Het Stukje - Fittie op de Spaanse Trappen

Door Camiel
\"Als je het mij vraagt... Hartstikke dood.\" Wiegers sigarettenpeuk bungelde sloom in zijn linkermondhoek, terwijl zijn rechterschoen zachte schopjes gaf tegen de ribbenkast van de Italiaan, die een paar minuten geleden nog zoveel praatjes had. \"Weet je het heel zeker?\" vroeg Tithia van achter de camcorder vandaan. \"Niet zeiken, blijf jij nou maar lekker filmen.\" riep Wieger murmelend terug. Hij ging op z\'n hurken zitten en betastte het hoopje mens. Nam de peuk uit z\'n mond, hield hem tussen z\'n wijs- en middelvinger, blies de rook met een vies gezicht uit. \"Wat een sloeber.. Vierduizend en nog wat lires..\" Door middel van een flauw polsgebaartje deponeerde hij de vieze, lege portemonnee op de gewonde dronkaard, stak de bescheiden buit in zijn eigen broekzak. Nog geen vijf minuten ervoor was het op de Spaanse Trappen, in Rome (de hoofdstad van Italië, in Europa, op redelijk grote loopafstand van Nederland) een heisa van jewelste.. Rennende Hollanders achter één Italiaan. Deze, die hier voor me lag, waar ik nu, net zoals Wieger, een zacht schopje tegen gaf. Tithia had alles op video staan, konden we het thuis fijn nog een keer bekijken. Kalam was de naam van de Hindoestaanse straatventer. Hij was er één van de vele honderden die we tegenkwamen die week. Het verschil tussen Kalam en de rest van z\'n collega\'s was zijn doorzettingsvermogen. Kalam heeft een kwartier van zijn kostbare leven aan ons gespendeerd in de hoop dat een van ons een ring of ander frutselsieraad bij hem zou aanschaffen. Pas na dat kwartier wist hij dat het een verloren, vruchteloos stuk tijd was geweest. Erg lullig: Dat konden we hem aan het begin van de vijftien minuten ook meedelen, maar waren niet in staat onszelf in dezelfde taal verstaanbaar te maken als de glimlachende import-Italiaan. De venter beweerde een \'artist\' te zijn. Eerst hield dat in dat hij op een jankerige toon - moskeegeluid, u kent het wel - onverstaanbare liefdesliedjes begon te zingen voor Tithia. Het was een saai liedje, totdat Wieger zich er mee ging bemoeien. Zodra Kalam het refrein inzette, vouwde Wieger de handen voor z\'n mond en nam zichzelf de rol van human beatbox aan. De rest van onze groep participeerde door met z\'n hoofd te knikken. \"Wat?\" \"Zij knikken hun hoofd..\" Toen de klok half elf \'s avonds sloeg hing er nog een redelijk gemoedelijke sfeer rond de Spaanse Trappen.
Camiel in Rome.
Ik dacht hem te zien bewegen. Bibiene zag het ook; de Italiaan vertrok zijn gezicht. Nogmaals prikte het uiteinde van Wiegers rechter-Adidasje in de zij van de tot zwijgen gebrachte praatjesmaker. Ik keek de groep van circa vijftien reisgenoten rond. Dit was tot nu toe het hachelijkste, spannendste en tegelijk het leukste wat we tot nu toe op deze excursie hadden meegemaakt. \"Siemon, kun je een klein stapje naar links doen? Ik ben aan het inzoomen op z\'n bloedneus... Andere links, schat.\" Het was te hopen dat de videotape in Tithia\'s camera niet op zou raken. De schoen van Wieger verplaatste zich en belandde op de buik van de Italiaan, op het logo van zijn trui:\'Georgetown\' \"Wiegertje!!! Laat je spierballen eens zien!\" klonk achter de camera vandaan. Hij volgde de instructies op en hield zijn vuisten in de lucht, biceps aangespannen. Het leek nu net alsof Wieger de bloed kotsende oproerkraaier had geveld op zijn berenjacht. \"Hè gatverdamme!!! Viespeuk!! Niet op m\'n schoenen!! Allemaal bloed aan m\'n schoenen!\" De half-bewusteloze ontving opnieuw een trap van Wieger, ditmaal tegen z\'n kin.
In het midden; Kalam.
