Geschiedenis VOC
Paragraaf 1.1
Java in 1596
- sawa’s (rijstteelt op natte akkers)
- desa’s (dorpsgemeenschappen)
-> onder gezag van adellijke bestuurders, die weer onder gezag van de vorst.
- vorst was om zijn familie te onderhouden afhankelijk van het volk.
- volk moest tienden van de oogst aan hem afstaan en dienstplichtigen leveren.
- In ruil vroeg de boer hulp aan de vorst bij tegenslagen zoals misoogsten.
- Hulp van de vorst was magisch, vorst stond “in verbinding met de goden en beschikte over bovenmenselijke gaven”. -> Adat -> gewoonten en tradities waar Indonesiërs zich aan dienden te houden.
Havenvorstendommen
- Langs de kust van de Indonesische eilanden lagen havenvorstendommen die veel internationale contacten hadden.
- Macht lag bij de havenvorst, het adellijk bestuur en de koopheren: een internationaal gezelschap van cargadoors -> iemand die in opdracht schepen bevracht en ladingen in ontvangst neemt.
De Hollanders zetten in 1596 voor het eerst voet aan de wal van Java.
- Holland richt handelsondernemingen op die schepen naar Indonesië sturen.
- Grote concurrentie, tegengewerkt door Portugese en Engelse kooplui op Java.
- Hollandse en Zeeuwse kooplieden richten samen met de regering van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden in 1602 de VOC op.
- Monopolie: VOC krijgt van de Staten-Generaal het alleenrecht voor de handel op Indonesië. Zij mochten daar verdragen sluiten, oorlog voeren en nederzettingen stichten.
- Jan Pieterszoon Coen, gouverneur-generaal van 1619-1623 en 1627-1629.
-> legde de basis voor het latere VOC-monopolie op de handel in kruidnagels.
-> bracht op gewelddadige manier teelt en handel van nootmuskaat onder controle van de VOC.
-> wreed, afslachting, kritiek
Paragraaf 1.2
- 18e eeuw: FR + ENG steeds machtiger, Rep. 7 Ver.NL brokkelt af.
- 1780: Republiek in oorlog met ENG:
-> Engelsen blokkeren directe verbinding tussen Nederland en de Indonesische archipel.
-> VOC bestuur raakt in geldnood
- 1795: Fransen veroveren Republiek -> Frans-Nederlands akkoord; Republiek stond nu aan Franse kant in de oorlog tussen Frankrijk en Engeland.
- Willen V (ENG) stelt brieven van kew op: Hollandse bewindhebbers in de Aziatische en West-Indische bezittingen krijgen opdracht Engelse troepen en gezag toe te laten.
-> gevolg: veel gebied in Indonesische archipel kwam in Engelse handen; alleen Java en enkele andere gebieden bleven onder Hollands gezag. -> nekslag voor VOC.
-> 1 maart 1796: Compagnie houdt op te bestaan.
- 1795: In NL kwam de Bataafse Republiek tot stand; vrijheid; gelijkheid; broederschap.
- 1806: einde Bataafse Republiek; Napoleon sticht het Koninkrijk Nederland; NL was een deel van Frankrijk geworden.
-> Herman Willem Daendels (1808-1811): bestuur over niet-veroverde VOC gebieden:
- gaf Java een nieuwe politieke en bestuurlijke indeling.
- bemoeide zich met de Javaanse bestuurders.
- legde de Grote Postweg aan; moest de aan- en afvoer van verdedigingstroepen mogelijk maken. Hij gebruikte hiervoor herendiensten; nauwelijks betaalde of onbetaalde arbeid die de Indonesiërs voor hun vorst of bestuurders moesten verrichten.
- Daendels werd uiteindelijk ontslagen nadat hij zijn vijanden doeltreffende wapens had gegeven. (1811)
-> 1811: Thomas Raffles krijgt het bestuur in handen.
- Individuele boer moet als pachter van de grond een jaarlijkse pachtprijs (landrente) betalen. Dit betekende een lastenverzwaring voor de boeren.
- 1814: NL krijgt het beheer over de voormalige overzeese bezittingen terug.
Paragraaf 1.3
- mei 1817: Molukkers veroveren o.l.v. Thomas Matoelesia (ook: Pattimoera) het fort Duurstede en doodden de bezetters en de nieuwe resident Van de Berg, nadat het soepele Engelse bewind plaats had gemaakt voor het veel strengere Nederlandse gezag.
