Een leeg gevoel

Zaterdag 22 januari. In Amsterdam is er weer eens een vredesdemonstratie tegen de oorlog in Irak. Ongelofelijk veel mensen dragen borden en spandoeken, en onderstrepen hun aanwezigheid door te schreeuwen en te fluiten. Doel van de demonstratie? President Bush uitschelden en de hoop op wereldvrede uitdrukken. Ik loop in die stoet van mensen. Zonder spandoek, zonder bord, zonder fluitje, zonder te schreeuwen. (Dit in tegenstelling tot anderen, die verkleed gaan als buitenaardse wezens, of een spierwitte jurk aan hebben getrokken en trots poseren voor de camera’s van fotografen). Ik ben te overweldigd door de beelden om mij heen om actief mee te demonstreren. Ik zie een langharige vrouw behangen met parelkettingen op de aanwezige ME af stappen om te vragen wat ze komen doen. En waarom. Slungelige zwervers staan op het hek van een brug en kunnen elk moment in het water vallen. Punkers schreeuwen zinnen als ‘Bush! Nee! Saddam! Nee!’, in de hoop dat mededemonstranten mee gaan roepen. Ook is er een groep meisjes die een ingestudeerd dansje (met bijpassende tekst) laat zien. Ik krijg van een stel Turkse communisten een brief in mijn handen gedrukt waarin wordt gepleit voor de afschaffing van het kapitalisme. Aan het eind van de dag ben ik één van de vele mensen die kan zeggen dat hij tenminste ìets heeft gedaan aan de oorlog. Ik zou kunnen zeggen dat ik een humane daad heb verricht. Maar zo voelt het helemaal niet. De hele dag heb ik als een stil spook in de stoet meegelopen, terwijl ik met grote ogen alles om mij heen opnam. De hele demonstratie lijkt aan me voorbij te zijn gegaan. En terwijl andere demonstranten een voldaan gevoel zullen hebben, heb ik daarentegen een verschrikkelijk leeg gevoel. Alsof de demonstratie voor mij helemaal geen zin heeft gehad… Gepubliceerd op 25 maart 2003