Bloeden is beter

Ik zit in de trein. Het mobieltje kijkt me beschuldigend aan. Hoe langer, hoe beschuldigender. De trein staat stil. Ik inmiddels niet meer, want ik ben opgesprongen, heb de mobiele telefoon bij de kraag gegrepen en ben de trein uitgestruikeld. Ik speur het perron af. Waar? Een bont gezelschap aan mensen wriemelt langs en door elkaar. Ik snel terug, de trein in, de trap op. Het meisje bij de kaartjesautomaat, aha. Hoewel ik zin heb de reistijd te verkorten door uit het raam te duiken, neem ik toch de trap en stap weer naar buiten Haar aandacht is snel getrokken. Ik vuur mijn vraag op haar af, (“Is dit jouw mobieltje?”), zie haar gezicht vertrekken van verbazing en ongeloof. Ik neem nog even de tijd om ook de dankbaarheid te zien, en maak dan dat ik wegkom. De NS-er fluit, de deuren glijden sissend dicht en de trein rijdt. Phew. Ik heb een goede daad verricht. Er gaat niet genoeg mis in deze wereld. De maatschappij is verrot en catastrofe is het medicijn. Rampen, bloed, bittere ellende en verlies, we hebben het nodig om ons goed te voelen. In Nederland loopt alles veel te gladjes. Van de roltrappen tot de vliegtuiglandingen, er gaat gewoon niet genoeg mis. Want hoe ernstiger alles in het honderd loopt, hoe groter de menselijke neiging wordt tot hulp, steun, medelijden, troost. Pas als je schaakmat staat, kan iemand je matsen. Pas als je op je nieuwe bril bent gaan zitten kan de opticien over zijn hart strijken (en heb je reden een blij berichtje met bijbehorend gezichtje in de Consumentengids te zetten). Maar dat zijn de kleine akkefietjes, gebaren van welwillendheid. Alleen als er iets héél ergs gebeurt, krijgen de echte geharde mensen van tegenwoordig de kans hun diepste medeleven te tonen. Daarom geeft ramptoerisme zo’n goed gevoel. Men staat dicht op elkaar te staren en voelt het in zijn buik. Dan stijgt het gevoel toch de verstikte keel uit en men fluistert tegen elkaar: “Wat erg, hè!” Soms wordt er nog een geld- of goedereninzamelingsactie georganiseerd, en als de ramp (en eventuele parlementaire enquête) is afgewikkeld, voelen we ons voldaan. Wij hebben meegeleefd. Wij zijn goede mensen. Even is de natie verbonden geweest in een gevoel van diepe rouw, pijn en verdriet. Nu is het tijd terug te gaan naar onze succesvolle levens, dat medeleven hebben we nu niet meer nodig. De nationale ramp komt niet vaak voor, blijft dus elke keer speciaal, aangrijpend en ontroerend. Dat is maar goed ook. Ik claim niet dat een hoop verdriet en sloten vol tranen is wat ons land nodig heeft. Voor de kleinere beetjes tranen, verlies en bittere ellende en lotgenootschap op het perron, hebben we altijd de NS nog. Gepubliceerd op 15 september 2004