Extra Stukje - Schoolmoeheid

Door Inge Kramp
Mensen, wat een kutdag. Ik heb er geen zin meer in, in die duffe school, in huiswerk, dat nooit af is, in die immens saaie lessen en in die zogenaamd vrolijke leraren, die het zo goed met mij voor hebben. Ga toch weg, ik moet al die proefwerken en SO\'s wel zelf maken. Ik moet me elke dag weer veel te vroeg uit bed takelen en opladen om naar school te gaan. Ik moet na een hele dag naar school geweest te zijn, me bezig houden met opgegeven sommetjes, vertalingen, brieven en teksten. Ik bedoel, het houdt een keer op met mijn doorgaans onverstoorbare interesse voor schoolwerk! Echt, ik ben zo moe, ik heb zo weinig puf, ik heb het gehad. Ik ben niet de enige die te kampen heeft met dit syndroom, dat volgens de geleerden \'voorjaarsmoeheid\' heet, maar volgens mij gewoon \'schoolmoeheid\' is. Overal om mij heen lopen leerlingen rond met een gezicht waarin de ogen nog maar net te onderscheiden zijn van de neusgaten, zo klein. En lopen mag je het ook niet meer noemen, want deed ik aan het begin van dit schooljaar slechts 5 minuten over het doorkruisen van de school, heb ik daar nu 10 minuten voor nodig. Niet omdat ik zo weinig zin heb in de volgende les, integendeel, elke volgende les ervaar ik als een hele inspiratie, maar omdat mijn medescholieren door de school heen sloffen alsof ze hun voeten moeten sparen voor de avond-100-daagse. Wat ik me niet kan voorstellen, want hier zijn de meeste veel te moe voor. Uitgeput door de laatste weken voor de rapportuitreiking, die volgepropt worden met proefwerken, zodat we vooral geen tijd meer besteden aan \'buitenschoolse activiteiten\'. Je leeft niet langer meer van weekend naar weekend, want zelfs dan ben je bedolven onder het werk, maar je leeft naar deze rapportuitreiking toe. Voor de een komt deze veel te vroeg, want die heeft nog lang niet van alle vieren een vijf kunnen maken, voor een ander komt deze veel te laat, want die heeft heel netjes van zijn zessen een vijf gemaakt. Ja, en dan is het over. Tenminste met ons werkvermogen, maar niet met het werk zelf. Lachend staan de leraren klaar met hun nieuwe hoofdstukken Wiskunde B, hun verrijkende video\'s over Romeinse potten en pannen, hun intelligente praatjes over hoog -en laagconjunctuur ( alsof ik niet weet wat arm en rijk is) en hun creatieve opdrachten om een driedubbel veldwerk te verrichten. Zijn ze gek, ofzo? Onvoorstelbaar hoe groot hun uithoudingsvermogen is. En maar doorgaan. Verdienen wij dan geen rust? Geen vrijheid, geen vrije tijd, geen vrijtijd? Zijn ze blind, ofzo? Onvoorstelbaar dat ze al die toegeknepen ogen niet zien. Verdienen wij dan geen slaap? Geen bed, geen kussen, geen Klaas Vaak? Zij ze doof, ofzo? Onvoorstelbaar dat ze al die sloffende voeten niet horen. Verdienen wij geen ontspanning? Geen voetenbad, geen voetenbankje, geen massage? Als het aan de leraren ligt niet. Zij doen onze moeheid af met de komst van de lente. \"Dat gaat wel weer over.\" \"Even doorzetten, als de zon schijnt lach je weer!\", hoor ik veel de laatste tijd. Rot toch op, man! Ze weten heus wel waar het aan ligt, maar vooral niet toegeven, hoor! En zo blijven wij als spoken door de school heen waren. Het wordt er niet gezelliger op. Hier wil ik echter niet de verantwoordelijkheid voor nemen. Want deze doodse sfeer had voorkomen kunnen worden. Nu raad ik alle leraren aan onze klachten serieus te nemen, want voor je het weet is deze \'schoolmoeheid\' omgeslagen in een \'lerarenmoeheid\'. En reken maar dat wij dan een stuk actiever zijn, maar vast niet op de manier die leraren graag zien! Gepubliceerd op 1 april 1999