- 1816: Terugkeer Nederlandse gezag
- Nederlandse bestuur gaat zich met de vorsten bemoeien.
- 1825: Java-oorlog. Eén van de aanleidingen: toegenomen Hollandse bemoeizucht. Oorlog duurde vijf jaar. Nederland wint.
Paragraaf 1.4
- 1824: Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM). Doel: Handel met Indië.
- 1830-1870: Cultuurstelsel.
-> landrente + herendiensten verdwijnen.
-> Javaanse boeren moeten 1/5 van de grond verbouwen met handelsgewassen die als een soort belasting aan de staat worden geleverd.
-> NHM verhandeld opbrengst voor de staat.
- Bedoeling: Vervangen landrente en herendiensten.
- Uitvoerders: Inheemse vorsten (regenten).
- Middelen van het gezag (*bestuurssysteem*): cultuurprocenten voor bestuurders.
- Boeren: plantloon, herendiensten en landrente bleven vaak bestaan.
Voorbeeld van herendiensten bleven vaak bestaan: aanleg en onderhoud van een wegennet was noodzakelijk; NLse bestuur maakte daarbij gebruik van boeren in herendiensten.
- Resultaat: - Versterking van het Ned. Gezag (op Java).
- Versterking van de positie van de vorsten.
- Verbetering van de infrastructuur.
- Kritiek: - Uitbuiting van de inheemse bevolking
- Teveel economische invloed van de staat.
- 1830-1870: Liberale periode
- Cultuurstelsel geleidelijk afgeschaft.
- Particuliere ondernemers krijgen veel ruimte: suikerplantages; tabak; thee.
- Steeds meer activiteiten in “buitengewesten”.
- Nieuwe delfstoffen: olie, tin.
- Uitbreiding van het Nederlandse gezag buiten Java, meestal vreedzaam.
Paragraaf 1.5
Paragraaf 2.1
- 1870: Nederlandse particuliere kapitaalbezitters willen in Nederlands-Indië gaan beleggen.
-> kritiek: opkomst vrije ondernemer
-> gevolg: uitbreiding allerlei overheidstaken
Voorbeeld: Overheid richt zich op onderwijs, omdat sommige bedrijven behoefte hebben aan geschoold Indonesisch personeel.
- 1891: Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM).
-> Voor de verspreiding van westerse producten in de archipel en de afvoer van landbouwproducten.
Paragraaf 2.2
- Ethische politiek
- vroege vorm van ontwikkelingswerk
- aanleg infrastructuur
- gezondheidszorg, onderwijs
- opvoeden tot zelfstandigheid
-> Gevolg van: veranderende samenstelling van de koloniale samenleving.
-> Bezwaren:
- kost veel geld
- meer concurrentie van geschoolde inheemse ondernemers.
-> Gevolgen:
- Bewustwording van eigen Indische cultuur; opkomst Indische nationalisme. (zie paragraaf 2.3)
- Onderwijs
-> Desascholen; driejarig, eenvoudig onderwijs in dorpen.
-> Hollands-Indische school; sluit aan op westers middelbaar onderwijs; voor middengroep tussen adel en beroepsbevolking.
-> Beroepsonderwijs.
Paragraaf 2.3
- Na 1900: Opkomst Indonesische nationalisme
-> Door onderwijs kregen Indonesiërs meer kennis; met kennis en ontwikkeling nam de ontevredenheid toe over de Nederlandse overheersende rol.
-> 1908: Boedi Oetomo (Het Schone Streven)
- streefde naar gelijkmatige ontwikkeling van de Javaanse bevolking.
-> 1911: Indische Partij
- streefde naar gelijkheid en samenwerking tussen alle bevolkingsgroepen (Indiërs).
-> 1911: Sarekat Islam
- veel aanhang
- eigen “wilde” scholen, waar de overheid geen grip op had.
- anti-overheid en anti-kapitalistisch.
- 1919: scheuring Sarekat Islam (marxisten en overtuigde islamieten); verzwakt de massabeweging.
-> 1914: ISDV (Indische Sociaal-Democratische Vereniging).
- socialisten
- in 1920 omgedoopt tot PKI (Partai Kommunis Indonesia); eerste communistische partij in Azië.
