Het Stukje - De Fiets Nakken 2

Bauke klauterde voor de tweede keer over de hekken heen, en rende, haast struikelend over zijn eigen benen in de richting van de openstaande deuren. Niet lang nadat hij naar binnen was gegaan verscheen er bij het eerste hek een lichtstraal van een zaklamp, wijzend in onze richting. Bibberend van de kou (ik ben later die week dan ook verkouden geworden) schuilden Joeri, Julien en ik achter wat bosjes, handen diep in onze broekzakken gestoken en onze hoofden verstoppend tussen onze schouders.
Hij liet op zich wachten, Bauke, maar we wisten dat hij niet terug kon komen zolang de spelbreker met z\'n zoeklicht door het hek stond te schijnen. Daarom besloten we verder te gaan waar we aanvankelijk mee bezig waren: om door te rennen als een stelletje onnadenkende idioten, Frits en de rest van het complot stond immers op ons te wachten bij de vooringang.
Daar aangekomen, hijgend, stonden drie mensen ons op te wachten: Frits, Scheikundeleraar en Handlanger Paul. Waar we gotverdomme al die tijd hadden uitgehangen. Verdwaasd voor zich uitkijkend huppelde Bauke op vijftig meter afstand achter ons aan, gewapend met de videocamera die al het bewijsmateriaal tegen ons zou vastleggen. Gehaast werden we via de deur van de fietsenkelder naar binnen geloodst. Onmiddellijk haalde Bauke zijn krot uit een donkere hoek van de lege ruimte waar we doorheen wandelde richting de hal van de school. Het was een zwarte damesfiets die onze cameraman voor een geeltje van een junk gekocht had.
Ik moest ergens aan denken. Toen ik vroeger met mijn ouders op het punt stond twee weken op vakantie te gaan naar Italië, een reis die per auto werd afgelegd, was het een ongebroken traditie van mijn moeder om, zodra we de eerste bocht om waren, zich druk te gaan zitten maken om hetgeen ze had ingepakt, en of dat wel hetzelfde was al dat ze van plan was in te pakken. Ieder jaar opnieuw voelde zij dat ze iets vergeten was. Eenmaal aangekomen op onze bestemming bleek ze inderdaad gelijk te hebben en miste er wel degelijk iets in onze koffers. Gelukkig gebood dezelfde traditie dat het hier elke keer weer om volslagen onbelangrijke spullen ging. Onbelangrijk naar míjn mening wel te verstaan, want ik heb in alle jaren nog nooit getreurd om het gemis van een strijkijzer op een tweeweekse reis. Toch lag de situatie in de fietsenkelder net anders dan in de auto naar Italië. Als we op dit moment iets uit ons plan vergeten waren kon dat uiterst catastrofale gevolgen hebben.
\"Frits, heb je het bordje?\" vroeg ik en merkte dat het nogal opgefokt m\'n mond uit kwam.
Tot mijn geruststelling knikte Frits en haalde uit zijn tas een geel bordje tevoorschijn.
\'En déze fiets werd mogelijk gemaakt door 6VWO.\' las ik.
Joeri was een ijdel gesprek aangegaan met de lens van Baukes camera:\"Lieve dames, heren.. Dan gaan we nu.. de fiets nakken. Zoals Hans Kazan vele malen gezegd heeft:\'Kom maar naar beneden en sla je slag.\'\" Een triomfantelijke grijns verscheen op zijn gezicht en Bauke zoomde in:\"Maar wij gaan naar boven, hè Bauk\'?\"
\"Ik heb Hans Kazan altijd al een der grotere wijsgeren van onze tijd gevonden.\" zei ik tegen Joeri.
Twee trappen later stonden we gezamenlijk op een rijtje met pretoogjes voor de staaldraad die door het trappenhuis gespannen was.
\"Zeg, ik weet niet of jullie van plan waren om hiermee klaar te zijn voor de hele tent maandagochtend zijn deuren weer opent..\" schudde Scheikundeleraar ons uit de droom.
\"Hij hangt, zie ik nu, een beetje ver van de rand.\" merkte Frits op. \"Fuck, ja.\" zei Joeri. Bauke zoomde er op in.
\"Hoe lossen we dat rationeel op?\" vroeg Frits zich af en schatte vanuit een andere hoek de afstand van de hangende mountainbike tot de trap. \"Niet zeuren Fritsie, gewoon raggen! Iemand klimt over dat touw naar de fiets en schuift \'m hierheen.\" stelde Joeri voor. Daarop liet Frits zijn rationele denkwijzen ook maar varen.
