Jongens gezocht: verdien 50 euro!

Voor een online groepsgesprek over het doorsturen/delen van seksueel getinte content (naaktfoto's, video's, bangalijsten), zijn we op zoek naar jongens tussen 16-20 jaar oud (mbo of hbo opleiding). De beloning voor deelname is 50 euro! Meer info en aanmelden via de knop.

Meld je aan

Aeneis

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Vertaling door een scholier
  • Klas onbekend | 1747 woorden
  • 11 mei 2005
  • 49 keer beoordeeld
Cijfer 6.5
49 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ontdek de veelzijdigheid van Scheikunde!

In de bachelor Scheikunde in Amsterdam bestudeer je alle richtingen van de chemie om bestaande processen, producten en materialen te verbeteren en nieuwe te ontwerpen. Van moleculen tot duurzaamheid, jij maakt het verschil! Ervaar zelf hoe het is om in Amsterdam Scheikunde te studeren en kom op 10 april Proefstuderen!

Lees meer en kom Proefstuderen!

Aeneïs
I. Aanhef
* 1e zin telt 7 regels zoals bij Homeros
* Arma virumque cano, Troiae qui primus ab oris: Vergilius verwisselt
Troiae en qui van plaats om Troiae naar voor te krijgen, om er nadruk op
te leggen. Deze eerste zin is een hommage aan Homeros.
* alge = Multa
* aeide = Cano
* mhnin = ira
*
* In de Ilias is Homeros begonnen met de muze te aanroepen, terwijl
Vergilius dat pas in het midden van de eerste 7 verzen doet, zo zorgt
hij voor zijn persoonlijke inbreng. Vergilius: “ik zing”, Homeros: “ de muze
zingt”.
* Homeros benadrukt 2x Achilles, Vergilius benadrukt dat Troje Rome wordt.
* Hij begint met Troje en eindigt met Rome.
* De zin is zo lang om te tonen dat het een zware, moeilijke tocht was, van
Troje tot Rome.
* de 7 verzen zijn ENJAMBEMENTEN + scansie en structuur is dezelfde
* De ‘m’ en andere zware klanken benadrukken hoe zwaar de tocht wel niet
was.
* r.1 arma virumque = HENDYADIS: 1 zaak door 2 elementen verklaart
hier: de wapenfeiten en de man
* r.1 Troiae...oris: HYPERBATON
* r.2 Lavinia: adjectief bij litora “van Latium” VARIATIE
* r.3 et...et: ANAFOOR/PARALLELLISME
* r.3 litora: ENJAMBEMENT, Versoverschrijdend HYPERBATON
* r.3 ELLIPS van esse
* r.4 superum saevae = ALLITERRATIE
* r.4 CHIASME
* r.4 saevae Iunionis: HYPERBATON
* r.5 multa...passus: HYPERBATON
* r.5 quoque bello: CHIASME en HYPERBATON
* r.5 – 6 inferret...conderet: INVERSIE
* r.6 genus...latinum: HYPERBATON
* r.7 Albanique atque altae: ALLITERRATIE
* r.7 altae...Romae: HYPERBATON
* r.7 Latinam/Albani/Romae: AMPLIFICATIO
* r.7 klankstructuur in dit vers is dezelfde als in de Ilias
* r.9 tot...casus: Hyperbaton
* r.10 insignem... virum Hyperbaton
* r.11 tantae...irae: HYPERBATON
* Na de 7 verzen komt de muze in de Ilias, maar Homeros zou nooit een
vraag durven stellen rond de Goden. Vergilius is veel subjectiever, hij stelt
zelf vragen en heeft twijfels. Dat blijkt ook uit regels 11, waar hij erg
persoonlijk is.

