, dan zou er een reusachtige vloek over ons bestaan uitgesproken worden. Al plengofferend begonnen Maarten en ik aan ons eerste croissantje. Het is echter de kunst om niet te veel te beplengen, aangezien je dan té veel champagne verkwist aan de goden en bovendien de vloer van het lokaal zo drijfnat wordt dat het offer langzaam richting Ankama en Bibiene stroomt, wat de dames niet zo op prijs stellen. Op een zo decadent mogelijke wijze klinkten wij onze van bubbels ontploffende glazen tegen elkaar en gingen ontspannen onderuit zitten luisteren naar een les over het Epicureïsche genot. Weer belandde ik bij een ander groepje mensen. Ditmaal stonden Yaella en Scheikundeleraar naast me. \"En wat staat hier?\" vroeg hij aan haar. Yaella keek op het schermpje van haar Nokia:\"Daar staan de telefoonnummers.\" Yaella\'s telefoon \'spreekt\' Hebreeuws, een bezienswaardigheid die het geweldig doet op alle feesten en partijen. \"En spreek je dat zelf ook?\" Yaella knikte bescheiden. Het lag niet in haar aard om direct als een vertegenwoordiger spraakwatervallen aan zin en onzin over een klein apparaatje uit te storten. Zelf was ik een beetje afgedwaald met mijn gedachten. Uit alle macht probeerde ik muziek te herkennen uit de continue stroom herrie die het donkere hol verliet. Hoe zeer ik het ook probeerde, geen enkele andere melodie dan \'Afrikaan Beat\' van Bert Kaempfert weerkaatste mijn schedel door. Ik werd er tamelijk vrolijk van. Op het ritme van de denkbeeldige trompet in mijn hoofd wandelde ik richting dansvloer. \"Dag Carlos, dag Nina..\" \"Dag Camiel.\" \"Ha die Wieger.\" Wieger knikte vriendelijk, met op elkaar geperste lippen glimlachte hij. \"Kimia!!\" \"Capiet. Gaat \'ie een beetje?\" \"Dag Bauke. Dag Dinges.. hoe? En wanneer ben je jarig? Wat vet, Vinnie ook. En James Joyce.. Ken je Vinnie?\" De donkere ruimte was volgestauwd met homeboys en -girls, zwaaiende handen. Ik merkte Shil op. Met wie stond zij nou te dansen? Eenmaal in het midden van de massa aanbeland besloot ik me te mengen in het primitieve, doch onderhoudende ritueel der dans. En terwijl ik de stoer kijkende mensen kwaad zag meerappen over gin, juice, bitches in de woonkamer die on getten tot zes uur \'s ochtends en tot die tijd niet vertrekken, bewoog ik mij met een brede glimlach op de klanken van \'Swinging Safari\'. Van beide sozen (v/m sozen..) die ik op deze school had meegemaakt scheen deze toch de leukste te worden, ondanks dat er iets aan ontbrak. De eerste vier jaar van mijn middelbare school kwamen niet terug in dit festijn. De tranen van nostalgie die bij wijze van spreken in de ogen van mensen als Joeri en Douwe hadden kunnen verschijnen op deze avond waren in mijn geval ondenkbaar. Ik miste die eerste vier jaar. De klanken in mijn hoofd echooden weg. Voor me zag ik de blauw geverfde zaal waar ik mijn eerste schoolfeest meemaakte. Lesley, de leraren, klasgenoten, de concierge met zijn eeuwige, blauwe trui aan. De houten trap waar Shil ooit als brugklasser van afgestuiterd was, de enorme aula die men vaak vergeleek met een gevangenis, de \'slurf\', de stank uit het verzorginglokaal. Het licht dat op zonnige dagen naar binnen scheen bij de kluisjes, het muntjesapparaat. Muntjes met het schoollogo er op. Een saucijzenbroodje kostte vijf muntjes, een tosti zes. De fietsenkelder was vanaf de tweede klas geautomatiseerd en dus altijd dicht wanneer hij open moest zijn. Vechtpartijen heetten nog vechtpartijen en geen fitties. Gabbers waren eerst iets nieuws, maar voor men