Het leed dat broertjes heet

Door Femke

Wanneer mij de vraag gesteld wordt of ik broers heb krijg ik standaard een grijns op mijn gezicht. Want hoe kun je subtiel uitleggen dat je a) een tweelingbroertje (van welgeteld negen minuten jonger), b) een grotere broer, c) een stiefbroer en d) een stiefbroertje hebt?

En natuurlijk, om het nog makkelijker te maken: Ik heb ook nog eens een halfzusje van drie jaar oud. Hoe het is om met veel mannen in één huis te wonen? Ik weet het maar al te goed.

Sterk en stoer
Broers zijn groot, sterk en stoer. Zoals iedere broer hoort te wezen. Als de broers zouden willen, zouden ze de hele wereld op kunnen tillen. Of ten minste, dat dacht ik vroeger. Zo rond de leeftijd dat ik 5 gulden ook nog heel veel geld vond. Helaas veranderde die mening snel... Ze zijn het vaak met elkaar eens wanneer jij een andere mening hebt, ze praten over auto´s en over vechtspelletjes. Maar het grootste nadeel van mijn broertjes ontdekte ik in de auto op achtjarige leeftijd: Ze kunnen heel goed zusjes pesten!

Zo hielden mijn broertjes ervan om autootjes in mijn haar te laten rijden, gooiden ze kauwgom in mijn haar, of trok vooral mijn tweelingbroertje vaak één voor één haartjes uit mijn hoofd. En dit waren alleen nog de pesterijen waar mijn haar mee te maken had! Gewoon, omdat hij niks beters te doen had. Misschien waren ze wel jaloers op mijn lange blonde lokken?!

Broertjes worden broers
Gelukkig worden kleine pestkopjes groot en worden speelgoedautootjes opgeborgen in de kast. Ze gaan zich interesseren in echte auto's. Na jaren van kleine pesterijen doorstaan te hebben, komen nu de voordelen weer boven water: Broers die wél wat van wiskunde snappen, en je dit ook uit willen leggen. Broers waarbij je achterop de scooter kan stappen of broers waar je een goed gesprek mee kunt voeren. Maar bovenal: broers die je haar nu wel met rust laten!

Of nou ja… meestal dan.

Gepubliceerd op 15 november 2009