Kanker

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vmbo | 3742 woorden
  • 24 juni 2004
  • 45 keer beoordeeld
Cijfer 7.3
45 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ontdek de veelzijdigheid van Scheikunde!

In de bachelor Scheikunde in Amsterdam bestudeer je alle richtingen van de chemie om bestaande processen, producten en materialen te verbeteren en nieuwe te ontwerpen. Van moleculen tot duurzaamheid, jij maakt het verschil! Ervaar zelf hoe het is om in Amsterdam Scheikunde te studeren en kom op 10 april Proefstuderen!

Lees meer en kom Proefstuderen!
Inhoud

Wat is kanker
Longkanker
De meeste voorkomende kankersoorten
Eigen mening

Wat is kanker?

Kanker is een ernstige ziekte, die vaak moeilijk te genezen is. Er zijn meer dan honderden soorten kanker die over in je lichaam kunnen voorkomen. Er zit dan een fout in de celdeling van je lichaam, die niet door je lichaam wordt hersteld.

Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. Deze cellen zijn de bouwstenen van je lichaam. Er worden telkens nieuwe cellen gevormd. Zodat je kunt groeien, en je beschadigde en oude cellen te kunnen vervangen. De cellen ontstaan door middel van celdeling. De cel splitst zich in 2e en die splitsen zich weer in 2e, zo kan k nog wel even doorgaan! De deling van de cellen wordt goed geregeld en gecontroleerd. Dat komt omdat de informatie daarvoor ligt opgeslagen in genen. Een gen is een cel waar onze erfelijke eigenlijke eigenschappen liggen “opgeslagen” in ons DNA
Tijdens het leven worden onze lichaamscellen blootgesteld aan allerlei schadelijke invloeden. Ons lichaam zorgt ervoor dat de “schade”aan de cellen wordt hersteld, door celdeling. Een cel kan op een geven moment onherstelbaar zijn. Dat kan leiden tot veranderingen in de celdeling. De celdeling raakt dan ontregeld. Dan kan de cel zich ongeremd gaan delen. Dat kan tot een gezwel of tumor leiden.
Een levende kankercel.
Je hebt goedaardige tumoren en kwaadaardige tumoren. Bij goedaardige tumoren kan het lichaam de celdeling weer geregeld krijgen. Bij kwaadaardige tumoren lukt dat meestal niet, de kwaadaardige tumoren drukken de omliggende organen opzij. De kwaadaardige tumoren kunnen zich gaan uitzaaien. Bij een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken. De tumorcellen worden via de lymfe of het bloed door het lichaam verspreid. Zo kunnen de kankercellen in andere organen terug komen en daar uitgroeien tot een tumor.
Longkanker

Wat is kleincellige longkanker?
Longkanker kan kleincellig of niet-kleincellig zijn. Ongeveer 20% van de gevallen van longkanker is kleincellig. Deze kankercellen zijn hele kleine, kwetsbare cellen die zich heel gauw delen. Daardoor zitten ze heel snel door het lichaam. Kleincellige longkanker is al helemaal uitgezaaid voordat je de eerste klacht hebt. Deze longkanker wordt vaak behandel met radiotherapie en chemotherapie.
De symptomen van kleincellige longkanker. De klachten van deze longkanker komt vaak niet door waar de tumor is begonnen, het is vaak zover uitgezaaid in andere organen dat daar de klachten ontstaan. De klachten die als gevolg van de tumor ontstaan waar de tumor begint (in de longen) zijn: hoesten, opgeven van bloed bij het slijm, kort ademhalen, soms een piepende ademhaling en vaker ontstekingen van de luchtwegen. Als gevolg van de uitzaaiing kunnen ook klachten komen. Door de vergrote lymfklieren (een orgaan in het lymfvaatstelsel dat de aangevoerde lymfe van ongerechtigheden zuivert) kan de holle bovenste lichaamsader dicht raken, je kunt uitgezette aderen in de hals krijgen, klachten van hoofdpijn en pijn in het hoofd bij het voorover bukken. Je kunt je stem verliezen als een zenuw die naar je stembad gaat wordt plat gedrukt door de vergrote lymfeklieren of door de tumor. Je kunt pijn in de borstkas krijgen door een ingegroeide borstwand. Je kunt slikklachten krijgen door de vergrote lymfeklieren die de slokdarm dichtdrukken. De longkankercellen zaaien zich zo snel uit door het lichaam, dat er ook nog op andere plaatsen in het lichaam klachten kunnen optreden. Botpijn in de rug, armen of benen. Je kunt hoofdpijn hebben door uitzaaiing in de hersenen. Je kunt geelzucht krijgen doordat het is uitgezaaid naar de lever.

