Tekstverklaring :Orpheus en Eurydice p103- 106
De dood van Eurydice
R 1-3 Hymenaeus digredior + velatus
tendit
vocatur
- per inmensum... aethera (hyperbaton)
- croceo = safraangeel
- velatus: PPP nom m ev < velare (omhullen)
- croceo amictu: abl van middel
- aethera: Griekse acc
- Ciconum = Ciconorum: gen mv
- oras: dichterlijk mv
- Orphea: possessief adjectief ipv gen van subst
- Orphea voce: ablvoorwerp
- nequiquam: prospectief element
Vandaar gaat H weg , omhuld door een safraangele mantel, door de onmetelijke lucht en haast hij zich naar de kust van Cicones en wordt hij tevergeefs geroepen door Orpheus’ stem.
R 4-5 Ille adfuit + attulit
- adfuit < adesse (verleden , beschrijving)
- attulit< afferre
Hij was wel aanwezig, maar hij bracht noch de gebruikelijke woorden noch blije gezichten, noch een gelukkig voorteken.
R 6-7 fax stridula fuit + betrek.bijz. :quam tenuit
ignes invenit
- lacrimoso fumo: abl van hoedanigheid; beschrijving
- prospectief element
- invenit: verleden, beschrijving
- motibus: abl van middel (dmv bewegingen)
- ignes: dichterlijk mv
- nullos...ignes: expressief hyperbaton
- lacrimoso fumo: expressief hyperbaton
Ook de fakkel, die hij vasthield, was voortdurend aan het knetteren met een tranen verwekkende rook en vond geen vlam ondanks de bewegingen.
R 8:
- auspicius = omen (voorteken)
- auspicio: abl na comperatief , alb 2e lid vergelijking
- gravior: comper. +fuit +abl 2e lid vgl.
- geen ww= ellips
De afloop was erger dan het voorteken.
R 8-10: nupta nova + BWBZ :dum vagatur + comitata
occidit + LA: dente recepto
- nupta...nova
- per +acc
- dum + BWBZ
- dum staat niet vooraan: poëtisch
- comitata: PPP nom vr ev < comittere + HV (abl)
- turba: abl ev. (-a bij scanderen lang) HV + gen van geheel
- naiadum: gen van geheel
- vagatur: dep. van vagari
- in+acc
- in talum: bijw. Bepaling bij (dente) recepto
- serpentis: verklarende genitief
Want terwijl de jonge bruid, vergezeld door een menigte van Naiaden, door het gras zwerft, krijgt ze een tand van een slang in haar hiel en ze stierf.
Orpheus daalt af in de onderwereld en zingt een smekend lied
R 11-17 constructie zie blad
- quam= et eam ( relatieve aansluiting , verwijst naar nupta r8)
- eam: lv
- ad (= bij) + superas auras
- ne non: - en – geven + (om te)
- umbras:lv
- ausus est: semi-dep./3/ev < audere
- ‘‘ + descendere (completiefzin’inf.)
- Taenaria porta : abl. van gevolgde weg
- Styga: Griekse acc. (ad+acc)
- Persephonen: Griekse acc.
- regna: dichterlijk mv
- umbrarum: bezitgen./verklarende gen
- per = langs
- functa (PC): PPP < fungi + abl
- sepulcro: vwabl
- ad+acc
vertaling zie hulpboek pag 66
R 17-22 constructie zie blad
- positi PPP< ponere
- mundi: verklarend gen. bij numina
- in quem: betr. Bijzin
- mortale: dubbelverbonden bepaling
- si: voorwaardelijke bijzin
- positis (pono=depono)
- positis ambagibus: LA
- vera: acc o mv
- ut: BWBZ doel ( coni)
- vidirem: A/coni/imp/1/ev BWBZ doel na ut
GT verleden (descendi)
- nec uti: BWBZ doel
- colubris: abl van middel
- terna=tria
- guttura: acc o mv < guttar: lv
Oh goden van de onderwereld (de wereld die onder de grond gelegen is), waarin wij terechtkomen, wij allen die sterfelijk geschapen worden; als het mij is geoorloofd en jullie mij toestaan de waarheid te spreken zonder omhaal en vertoon van woorden: Ik ben hier niet afgedaald om de duistere Tartarus te zien, noch om de drie nekken, ruig met slangen, van het Medusa-achtig monster te boeien;
R 23-24 constructie zie blad
- diffundo in +acc
- crescentes : PPA acc m mv bij annos
De reden van mijn tocht is mijn vrouw, in wie een slang, toen ze erop trapte, zijn gif spoot en haar jeugd (jaren van de groei) ontnam.