- r.1 arma: “wapens” hier: “wapenfeiten”
arma --> Ilias; virum --> Odussea
- r.1 cano: < canere, cano, canis, cecini, cantatus
- r.1 virum: Acc. M. Enk., LV van cano
- r.1 qui...venit qui leidt relatiefzin in bij virumque
qui: betrekkelijk vnw bij virum
- r.1 oris: < ora, -am -ae, -ae, , -a
-ae, -as, -arum, -is, -is
¹ os, oris “mond”, onz.
¹ os, ossis “been”, onz.
ABL, van verwijdering
- r.1 primus: Nom, BVG bij qui langs venit
adjectief, telwoord
primus, -a, -um
- r.1 Troiae: Gen, bezitsgen., bij oris

- r.2 Italiam: Acc, van richting
- r.2 profugus: Nom, BVG, bij qui, langs venit
part.
- r.2 fato: Abl, van oorzaak bij profugus
- r.2 Lavinia: adjectief bij litora “van Latium”
- r.2 venit: < venire, venio, venis, veni
Act Ind Perf.

- r.3 iactatus: < iactare = Frequentativum/Iterativum van iacere
Part., conjunctum, bij ille
- r.3 et...et: nevengeschikte zin
- r.3 multum: bijwoord
- r.3 alto = alto mari
Abl van plaats
- r.3 terris: Abl, van plaats
- r.3 ille: Nom M Enk

- r.4 superum: gesyncopeerd = superorum
Gen, verklarende gen., bij vi
- r.4 saevae: Gen enk van saevus “woest”
- r.4 vi = abl van vi
... vim vi
vires vires virium viribus viribus
- r.4 superum: volgens ‘bonus’, dus gen normaal gezien = superorum
hier: GESYNCOPEERD

- r.4 memorem: Acc ‘indachtig’
- r.4 Juno = Hera: de oppergodin. Zij is kwaad op de Trojanen omdat ze niet
als knapste beschouwd werd
- r.4 Iunionis saevae: Gen, Ond-gen, bij IRAM

- r.5 dum: + conj = ‘totdat’ tijdbepalend met doel
- r.5 conderet: - Act Conj imperfectum
Imperf: gelijktijdigheid met verleden hww venit
Conj,tijdbepalende bijzin, schakering van doel,bij passus
- r.5 multa ¹ Abl Vr enk; = Acc Onz Mv, LV bij passus variatio
- r.5 passus: Dep. Part Conj
< pati, patior, passus

- r.6 Latio: Abl locatief
- r.6 inferret: Conj Imperf, tijdbepalende zin met schakering van doel,
na dum
infero, infers, intuli, illatus
- r.6 unde: betrekkelijk corr. bijw van plaats bij Latio
_ r.7 Romae: [orientur]
- r.8 memora < memorare: in herinnering brengen
¹ meminisse: ‘zich herinneren’
- r.8 quo: vragend voornaamwoord, bijvoeglijk gebruikt bij nomine
- r.8 laeso: Part Perf van laedere ‘krenken’
laedere, laedo, laesi, laesum
Losse Ablatief
- Vergilius stelt deze man voor als een Sisyphus. (Sisyphus was de koning van Corinthe – had als tiran geleefd en als straf in de onderwereld een steen dragen, maar dit was hopeloos want steeds opnieuw kwam deze steen terug.
- r.9 dolens: PC bij regina Nom Vr Enk
> dolere, doleo, dolui
- r.9 regina deum : regina deorum : Hera = Juno
Syncope
- r.9 volvere ‘doen rollen’
- r.9 quid: Acc Onz, Lv bij dolens
- r.10 casus: Acc Mv
- r.10 virum: Acc Ond bij volvere
- labores verwijst naar Hercules die hard moest werken (de 12 werken van Hercules) vb. Stallen van Augias
- r.11 impulerit: Conj Perf, epexegetische zin bij causas
voortijdigheid tgo. memora, heden hoofww
- r.11 tantae: aanwijzend vnw
- r.11 irae: Ond van verzwegen sunt
- r.11 caelestibus animis: abl van plaats