\"OK,\" antwoordde ik op Joeries voorstel:\"wie gaat er klauteren?\" Ik keek de groep rond en werd bang. Al helemaal toen Frits op mijn schouder sloeg en me aankeek met dezelfde grijns waarmee Joeri de camera had ingekeken. \"En Julien dan? Jij bent toch zo\'n berggeit?\" piepte ik.
Julien maakte excuserende gebaren, zwaaide met z\'n handen:\"Sorry hé, maar ik heb een blessure aan m\'n enkel.\" Dat hij vijf minuten eerder zonder moeite twee enorme hekken over was geklommen, daar herinnerde ik hem niet aan.
\"Sta toch niet zo te ouwehoeren. Ga aan de slag.\" riep Scheikundeleraar vermoeid uit.
Geloof me op mijn woord als ik zeg dat de afstand tot de grond lang genoeg was om een valversnelling te krijgen waarmee ik de dood vinden zou.
Trillend hing ik, met een been en twee wit aanlopende vuisten vastgeklemd om de kabel, boven de draaiende kaleidoscoop van de tegelvloer onder me. \"Bauke.. sta je nou m\'n kruis te filmen?\" riep ik piepend. Bauke knikte, terwijl hij rustig doorfilmde.
\"Waarom?!!\" krijste ik.
\"Ik wacht tot er een vochtplek verschijnt wanneer je in je broek begint te zeiken van angst.\" luidde het antwoord.
\"Enneh.. Julien. Er is zeker ook niets mis met je enkel?\"
Julien schudde z\'n hoofd:\"Maar ik beloof dat ik je zal komen helpen als je in je broek begint te pissen.\"
\"Dank je.\" Ik voelde me meteen al wat beter. Achter een filmende Bauke, een grinnikende Julien en een Joeri die me met wagenwijd open muil stond aan te gapen bevonden zich Frits, Handlanger Paul en Scheikundeleraar. Frits beklaagde zich erover dat hij in een hel terecht was gekomen, hief daarbij zijn blik herhaaldelijk ter hemel. Scheikundeleraar stak verveeld een sigaretje op en wierp, na zijn aansteker te hebben opgeborgen, een blik op zijn horloge.
\"Tjongejonge, dit duurt wel lang. Gooi er eens een beetje de vaart in!\" Daarna nam hij een diepe trek van de sigaret en begon met Handlanger Paul op gedempt volume een gesprek, waarbij zijn wenkbrauwen wanhopig op en neer gingen. Het was duidelijk dat hij zich stond te ergeren aan ons gestuntel en tijdverlies.
Geen haar op m\'n hoofd die er enigszins over piekerde om op dit moment een beweging te maken die het risico om heel erg ontzettend hard naar beneden te donderen veroorzaken kon.
\"Wat is dít?\"
\"Hoi.\" begroette ik het felle licht van de zaklamp die mij recht in m\'n samengeknepen ogen scheen. Ik herkende het platte accent van concierge Willem.
\"Wat.. wat ben jij aan het doen?!\" vroeg hij. Naast verbazing was er duidelijk irritatie te horen in zijn stem. Zonder er bij stil te staan liet ik mijn rechterhand los van de kabel om er mee op mijn hoofd te krabben - een van mijn gewoontes wanneer mensen mij moeilijke, of onbeantwoordbare vragen stellen.
\"Ja, nou kijk.. ehh..\"
\"Hoi.\" klonk er zes maal vanaf de balustrade. Mijn mede-criminelen maakten zich bekend door in het licht van de lamp te stappen. Willem liet weten dat hij het met de seconde vreemder begon te vinden.
\"Wat Camiel wil zeggen is dat ehh.. die band, de achterband van de mountainbike, die was ehh, ja lek.. of gewoon leeggelopen, dat gingen we net bekijken en..\"
\"Joeri,\" onderbrak Willem geïrriteerd:\"Alsjeblieft.\"
Met zijn handen in de lucht en z\'n hoofd teruggetrokken deed Joeri een stap naar achter en grinnikte:\"Ik zeg al niks meer, gozer.\"
De sigaret van Scheikundeleraar was al bijna opgebrand tegen de tijd dat Willem op dezelfde verdieping stond als wij. Hij was er een beetje kortademig van geworden.
