De Afdelingsleider

Ik doe mijn halsknoopjes wat losser. Veeg het zweet van mijn pukkelige voorhoofd. Mijn knieën trillen wat minder nadat ik mezelf moedige woorden heb ingesproken. Vervolgens huppel ik met ontblote tanden het podium op, om het aanwezige publiek met een bescheiden handgebaar te begroeten. Het blaadje met de gemarkeerde aantekeningen wordt neergelegd, een lok haar wordt naar achteren gestreken. Zenuwachtig kijk ik om me heen, en even zoek ik een excuus om niets te zeggen en het podium weer af te lopen. Zeggen dat ik hoofdpijn heb bijvoorbeeld. Of buikpijn. Maar dan zie ik al die bekende hoofden, vrienden, familie, kennissen, wachtend op waar ze voor gekomen zijn. De resultaten van een onderzoek. Een heel belangrijk onderzoek. Geen gelul nu. Meteen beginnen. (De beginzinnetjes, van “Allemaal welkom” tot “Zozo, is mijn demente opa er ook?”, wil ik jullie onthouden, aangezien de column al lang genoeg is.) (…) “Het begon allemaal aan het begin van de week. Toen ik alleen maar naar school ging voor het nieuwe lesrooster, maar vervolgens terechtkwam in een Preekshow waarbij de leraren elkaar afwisselden om “Wat leuk dat jullie er allemaal zijn” en “We gaan er weer lekker tegenaan” te zingen. De knaller van dit vreemde optreden kwam met het aantreden van De Afdelingsleider. Een man met een krullig bosje haar op zijn verjaarde hoofdje, en een grote zweetvlek op zijn rug. Dat lichtblauwe bloesje was kennelijk iets te warm geweest. Hij begon te praten. En ik weet niet meer wat hij zei, maar na afloop was ik nieuwsgierig naar deze man. Zijn naam is Peter de Rover. Hij is afdelingsleider. Hij schijnt de afdeling VWO te leiden. Of de afdeling MAVO of HAVO. Sommigen zeggen dat hij een hulpje van de rector is. Echt zeker is dat niet. Dus ik moest op onderzoek uit. Het onderzoek bestond uit het waarnemen van de man in zijn natuurlijke omgeving. En dat onderzoek heeft geweldige resultaten opgeleverd. Zo weet ik nu dat De Afdelingsleider geluidloos rond kan lopen in een studieruimte, en bij het kleinste babbeltje de schuldigen kan doen laten schrikken met een “SSSST!”. De stelling “ De Afdelingsleider is autoritair, maar probeert zo veel mogelijk onder de gewone mensen te verblijven” wordt maar weer eens bevestigd als De Afdelingsleider vervolgens gaat zitten op een stoel. Met de benen wijd uit elkaar. Lekker losjes! Na een paar dagen hoorde ik van mijn moeder dat ik vrijdagmiddag vrij moest gaan vragen, aangezien dan het bruiloftsfeest van een paar goede kennissen plaats zou vinden. Ik moest naar de Afdelingsleider. Nadat de deur van de docentenkamer is geopend, loop ik naar Hem toe. Kort wil ik hem uit gaan leggen waar ik voor gekomen ben, maar hij gebaart dat we naar buiten moeten gaan. Nadat ik hem het verhaal verteld hebt, zegt hij dat hij het leuk vindt. Meer kwam er niet. “Erg leuk. Ja, leuk”. Ik glimlachte, probeerde de gelezen brief terug te nemen. Alleen de enveloppe wilde de man houden. Daar had hij wat aantekeningetjes op gemaakt. Afgeleid keek hij opeens op, schreeuwde wat tegen een groepje scholieren een paar meter verderop, en keek weer naar mij. “Ehm… wat was het ook al weer?” “Een bruiloft, meneer.” “Oh ja.” De Afdelingsleider lijkt bij vlagen intelligent, maar is in een sociaal gesprek even slim als een dementerende voetballer op zijn sterfbed.” Ik kuch even. Op sommige hoofden zie ik een glimlach, anderen kijken even nors als normaal. Ik vertel dat dit het onderzoek was. Dat ik dus alleen iets weet over het sociale leven van het beestje, en verder niets over zijn functie. Verbazing alom. Een man staat op. “Maar weet je dan niet waarom hij een lichtblauwe blouse aan had, en geen rood gestreepte?” Ik glimlach, en vraag mijn opa om weer te gaan zitten. Terwijl ik naar voren loop, probeer ik de priemende blikken te ontwijken. Theatraal duw ik mijn schouders omhoog. Ik heb geen zin om op een applaus te wachten, en met snelle stappen loop ik het podium af. De Afdelingsleider is een vreemde man. En voor altijd een mysterie. Gepubliceerd op 18 september 2002