2. De Wrok van Juno
- r.12 tenuere = tenuerunt: SYNCOPE
tenuere, tenuo, tenui, tentus
- Als eerste roept Vergilius de aartsvijand op
- r.12 coloni < colonus ‘kolonist’
- r.12 Tyrii: ‘uit Tyr’ < Tyrius
- r.13 Italiam staat bij contra
- r.14 ostia: ‘monding’ Ostia is de naam van de plaats waar de monding
van de Tiber zich bevindt
- r.14 dives: adj. Nom Enk van dives, divitis
- r.14 opum: abl van overvloed bij dives
- r.14 belli: Gen, voorwerpsgen bij studiis
- r.14 studiis: Abl van oorzaak bij aperrima
- r.15 fertur: onpers ww., FIGUURLIJK
- r.15 quam: betrekk vnw, acc vr enk met als antecedent Carthago
LV bij coluisse
- r.15 Iuno: Ond, persoonlijk constructie
- r.15 unam: Bvg bij quam
- r.15 magis: comparatief; terris omnibus: 2e lid van vgl.
- r.16 coluisse: Infzin, perf inf. met betrekk quam
- r.16 posthabita < posthabere
posthabita...Samos: LA, Part Conj
- r.16 hic...hic ANAFOOR
- ‘Nadat Samos achteruitgesteld was’
Hij voelde zich nu beter in Carthago en was boos op Rome. Waarom?
Huwelijk tussen Peleus en Tetis: iedereen was uitgenodigd behalve de
Godin Eris. Toch gaat zij binnen en houdt zich gedeisd. Een appel met
het opschrift ‘aan de mooiste vrouw’ zorgt al snel voor ruzie tussen de
verschillende Godinnen. Paris, de prins van Troje moet een oordeel vellen.
Hij kiest voor Aphrodite en niet voor Juno of Athena. Juno zal hem dat
nooit vergeven.
- r.16 illius: bezitsgen. bij arma
Gen Vr Enk
- r.17 si...sinant, tum...tanditque: Alliterratie
- r.17 gentibus: Dat van voordeel bij regnum esse
- r.17 hoc: Acc, Ond van esse
- r.17 regnum: Pn bij bij hoc (bij esse)
- r.17 gentibus esse: Inf zin bij fovetque en tendit
- r.17 dea: Ond van tendetque
- r.18 qua = aliqua: Abl van richting, Corr onbepaald vnw, Abl Vr Enk
- r.18 sinant: Conj Pres, 3e p mv van sinere, sino, sinis, sivi, situm
met si: voorwaardelijke zin, potentialis
- r.18 si..sinant/ tum..tendit Alliterratie
- Juno heeft niet het laatste woord, het lot is echter veel machtiger dan de
Goden
- r.19 Troiano sanguine: Abl van verwijdering
- r.19 duci: P Inf van ducere, duco, ducis, duci, ductum
- r.19 Prpgeniem: Acc ond van duci
- r.20 audierat: < audiverat, SYNCOPE
Plqpf van audire
- r.20 quae: betrekk vnw bij Progeniem
Nom Vr Enk
- r.20 verteret: Conj Imperf relatiefzin met doelschakering
gelijktijdigheid met verleden hfww audierat
- r.21 regem: Acc M enk, Bvg
- r.21 hinc: corr bijw van plaats, van waaruit
- r.21 superbum: BVG
- r.22 venturum (esse): Inf Fut
- r.22 excidio: Dat van strekking
- r.22 Lybiae: voorwerpsgen. bij excidio
- De schrikgodinnen zijn Klotho, Lachesis en Atropos. Klotho moet spinnen,
Lachesis doet de lotsbepaling en Atropos knip op bevel van Lachesis.
- Juno heeft daarop niets te zeggen. Goden zijn ondergeschikt aan het lot
Juno is de dochter van Saturnus
- r.23 metuens: Part Pres Nom
Nom Enk, Pn, bij Satturnia
- r.23 veteris: Gen, bij belli
- r.24 gesserat: In de relatiefzin, ingeleid door quod (bij belli)
- r.24 prima: Bvg bij Saturnia
- r.26 exciderant: Hfww > excidere
Ind Fut Ex 3e p Mv van excidere
- r.26 animo: Abl van verwijdering
- r.26 repostum = repositum Syncope
Part perf reponere, repono, reponis
- r.26 alta: Abl van plaats bij mente
- r.27 Paridis: GEN van Paris
- r.27 spretae: < spernere, sperno, spernis, sprevi, spretum
Part Perf Gen Vr Enk voorw-gen bij judicium
- r.28 genus invisum: Part Perf
- Ganymedis was een Trojaanse Prins. Hij moest van Zeus i.p.v Juno haar
dochter Hebe de tafel dekken en de wijn inschenken. Zeus is deze
Trojaanse Prins met een arend van de Olympus komen halen.
- r.28 rapti: Voorwerpsgen bij honores
- r.28 Ganymedis: Onderwerpsgen bij Honores
- r.29 accensa: < accendere, -o; accendi, accensum
Pc bij ond van arcebat (=Juno)
- r.29 iactatus: Part Perf, frequentativum van Jacere
Acc man mv
- r.29 aequore: Abl van plaats bij iactatus
- r.30 reliquias: Acc, bijstelling bij Troas
- r.30 immitis: Gen, Ond-gen
- r.30 Troas: Lv van arcebat
- r.30 Danaum = Danaorum: SYNCOPE; Onderwerpsgen
- r.31 Latio: Abl van scheiding, bij arcebat
- r.32 Acti< ago, agis, egi, actum
Nom bijgesteld bij ond van errabant
- r.32 fatis: Abl van oorzaak bij actis
- r.33 tantae molis: gen van hoedanigheid bij erat
Vergilius geeft wederom zijn mening, hij laat zien hoe verbaasd hij is waarom Juno zich druk maakt

