Ali

Door Simon
Succes?
Het is een moedige zet geweest van regisseur Michael Mann een verfilming te maken van het leven van de Amerikaanse bokser Muhammad Ali. Natuurlijk is het leven van deze levende legende het verfilmen waard: de boksgevechten, zijn principes, zijn grote mond, zijn vriendschap met Malcolm X, zijn religie, maar vooral zijn gevecht tegen de Amerikaanse staat (hij moest en zou niet het leger in gaan), zijn koppigheid daarin en zijn overwinnig.
Waarom is het dan toch een enorme uitdaging dat levensverhaal te verfilmen? Iedereen kent Muhammad Ali, veel mensen hebben de documentaire When we were kings (1996) over de bokswedstrijd tussen George Foreman en Muhammad Ali in Zaire al gezien, terwijl dat precies de climax is van deze film. Hoe hou je dan toch de spanning vast? Hoe vind je een acteur die geloofwaardig Muhammad Ali kan spelen? Hoe zorg je ervoor dat de magie van Ali op het publiek overkomt? Hoe voorkom je dat de film vervalt in een standaard 'man overwint tegenslagen en eindigt als winnaar' verhaal?
Is Michael Mann enigszins geslaagd in deze flinke opdracht?

Ali
Ali baseert zijn verhaal dus op het leven van Muhammad Ali, of zoals hij voor zijn naamsverandering heette: Cassius Clay. Deze fanatieke bokser, weet met een hoop kwaliteiten en een grote bek wereldkampioen zwaargewicht te worden. Als succesvolle zwarte bokser die op zijn principes staat en voor zijn moslim-wezen uitkomt, groeit hij al gauw uit tot een voorbeeld voor alle zwarte moslims in de Verenigde Staten.
Met zijn grote mond en zijn opruiende uitspraken is de Amerikaanse regering alles behalve blij met deze man die telkens weer in het nieuws komt. Daarom wordt getracht hem uit de boksring en daarmee uit de schijnwerpers te halen, door hem op te roepen voor zijn dienstplicht en hem naar Vietnam te sturen.
Dit plan loopt flink mis als Muhammad Ali niet meewerkt en daardoor nog meer publiciteit krijgt en er nog meer naar hem opgekeken wordt. Omdat Ali niet meewerkt, wordt hem verboden binnen de VS te boksen en moet hij in het land blijven.
Dit is behoorlijk zuur, want Muhammad Ali is in topvorm en wil knokken! Uiteindelijk, na vijf jaar, wint Ali het geding en krijgt hij zijn bokslicentie weer terug en -ik wil haast zeggen, uiteraard, want dat gevoel krijg je naar mate de film vordert, het is geen verrassing meer - weet hij ook weer wereldkampioen te worden.

Al met al een verhaal waar je een hoop mee zou kunnen. Helaas is dat niet al te goed gelukt en vervalt het verhaal dat regisseur Michael Mann brengt al gauw in het cliché dat je wel vaker ziet in Amerikaanse films: Muhammad Ali is een winnaar, en blijft ondanks de e-nor-me tegenslagen een winnaar. Dat is jammer. Ali blijft steken bij het oppervlakkige verhaal en vertelt allemaal dingen die we al wel wisten (dat winnaars winnen) en vergeet echt diepgang te brengen. Toppunt daarbij is het einde van de film: Ali wint zijn laatste slag tegen George Foreman, iedereen is blij, en de camera zoomt in op de nationale vlag van de VS. Wat in hemelsnaam probeert Michael Mann daarmee te vertellen? Was het niet juist de Amerikaanse regering die met man en macht Ali tegenwerkte?

En dat ten spijt van Will Smith die op een redelijk geloofwaardige manier een onmogelijke rol op zich nam, namelijk die van Ali zelf. Die poging is redelijk gelukt (hij kreeg er ook een Oscarnominatie voor), dat wil zeggen: Will Smith heeft het uiterlijk van Ali en doet als Ali, maar Ali zal hij natuurlijk nooit worden.
Niet iets wat je hem echt kan verwijten, Muhammad Ali is nou eenmaal een legende, een uniek figuur, hij was echt en is niet echt na te apen.
Overigens, als dit je eerste kennismaking wordt met dit figuur, heb je natuurlijk minder last van dat soort ergernissen en kan je meer genieten van het verhaal, wat je dan waarschijnlijk ook nog niet kent en daardoor zal het allemaal spannend en vermakelijk tot het einde blijven.

Conclusie
Weet je al het een en ander over Muhammad Ali, heb je de documentaire When we were kings al eens gezien en ben je al met al wat kritischer, zal deze film je niet echt weten te boeien.
De documentaire is beter en duurt geen twee-en-een-half-uur. Gepubliceerd op 25 maart 2002