Economie – Hoofdstuk 1 – Voor niks gaat de zon op.
1.1 – kiezen is kostbaar.
Iedereen heeft behoeften, die onbegrensd zijn. Om die behoeften te bevredigen zijn middelen nodig, die niet onbeperkt beschikbaar zijn. Dat veroorzaakt schaarste: middelen zijn beperkt beschikbaar in verhouding tot de onbegrensde behoeften, er blijft voor iedereen altijd wel iets te wensen over.
Middelen hoef je niet perse voor één ding te gebruiken, ze zijn alternatief aanwendbaar. Het gebruik van een middel levert opbrengsten/baten op, maar het brengt ook kosten met zich mee.
Alternatieve netto opbrengst vormt opofferingskosten, het is het hoogst mogelijk netto baten.
1.2 – kiezen of delen.
Het totaal aantal middelen dat iemand ter beschikking heeft is zijn budget. Om te zien wat wel of niet binnen je budget valt kun je een budgetlijn tekenen, waarmee je alle mogelijke productcombinaties kunt zien. De vergelijking voor de budgetlijn is: B = p1q1 + p2q2. De prijs van de producten is aangegeven met p, de q staat voor de hoeveelheden.
REACTIES
1 seconde geleden