3. De Storm
- r.81 HaeC diCta Cavum Conversa Cuspide
kappen
- r.81 ubi: inleiden voegwoord van tijd
- r.81 conversa: < convertere, converto, convertis, conversi, convertum
- r.81 conversa cuspide: LA
- r.81 cuspide: Abl van middel, < cuspis, cuspidis
- r.82 venti..velut..facto: ALLITERATIE/ONOMATOPEE
- r.82 Impulit: < impellere, impello, impellis; impuli, impulsum
Perf
- r.82 agmine facto: LA
- r.82 latus, lateris: Acc van richting
- r.83 qua: corr betrekk bijw van de weg waarlangs
- r.83 turbine: Abl van wijze
turbo, turbinis
- r.83 ruunt: ruere, ruo, ruis, rui, rutum
- opeenvolging van de a-klanken, a is een open klank: poort!
- r.84 incubere: SYNCOPE voor incubuerunt
< incumbere,-o,-is
- de r’en benadrukken het razen van de wind
- r.84 mari: prefixdatief
- r.84 totum (mare)
- r.84 imis: superlatief van inferior, inferus
- r.85 una: bijw van tijd ‘tegelijkertijd’
- r.85 procellis: abl van procella, abl van overvloed
- r.86 fluctus acc Mv
- De winden worden gepersonaliseerd
- r.86 vastos Fluctos HYPERBATON
- r.86 rudentum: rudens, rudentis
- r.87 virum = Syncope = virorum gen mv
ond gen bij clamor
- r.87 stridor: Onomatopee
- r.87 clamor: ond van insequitur
- r.88 ponto < pontus: zee
- r.88 atra: BVG bij nox
- r.90 intonuere: - r.90 poli crebis micat: Onomatopee
- r.90 ignibus: dat van doel
- r.91 omnia mortem: Nom Onz Mv, Ond, bij intentant
- r.91 praesentem: BVG bij mortem lang intentant
_ r.91 viris: Dat van nadeel bij intentant
- r.92 membra < membrum, Ond
- r.93 tendens: Part Pres, NoM bij ond Aeneas
- r.93 sidera: < sidus, siderus
- r.94 talia: Acc Onz Mv van talis
- r.94 beati: voc
- r.94 terque quaterque: komt letterlijk van Homerus
- r.95 quis ipv quibus, syncope; Dat van nadeel; Betrekk vnw bij beati
- r.95 ora: < os, oris Pars Pro Toto
- r.96 contigit: Onpers ww, Perf
- r.96 oppetere: Inf-zin, ond van onpers hww contigit
- Ten ondergaan in de zee was geen waardevolle dood
- r.96 Danaum: Syncope, gen Mv bij gentis, deelsgen
- r.97 Tydide= zoon van Tydeus: Diomedes
Deze heeft Aeneas proberen te doden, maar Venus was tussen
beide gekomen en heeft hem gered.
- r.97 mene= me + vraagpartikel ne
ne van een uitroep, een soort van oratorische vraag
- Virgilius gebruikt veel beeldspraak: hij werpt zijn woorden heen en weer
omdat hij op het schip staat dat aan het schommelen is.
- r.97 me: Ond van non potuisse
- r.97 occumbere: LV van potuisse
- r.97 campis Illiacis: Abl van plaats
- r.98 animam hanc: LV
- r.98 tua dextra HYPERBATON
- r.100 Sarpedon is ook eervol gesneuveld
- r.100 ubi: bijzin van plaats
- r.100 correpta: Pv bij scuta
- r.100 Simois: Ond bij voluit
- r.100 tot: aanwijzend corr bijw
- r.101 virum gen mv, syncope
- r.102 iactanti: dat van nadeel
- r.102 aguilone: Abl van oorsprong/verwijdering
- r.102 stridens: Part Perf van Stridere “sissen”
- r.103 sidera: Acc van richting
- r.104 tum: correlatief
- r.104 remi < remus: roeispaan
- r.104 avertit: intransitief (geen Lv)
- r.104 franguntur: van frangere, frango, frangis, fregi, fractum
- r.104 undis < unda: Dat Meewerkend Voorwerp
- r.105 insequitur : INVERSIE
- r.105 cumulo: Abl van wijze bij praeruptus
- r.105 mons: OND van insequitur
- r.106 pendere van pendere, pendeo, hangen
¹ pendere, pendo, ophangen
- r.106 dehiscens: Part Pres “gapend” van dehiscere
- r.106 unda: Ond van aperit
- r.106 hi: “deze” Nom, OND van pendere
- r.107 furere, -o,-is,/,/ “razen”
- r.107 aestus, aestus: “branding”
- r.107 harenis: < harena: Abl van plaats bij furit