-> 1918: Volksraad
- Moest op den duur uitgroeien tot een echt parlement
-> na ’29: Wereldcrisis
- export van belangrijke producten stagneert.
1. Ethische politiek onder druk
2. Kans op meer opstanden; meer onderdrukking van nationalisten.
Paragraaf 2.4
- 1917: PNI o.l.v. Hatta en Soekarno (Soekarno als leidersfiguur).
-> Drie doelen:
1. Alle nationalistische stromingen tot één nationalistische beweging maken.
2. Iedere medewerking aan de koloniale overheid weigeren.
3. Onafhankelijkheid van Indonesië doorvoeren.
-> 1929: Soekarno wordt opgepakt en krijgt gevangenisstraf. Toen hij vrij kwam weidde hij zich aan het herstel van de PNI.
-> 1932-1933: Einde gemaakt aan acties belangrijkste nationalisten, onder wie Soekarno en Hatta. Sommige kwamen in het concentratiekamp Boven-Digoel.
- 1936: Petitie-Soetardjo; verzoekschrift aan de NLse regering om binnen tien jaar Indië een zelfstandige positie binnen het Koninkrijk te geven.
-> Petitie werd aangenomen; termijn van tien jaar werd echter geschrapt; in 1938 wees de NLse regering haar af.
Paragraaf 2.5
- Japan wilt zijn invloed in Azië vergroten.
- Na de aanval op Pearl Harbor verklaart Nederland Japan de oorlog, Nederlands-Indië is nu dus ook in oorlog.
- Japan wint de slag om de Javazee; maakte de weg vrij voor de Japanse marine.
- 1942: heel Nederlands-Indië (m.u.v. binnenland Nieuw-Guinea) is in Japanse handen -> einde Nederlands-Indië.
Paragraaf 3.1
- Indonesisch nationalisme is niet goed voor het Japanse ideaal, namelijk leiderschap over Azië.
- Indonesiërs mogen beperkt politiek activiteiten ontplooien, mits ze meewerken aan de Japanse propaganda -> dubbelrol Indonesië.
- Het zelfvertrouwen van de Indonesiërs werd vergroot, doordat ze goed functioneerden in de banen van de Nederlanders, die nu opgesloten zitten in kampen.
Paragraaf 3.2
- Japan belooft Indonesië na 18 augustus de onafhankelijkheid.
- Japan capituleert op 15 augustus (aan Amerika). Japan belooft Amerika om de status quo in Indonesië te handhaven.
- De nationalisten beseffen dat de onafhankelijkheid gevaar loopt.
- Pemoeda’s (fel nationalistische Indonesische jongeren) ontvoeren Soekarno en Hatta om ze tot proclamatie te dwingen. Zij wilden de Japanners namelijk niet op de proef stellen.
- Dit lukt: 17 aug ’45: Repoeblik Indonesia.
- Najaar ’45 – voorjaar ’46: Bersiap-periode: pemoeda’s reageren zeer agressief op de angst dat het Westen de onafhankelijkheid niet zou erkennen; geweldsperiode; pemoeda’s plegen moordaanslagen op Nederlanders en leden van pro-Nederlandse bevolkingsgroepen.
Paragraaf 3.3
- Nederland wilt hun gezag in Nederlands-Indië herstellen, maar ze waren afhankelijk van de geallieerden, vooral de Britten.
- Sept ’45: Britten komen in Batavia aan; ze moeten de orde herstellen en Japanners ontwapenen.
-> Maart ’46: Nederlandse troepen worden door de Britten op Java toegelaten.
- Engeland dringt aan op onderhandelingen.
- Van Mook wilt een Verenigde Staten van Indonesië (VSI - binnen het Koninkrijk) waarbij de Republiek slechts een deel is.
- Nov ´46: Akkoord van Linggadjati:
1. Nederland erkent gezag van Indonesische Republiek over Java en Sumatra.
2. Nederland en Republiek gaan samenwerken bij de vorming van de VSI.
3. VSI zou gaan bestaan uit: Republiek, Borneo en Oost-Indonesië.
- 21 juli – 4 aug ’47: Politionele acties
- Militaire acties tegen de Republiek; veroveren industrie- en plantagegebieden. -> succesvol
- Twijfel of de Republiek “Linggadjati” wel wilde uitvoeren.
REACTIES
1 seconde geleden