R 25-26 volui + posse pati (completiefzin bij verba volendi)
Negabo + temptasse (ACI)
- temptasse = temptavisse
- negabo: futurum simplex
- me = acc. ond ACI
Ik wilde het kunnen dulden en ik zal niet ontkennen dat ik het geprobeerd heb: de Liefde (Amor) wint.
R 26-27 deus notus est + IV (an + coni.) dubito
- in + abl (supera ora) : duidt plaats aan
- an sit et hic : ellips aan vullen met notus /geïmpliceerd subject is deus hic
Deze god is goed gekend in de bovenwereld, ik betwijfel of hij ook hier bekend is.
R 27-29 auguror + ACI :esse
+ Voorwaardelijke bijzin : si ... est mentita
iunxit
- fama = ond van voorw bijzin
Maar toch vermoed ik dat hij ook hier is, als het verhaal van de oude roof niet gelogen is, heeft de Liefde (Amor) ook jullie verbonden.
R 29-31 oro
retexite
- plenus + gen
- timoris: gen van overvloed
- Chaos: acc o mv (Griekse acc)
- oro per +acc (loca , Chaos en silentia)
- retexite: A/impér/mv
- omnia: acc van betrekking (griekse acc)
Ik smeek bij deze plaatsen vol angst, bij deze enorme Leegte en bij de stilten van uitgestrekte rijk: maak het voortijdige lot van Eurydice ongedaan!
R32-33 debemur + PPP morati
- omnia: Griekse acc.
- debeor + dat (vobis)
- morati < morari : nom m mv
- serius en citius: comp. bijwoorden
In alle opzichten zijn wij bestemd voor jullie en na een tijdje (op aarde) te hebben vertoefd komen wij vroeg of laat toch naar deze ene plaats.
R34-35 tendimus
Haec est
Vos tenetis
- generis: genvw
Wij zijn allen hierheen op weg, dit is het laatste huis, en jullie hebben de langste heerschappij over het menselijk geslacht.
R 36-37 erit + BWBZ tijd: cum peregerit
poscimus
- haec = Eurydice
- matura : dubbelverbonden bepaling, nom vr ev
- peregerit: fut. e. < peragere
- iuris: gen van bezit
- erit: fut. s.
- poscimus: koninklijk mv (pluiaris maiestaeis)
- pro+abl
Ook zij zal in uw macht zijn, wanneer ze op de juiste tijd de haar toekomende jaren doorgebracht heeft: Ik vraag om bruikleen in plaats van een geschenk.
R 38-39 BWBZ van voorwaarde : quod si ... negant
Certum est...mihi + infinitivus ( na est+NWD) : nolle redire
Gaudete
- gaudere + abl (leto)
- duorum : bezitsgen.
Maar als het lot toestemming weigert voor mijn vrouw, staat het voor mij vast, wees dan blij met de dood van twee.
Reacties op Orpheus’ lied
R 40-41 animae flebant + PPA dicentem
+ PPA moventem
De levenloze schimmen weenden, terwijl hij zulke dingen zei en zijn woorden begeleide met een snarenspel:
R 41-44 Tantalus captavit
Ixionis orbis stupuit
Volucres carpsere
Belides vacarunt
Sisyphe sedisti
- carpsere = carpserunt
- vacarunt= vacaverunt < vacere +abl (urnis)
- inque = et in
- sedisti: A/ind/perf/2/ev < sedere
Noch Tantalus probeerde het terugwijkende water te pakken en het rad van Ixion stond stil van verbazing, noch de gieren vraatte de lever weg en de Beliden waren vrij van hun kruik, en ook jij , Sisyphe ging zitten op je steen.
R 45-48 fama est + ACI: genas maduisse ( est +NWD)
regia coniunx sustinet + negare (oranti)
(is) + BVBZ : qui regit
vocant
- negare +dat (oranti)
- sustineo + inf.
- Eurydicen: Griekse acc
Het gerucht deed de ronde dat toen voor het eerst de wangen van de Eumenides, overwonnen door het lied, nat werden van tranen, noch de koninklijke echtgenote, noch de heerser van de onderwereld, is in staat om nee te zeggen tegen het gesmeek en ze riepen Eurydice.