het doorhad liep er een peloton Aussi\'s door de aula en had Gabber Piet zijn wekelijkse televieprogramma op de landelijke muziekzender TMF. Na de zomer van 1998 waren ze plotseling verdwenen, aan een populariteitsdood overleden. Tassen werden in pauzes op grote hopen tegen pilaren gegooid en niet zelden kwijtgeraakt, aangezien iedereen dezelfde Eastpaks (Lastpak, Strak, Plasbak, Beastpak, Asbak..) droeg. Het was niet noodzakelijk om je eten te kopen in de kantine. Een straat verder zat de Spar, een supermarkt waar scholieren twee aan twee in de rij moesten wachten voor de ingang, terwijl iedere andere leeftijdsgroep zonder moeilijkheden mocht binnenlopen. De les was na een tijdje alsnog zo goed als lamgelegd door onze actie. Hier en daar zat iemand wat te vertalen of te bladeren, of met zijn buurman of -vrouw te praten. Drie kwartier te laat kwam Frits aankakken. Hij liep met een half geopende mond het lokaal binnen, hield zijn handen op de band van zijn tas die strak om zijn knalgele zeiljas geklemd zat en begon zich hardop af te vragen wat Maarten en ik ditmaal in hemelsnaam hadden gedaan. \"Frits, een broodje?\" \"Heb je genoeg dan?\" vroeg hij. \"Dat kun je wel zeggen.\" antwoordde Maarten met volle mond en presenteerde de enorme doos met ontbijtgereedschap aan onze Frits. Deze nam er een krentenbol uit, en een plakje kaas. Na het beleggen van zijn bol kwam hij naast onze tafels staan. \"Wel aan die kant van het plakband blijven.\" beten we hem toe. Hij schudde zijn hoofd, keek op ons neer zonder ons gebod te bediscussieren, waarmee hij het in wezen op vriendelijke wijze vernederde. Buiten was het rustiger. Men ademde avondlucht in, fris of met nicotine. \"Goedenavond mensen.\" Camiel werd door diverse schoolgenoten begroet. Er scheen een maan als op de Turkse vlag. Zo nu en dan dwaalde er een flinterdun stukje wolk voorlangs, maar het imperfect cirkelvormige hemellichaam spiegelde er, zolang ik keek, doorheen. \"Het is net een croissant.\" zei Maarten tegen me toen hij me tussen de mensen zag staan. Ik knikte:\"Hoeveel dagen duurt het nog voordat hij vol is, denk je?\" \"Niet zo lang.\" \"Als het zo ver is ga ik de hele avond in de lucht staren. Dat heb ik de afgelopen achttien jaar veel te weinig gedaan.\" \"Later deze maand hebben we volle maan en dan zullen we vieren..\" Bij de volgende volle maan waren we bevrijd en werden al onze herinneringen van de afgelopen zes jaar als schoolboeken in de zomer op een grote hoop door elkaar gegooid. De blauwe zaal van de eerste dag in de brugklas staat in mijn breind dan opgeslagen naast deze soos. Lesley, Siemon, Maarten, Frits, Kleins, het sixpack Joeridouwebaukecarlosjulienjoris zal ik in de toekomst misschien allemaal tegelijk oproepen in mijn hoofd. In principe zijn alle concierges ter wereld hetzelfde, zonder uitzondering van de man met de blauwe trui en Willem en Frans. Bijna iedere ochtend op de fiets naar beide scholen was even geesteloos, ondanks het verschil in afstand. Maar door toedoen van verrassende incidenten verschilden alle periodes uit de afgelopen zes jaar toch ook van elkaar. Maarten en Camiel keken met een volgepropte buik het klaslokaal rond. Hun poging tot het bereiken van een stukje onsterfelijkheid leek te zijn geslaagd. Ze waren lachend voor gek verklaard door hun klas en hoopten zo tot ver in de eenentwintigste eeuw herinnerd te worden als twee jongens die de uren op school door middel van kleine sensatie niet in de vergetelheid lieten raken. Gepubliceerd op 3 juli 2000