Paragraaf 1.2
Engeland, Frankrijk, Portugal en andere landen handelden, net als de VOC, op Azië. De concurrentie was groot en soms leidde dit tot een gewapende strijd. De Portugezen dreven al veel langer handel dan de VOC in Azië, maar met schepen en soldaten wisten de Nederlanders de Portugezen op veel plaatsen te verdrijven.
De meest waardevolle specerijen kwamen van de Molukken. Dat is een uitgebreide archipel in het oosten van Indonesië. De Banda-eilanden zijn een deel van de Molukken en daar kwam nootmuskaat vandaan. Aan nootmuskaat werden geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. De nootmuskaat werd verkocht door de bewoners van de eilanden aan iedereen die er een goede prijs voor wilde betalen. De VOC eiste het alleenrecht op de handel in nootmuskaat. De bewoners weigerden en de gouverneur-generaal zond een strafexpeditie naar de Banda-eilanden. Veel bewoners werden vermoord, wie overleefde werd gedwongen om met de VOC samen te gaan werken. Op andere ielanden van de Molukken kwamen kruidnagelen voor, ook daar werden de bewqoners gedwongen met de Nederlanders handel te drijven. En als je je daar niet aan hield dan werd er hard ingegrepen.
Ceylon (tegenwoordig Sri Lanka) was een belangrijke leverancier van kaneel. Sinds de zestiende eeuw hadden de Portugezen de kaneelhandel bijna helemaal in handen. Niet alle vorsten waren daar even blij mee, bijvoorbeeld de koning van Kandy. Hij sloot een bondgenootschap met de VOC. Je sluit een bondgenootschap aks je een gemeenschappelijk doel hebt. De koning van Kandy wilde dat de VOC een grote strijdmacht naar Ceylon stuurde om de Portugezen te verdrijven. Na een lange strijd lukte dat. De koning was blij met de overwinning van de Nederlanders, hij ontdekte al gauw dat de Nederlandse bondgenoten niet veel beter waren dat de oude Portugezen vijanden.
REACTIES
1 seconde geleden