Aeneïs
Als in 27 v.C de macht van Augustus gestabiliseerd is, vraagt Augustus aan Vergilius om een werk te schrijven waardoor Rome ook over de kunsten heerst.
Door de verovering van de Griekse Provincies, komen de Romeinen in contact met de Griekse literatuur, en dan vooral met Homeros die rond 860 v.C geleefd heeft. De Ilias van Homeros werd al sinds 430 v.C als voorbeeld van de Griekse literatuur beschouwd.
Daarom neemt Vergilius Homeros als voorbeeld, maar hij mag Homeros zeker niet kopiëren.

Uit de helden van de Trojaanse oorlog kiest hij de minder bekende Aeneas die een Trojaan is en onrechtstreeks familie is van Hector en Paris. Aeneas ontvlucht de dood en hij begint aan een boottocht. Hij bereikt Latium en hij wordt de mythologische stichter van Rome in 753 v.C.
Hij sticht dus een nieuw Troje dat Griekenland zal verslagen.
Vergilius begint zijn verhaal met Aeneas’ zoektocht naar een nieuwe vestingsplaats.
Vergilius draait de volgorde van de 2 verhalen om.
De Aeneïs bestaat uit 12 zangen waarvan er 6 geïnspireerd zijn op de Odussea en 6 op de Ilias.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.