\"Wie gaat mij vertellen waarom er om.. één uur \'s nachts drie, vier,.. zes heren..\"
\"Zeven..\" onderbrak ik hem:\"Ik hoor er ook nog bij.\" Willem zuchtte diep. \"Mag ik verdergaan?.. Nou, wie gaat mij vertellen waarom jullie op dit uur in de school zijn?\"
Frits stapte naar voren en liet de diplomaat in zich spreken:\"Kijk Willem, wij zijn bezig met een examenstunt. Daarvoor maken we een videoclip in de school..\"
\"Dat moet \'s nachts?\"
Opgelucht kon ik zijn dat Willem zijn aandacht nu op de rest van de groep had gevestigd en ik tegen zijn rug aankeek. Hoe fantasierijk ik ook ben, het leek niet meer reëel om de fiets alsnog mee te jatten na de onaangekondigde entree van de normaal zo laconieke concierge. Hij lulde iets tegen Frits over de rector, wiens schijt hij op z\'n tong leek te hebben zitten. De man verkondigde evenveel onzin als wijzelf, dus lieten de andere inbrekers hem uitspreken, maar over een rector moest hij tegen ons niet beginnen. Uit empiristische overtuiging geloven we - op roddel, achterklap en de overdrijvingen in mijn stukjes na - alleen in dingen die we zelf hebben waargenomen. De heer God heeft zich nog nooit aan mij geopenbaard, laat staan voorgesteld, dus zie ik het niet noodzakelijk te geloven wat uit zijn naam gezegd wordt. Voor rectoren werkt het niet anders. Konden we de fiets dan ook niet een béétje stelen? Dat moest mogelijk zijn. Zeker wel, vond ik, en dus schoof ik mijn lijf een klein stukje dichter bij de buit.
Frits keek de groep rond:\"Ehh.. ja.\" Intussen zoomde Bauke in op Willem. In principe was dat het juiste moment om het in m\'n broek te doen van opgespaarde angst. Gelukkig voor mij hoefde ik niet zo nodig. Terwijl Willem begriploos z\'n hoofd schudde voerde Frits zijn argumenten aan waarom het schieten van de zogenaamde videoclip per se \'s nachts plaats moest vinden.
Voordat hij het zichzelf verder nog moeilijker ging maken besloot ik er nog maar een keertje tussen te komen:\"Frits! We wilden die fiets gewoon jatten!\" Mijn woorden kwamen samen met een middelzacht gesis, waar niemand, verdiept in de discussie, veel aandacht voor had.
\"Maar we zouden er netjes een ander voor terughangen.\" vulde Joeri me aan en wees op Baukes afgeragde junkfiets die Julien nog altijd bij zich had. Willem boog zijn hoofd naar de grond en legde blazend de palm van zijn hand tegen z\'n voorhoofd. Hij keek op, keek Scheikundeleraar aan, die al een tijdje met een afgebrande sigarettenfilter in zijn hand stond, hij is immers niet het type dat de school met zwerfafval (een volumeprobleem, zoals dat in zijn lessen genoemd wordt) laat zitten. \"Moet je mij niet aankijken. Hun idee..\" mompelde hij. Intussen volgde Handlanger Paul de gebeurtenis vanuit het midden van de groep, waarbij zijn hoofd heen en weer bewoog als een toeschouwer op de voorste rij van een tenniswedstrijd.
Willem vroeg zich af of wij wel beseften dat we de wet aan het overtreden waren. Het antwoord liet op zich wachten.
\"Een fiets nakken is toch niet zo erg?\" vroeg Joeri, en keek de groep rond, op zoek naar eensgezinde lieden. Die vond hij in Julien: \"Ja. Klaas Wilting zegt dat het mag, toch?\" In zijn zwijgende vraag naar bijval kreeg hij meerdere knikkende hoofden. Iedereen had gehoord dat je van de plaatselijke woordvoerder van pliesie best een fiets mocht jatten, of twee, of vijftigduizend. Dan zou Willem er zeker niet moeilijk over moeten doen.
De concierge had niet zo veel zin meer in een discussie en gebood Frits en Joeri mij op veilige ondergrond te helpen. Vervolgens werden we als een groep krijgsgevangenen terug naar het feest geleid, waar de lage frequenties, net als eerder die avond, als eerste mijn oren bereikten. De hoge voegden zich erbij zodra Willem de deur naar de grote ruimte opende.
\"Hoi Camiel.\"
\"Hoi Bauke. Ben je aan het inzoomen?\"
\"Ja. Maar vertel eens: Hoe voel je je?\"
\"Duizelig.\"
\"Je vindt het niet jammer dat we de fiets niet ongemerkt te pakken konden krijgen?\"
\"Ach, ik heb al een fiets. En bovendien.. Als je even op m\'n hand inzoomt.\" \"Wat zijn dat?\"
\"Ventieldopjes. Want zoals Hans Kazan ooit zei:\'Ook verliezers laat je niet met lege handen naar huis gaan.\' Ben ik het wel mee eens, jij ook?\"
Gepubliceerd op 20 november 1999