\"Smile!!!\" riep ik. En Kalam lachtte terug, recht in de flits van mijn wegwerpcameraatje. Op zijn etalagekistje met ringen en frutsels lag mijn notitieboekje. In zijn trillende rechterhand hield hij mijn balpen vast: De \'artist\' was aan het werk. Zolang hij er geen geld voor vroeg en ik mijn boekje terug kreeg mocht Kalam krabbelen wat hij wilde. \"Straks geeft ie het niet meer terug.\" sprak Yaella. \"Dan rossen we \'m op z\'n muil.\" Op een of ander manier kon ik dit soort simpele, doch duidelijke opmerkingen van onze human beatbox erg waarderen. Het boekje van Camiel, daar heeft men vanaf te blijven en wie het niet teruggeeft krijgt volgens de zeden die we uit Nederland hebben meegenomen \'een fittie\'. Voor de ervaren lezers van het Stukje: Dan handelen we onder het motto \'Drie Uur, Spaanse Trappen\' Langzaam keerde de rust al weer terug op het pleintje halverwege de trappen, waar de nacht al bijna viel. Frits trok een vies gezicht. \"Doe niet zo flauw!\" riep ik naar hem:\"Als souvenir, voor in m\'n boekje!\" \"Dat is GOOR, Camiel!! Het is gewoonweg goor om bloed te gaan staan deppen in je notitieboekje!\" \"Is toch leuk? Zet ik er onder:\'Dit is het bloed uit Luigi\'s gebroken neus, dat hij lekte op de Spaanse Trappen.\" Om zijn punt nog een keer te benadrukken maakte Frits er een kotsend gebaar bij. Ik haalde m\'n schouders op, maar hield me aan zijn advies. Een plateau lager kwam een groep Duitsers in polonaise langsdenderen. Op het eerste gezicht was het geen hinderlijke bezigheid van ze. Even later (ik spreek over een tijdsbestek van drie seconden) trok echter hun Allemaanse gelal in dopplereffect langs. \"Kunnen jullie niet effe jullie kankersmoel houden?!!!\" Michiel was op het muurtje met uitzicht over de trappen geklommen en zette het op een krijsen:\"Er probeert hier iemand te slapen ja!!!!..\" En sprong weer op de grond, richtte zich met hese stem tot de versufte Italiaan:\"..Toch, Luigi?\" Uiteraard reageerde de bewusteloze ruziezoeker niet. \"Hoe weet je dat hij Luigi heet?\" vroeg Ankama. Wieger haalde z\'n schouders nonchalant op, bijna sloom. Elke beweging van Wieger grensde, viel me op, tussen nonchalance en sloomheid in. \"Hij had geen ID in z\'n portomonnee zitten.. Dus noemen we \'m Luigi.\" antwoordde hij. \"Net als de broer van Super Mario.\" voegde Maarten er aan toe. Ankama knikte om duidelijk te maken dat ze deed alsof ze het begreep. In eerste instantie bleven de jongens rustig op hun krent zitten, naast hun fles Bacardi. Het waren Nederlanders van onze leeftijd, zonder accent, dus hadden we geen flauw idee waar ze precies vandaan kwamen. Ze negeerden Kalam en zijn collega\'s, omdat hun aandacht te veel was afgeleid door de dronken Italiaan in de Georgetowntrui die ze al ruim tien minuten stond uit te dagen voor een ongezellig robbetje vechten. Begreep die eikel dan niet dat de Hollanders, toeristen in zijn stad, de hele dag gelopen hadden, meer blaar dan voet over hadden en daarom onder geen beding van plan waren op te staan voor deze temperamentvolle zeikstraal? \"Come on! You and me, one on one!!\" daagde de Italiaanse Meindert Tjoelker-wannabe een van de jongens uit. Hoe hardnekkig ze ook bleven zitten, vanaf onze tribune namen we waar dat de fles Bacardi haar bodem zou gaan raken. En wanneer de drank op was moesten de gozertjes zich gaan vervelen. Als we hier rustig bleven zitten kon het nog een leuke avond worden. \"Mietjes zijn het, watjes!\" mompelde Frits:\"Als Diego en Joeri hier waren geweest hadden we al lang een mooie voorstelling mogen genieten.\" Eigenlijk was het al tijd om naar beneden te waggelen, naar de fontein, waar onze leraren op ons wachtten en waarmee we straks voor de laatste keer vandaag de metro in zouden stappen. We leden echter aan het soapsyndroom: Hoewel je weet dat wat je ziet een aaneensluiting van lege nonsens is blijf je wachten, in de hoop op een naschok van vertier of spanning. De rokers onder ons staken er nog maar eentje op. Terwijl er een nieuwe peuk in Wiegers mondhoek bungelde stond hij driftig zijn schoen te schrobben met een zakdoekje dat hij van Yaella had gekregen. \"Wat een teringlijer is dat! Letterlijk een teringlijer!! Die kotsen ook bloed.. En uitgerekend op mijn witte schoenen!! En fuck eens op met die tyfuscamera van je!\" Bibiene had haar hoofd op een tas gelegd en lag dwars over vier treden heen. Met haar ogen dicht sprak ze ons toe:\"Zullen we gaan.. Ik denk niet dat Luigi nog wakker wordt. En dan zal er waarschijnlijk nog geen lekker gesprek uit voortvloeien.\" \"Bibi heeft gelijk,\" voegde Ankama er aan toe, eveneens zonder haar ogen te openen. Er klonk een politiefluitje, wat nog meer vaart zette achter ons voornemen te vertrekken. We hadden immers geen zin aan de Carabinieri uit te moeten leggen wat wij in een kringetje rond de gemolesteerde Italiaan moesten, waarom sommigen hun as aftipten op zijn Georgetowntrui, hoe het kwam dat het bloed van het slachtoffer op Wiegers schoen terecht was gekomen en of we wel konden; met z\'n allen tegen eentje.. Zinloos geweld, daar zouden de heren in uniform absoluut niet van gediend zijn. Dus sukkelden we de treden af.
\"Fittie!!!!!\"
\"Fittie!!!!!!!\" schreeuwde Frits op z\'n hardst over de trappen. De fles rum was op en het Nederlandse gezelschap rende, aangemoedigd door ons Jerry Springer-achtige geblèr, als een stel bezetenen achter Luigi aan. Spoedig kwam hij ten val en vormde zich een kring van aangeschoten Hollandse scholieren rond hem. Een stalinorgel van trappen werd er op hem afgevuurd. Tithia zoomde in. Gepubliceerd op 20 mei 1999