Afdankertjes
Ochtenden blijven ochtenden. Sommige mensen begrijpen dat niet. Ik sta op mijn trein te wachten. Een jongen komt aangelopen. Ik ken hem wel, maar niet van harte. Hij praat veel, voornamelijk over zichzelf. Meestal zonder aanleiding. Nu ook. Ik negeer hem, maar hij begint over zijn hond. Dan stopt de trein en stappen we in. Hij eerst, dan ik. Een ideale volgorde. Hij loopt naar links,
ik naar rechts.
Tegenover mij zitten twee meisjes. Zestien. Dikke make-up rond hun ogen. De één zit weggedoken in haar sjaal. De ander begint te praten. Haar ex-vriend moet eraan geloven. Hij is dom en lelijk. Vorige week hield ze nog van hem, zegt ze. Maar hij is veranderd. Toch baalt ze dat hij haar alweer heeft gedumpt. Het andere meisje begrijpt het probleem: \"De mijne heeft me vorige week afgedankt.\" Even wordt het gesprek onderbroken omdat een van de meisjes een sms moet versturen. Ze zijn knap, allebei. Dat lijkt me een voordeel. Ze praten door. \"Gisteren was ik aan \'t chatten met een superleuke jongen van achttien! Ik had bijna een afspraak, maar toen moest ik van de computer van mijn moeder\", zegt het meest linker meisje. Ze kijkt er dramatisch bij. Natuurlijk begrijpt het andere meisje dit, hoewel ze haar vriendjes zelf niet oppikt via chats. Ze zegt dat haar ex-vriend tijd nodig heeft na te denken. \"Weet je\", begint het andere meisje. \"Die jongens hebben last van lentekriebels. Zei mijn moeder gisteren.\". Het andere meisje beaamt de lentekriebels, maar laat eerst haar vriendinnetje uitspreken: \"Twee vriendinnen van mij hebben \'t deze week na zes jaar uit!\" De lente komt blijkbaar eens in de zes jaar.
Onze trein rijdt Sittard binnen. De meisjes bespreken het komende weekend. Ze hopen hun ex te treffen in de disco. \"Kunnen we ze verleiden\", zegt het knappe, rechter meisje. We stoppen en de meisjes verdwijnen in de stroom mensen op het perron. Ik mijmer waaraan het twee knappe meisje ontbreekt als ze keer op keer worden gedumpt.
Gepubliceerd op 1 april 2003