R 48-49 illa erat
incessit
- incessit: A/ind/perf/3/ev < incedere + abl
- tardo passu: abl van wijze
- de+ abl (vulnere)
Zij was tussen de pas aangekomen schimmen en door de wonde kwam ze traag aangestapt.
R 50-52 Orpheus accipit
Legem + (verbum volendi) completiefzin: ne flectat (coni)
+ (verbum dicendi) ACI: aut ... futura
exierit
- hanc = Eurydice
- Rhodopeius: herhaling~> kennis tentoon spreiden : poeta doctus
- flectat GT heden (accipit)
- exierit: fut e 3 ev < exire
- futura (esse)
- dona: dichterlijk mv
- dona: acc/o/mv , ond in ACI
Vertaling van de hele tekst
Vandaar gaat H weg , omhuld door een safraangele mantel, door de onmetelijke lucht en haast hij zich naar de kust van Cicones en wordt hij tevergeefs geroepen door Orpheus’ stem.
Hij was wel aanwezig, maar hij bracht noch de gebruikelijke woorden noch blije gezichten, noch een gelukkig voorteken.
Ook de fakkel, die hij vasthield, was voortdurend aan het knetteren met een tranen verwekkende rook en vond geen vlam ondanks de bewegingen.
De afloop was erger dan het voorteken.
Want terwijl de jonge bruid, vergezeld door een menigte van Naiaden, door het gras zwerft, krijgt ze een tand van een slang in haar hiel en ze stierf.
De zanger van het Tracische land heeft eerst tot de goden geklaagd; toen, om ook hulp te zoeken in het dodenrijk, waagde hij zich bij Taenarum de poort door, naar de Styx en liep tussen de lichaamloze langbegraven schimmen tot voor Persephine met naast haar de gebieder over het sombere rijk der doods. Zich begeleidend op zijn lier zong hij hen toe:
Oh goden van de onderwereld (de wereld die onder de grond gelegen is), waarin wij terechtkomen, wij allen die sterfelijk geschapen worden; als het mij is geoorloofd en jullie mij toestaan de waarheid te spreken zonder omhaal en vertoon van woorden: Ik ben hier niet afgedaald om de duistere Tartarus te zien, noch om de drie nekken, ruig met slangen, van het Medusa-achtig monster te boeien;
De reden van mijn tocht is mijn vrouw, in wie een slang, toen ze erop trapte, zijn gif spoot en haar jeugd (jaren van de groei) ontnam.
Ik wilde het kunnen dulden en ik zal niet ontkennen dat ik het geprobeerd heb: de Liefde (Amor) wint.
Deze god is goed gekend in de bovenwereld, ik betwijfel of hij ook hier bekend is.
Maar toch vermoed ik dat hij ook hier is, als het verhaal van de oude roof niet gelogen is, heeft de Liefde (Amor) ook jullie verbonden.
Ik smeek bij deze plaatsen vol angst, bij deze enorme Leegte en bij de stilten van uitgestrekte rijk: maak het voortijdige lot van Eurydice ongedaan!
In alle opzichten zijn wij bestemd voor jullie en na een tijdje (op aarde) te hebben vertoefd komen wij vroeg of laat toch naar deze ene plaats.
Wij zijn allen hierheen op weg, dit is het laatste huis, en jullie hebben de langste heerschappij over het menselijk geslacht.
Ook zij zal in uw macht zijn, wanneer ze op de juiste tijd de haar toekomende jaren doorgebracht heeft: Ik vraag om bruikleen in plaats van een geschenk.
Maar als het lot toestemming weigert voor mijn vrouw, staat het voor mij vast, wees dan blij met de dood van twee.
De levenloze schimmen weenden, terwijl hij zulke dingen zei en zijn woorden begeleide met een snarenspel:
Noch Tantalus probeerde het terugwijkende water te pakken en het rad van Ixion stond stil van verbazing, noch de gieren vraatte de lever weg en de Beliden waren vrij van hun kruik, en ook jij , Sisyphe ging zitten op je steen.
Het gerucht deed de ronde dat toen voor het eerst de wangen van de Eumenides, overwonnen door het lied, nat werden van tranen, noch de koninklijke echtgenote, noch de heerser van de onderwereld, is in staat om nee te zeggen tegen het gesmeek en ze riepen Eurydice.
Zij was tussen de pas aangekomen schimmen en door de wonde kwam ze traag aangestapt.
REACTIES
1 seconde geleden