Het onderzoek naar kleincellige longkanker. Als ze denken dat er iemand longkanker heeft, worden er heel veel onderzoeken gedaan, om te weten te komen of die persoon dat inderdaad heeft.
De arts begint met een gesprek om erachter te komen of het de symptomen van longkanker zijn. Ook wordt er gekeken of de persoon gezondheidsproblemen heeft, vooral iets met ze hart of met ze longen. Daarna is er een lichamelijk onderzoek, dan wordt er gekeken of ze vergrote klieren kunnen voelen, of er een vergrote lever is en ze kijken of ze andere aanwijzingen van uitzaaiingen kunnen vinden. Er wordt ook een longfoto gemaakt om te kijken of er afwijkingen zijn zoals een tumor en vergrote klieren en vocht tussen de longvliezen. Er wordt ook nog een CT-scan(door röntgenapparatuur en een computer gemaakte doorsnede van een lichaamsdeel)gemaakt. Om te kijken naar het omliggende weefsel van de tumor, en kijken of er vergrote lymfeklieren zijn. Er wordt ook een opnamen gemaakt van de lever en de bijnieren. Er wordt ook een bronechoscopie(kijken in de luchtweg met een buigbare slang)gemaakt.
Als de persoon kleincellige longkanker heeft.
Als de persoon kleincellige longkanker heeft, moet er nog meer onderzoek gedaan worden. Ze hebben al een CT-scan gemaakt, ze maken nu ook nog een skeletscan(een onderzoek met behulp van een radioactieve stof) om te kijken of er nog uitzaaiingen zijn in het centraal zenuwstelsel met een CT-scan van de hersenen. Ze doen ook nog aan laboratorium onderzoek zo worden uitzaaiingen gezocht en wordt er gekeken of er afwijkingen zijn aan het zout (natrium) gehalte en kalk (calcium) gehalte. Dat is belangrijk voor de meting van het aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) voor een behandeling met cytostatica.
De behandeling van kleincellige longkanker.
De voorgaande onderzoeken waren bedoeld om te kijken wat de patiënt precies heeft, en om te kijken of het een tumor is of een uitgezaaide tumor. Als het een kleine tumor is zonder uitzaaiingen, dan haalt de chirurg de tumor weg met het omringende weefsel en volgd ook nog een chemotherapie. De chemotherapie gebeurt voor de zekerheid om zeer kleine uitzaaiingen die niet met het onderzoek te vinden zijn, toch te doden. De diagnose( bepaling van een ziekte naar haar kenmerken) kleincellige longkanker wordt vaak pas na de operatie vastgesteld.
Als er geen chirurgische behandeling kan omdat er te veel uitzaaiingen zijn, is er een behandeling met chemotherapie. Dan krijgt de patiënt 6 kieren met verschillende celdodende geneesmiddelen. Als de ziekte maar tot de borstkas is en er een goede reactie van het lichaam op de chemotherapie is, dan komt er nog een radiotherapie(bestraling) op de tumor en de klieren in de borstkas en op het hoofd. De bestraling op het hoofd is nodig, omdat de geneesmiddelen niet goed doordringen in de hersenen en dan worden de hele kleine uitzaaiingen niet gedood.
Overlevingkans kleincellige longkanker.
De overlevingskans van kleincellige longkanker wordt bepaald door de uitzaaiing van de ziekte, en de toestand van de patiënt en of de behandelingen wel helpen. De gemiddelde overlevingkans is ongeveer 8 tot 9 maanden.
Wat is niet-kleincellige longkanker?
Longkanker wordt onderverdeeld in de kleincellige en de niet-kleincellige vorm. Deze indeling heeft iets te maken met de kenmerken van de cellen maar ook met de groeisnelheid van de tumor en hoe snel het zich uitzaait. Deze kenmerken worden ook gebruikt voor het kiezen van een behandigeling.
Nie-kleincellige longkanker heeft grote kankercellen. Deze cellen hebben ook een bepaalde volgorde in het weefsel. Een aantal kenmerken van de cel en de volorde worden onderscheiden: adeno-carcinoom, grootcellig-carcinoom en plaveiselcel-carcinoom. De groeisnelheid van de cellen is verschillend, de plaveiselcel groeit het langzaamst en de grootcellige tumorcel het snelst. De kankercellen zaaien zich langzaam uit door het lichaam. Wanneer dat gebeurt, is niet duidelijk. Dit komt omdat de tumor al lang in het lichaam groeit, voordat het kan worden ontdekt.
Waardoor ontstaat niet-kleincellige longkanker?
De belangrijkste oorzaak van longkanker is het roken van sigaretten. Doordat je schadelijke stoffen rookt, ontstaan er veranderingen in het DNA van de cel, daardoor gaat de cel verkeerd delen. Hij groeit gewoon door het weefsel om hem heen, heen. De cellen zaaien zich ook uit in andere delen van het lichaam, zo heb je dus een tumor.
Wat zijn de symptomen van niet-kleincellige longkanker?
Je hebt verschillende symptomen, dat ligt aan de plaats, de grootte van de tumor, en uitzaaiing. Als de tumor nog klein is, merk je het niet eens. De tumor wordt meestal bij toeval gevonden. Er zijn vaak wel wat vage symptomen, zoals: vermagering, niet helemaal lekker voelen. Deze symptomen hoeven nog geen teken van longkanker te zijn, die symptomen zijn: veranderd hoestpatroon, bloed ophoesten, kortademigheid, herhaaldelijke luchtweg infecties, pijn in de borstkas.
Onderzoeken naar niet-kleincellige longkanker.
Als ze denken dat er iemand longkanker heeft, worden er heel veel onderzoeken gedaan, om te weten te komen of die persoon dat inderdaad heeft.
De arts zal eerst vragen stellen om er achter te komen wat te oorzaak van de klachten is. De arts wil weten of de patiënt hartklachten of longklachten heeft. Dan komt er een onderzoek de arts let dan op vergrote klieren en een vergrote lever. Er wordt ook een longfoto gemaakt en een CT-scan van de borstkas en bovenbuik, daarop kunnen ze de tumor met het omgevend weefsel goed zien. Ze kunnen ook uitzaaiingen zien. Er wordt ook een bronchoscopie gemaakt en een CT-scan van de hersenen. Soms maken ze zelfs een PET-scan, met die scan kan je ook nog kijken of er in andere organen uitzaaiingen zitten.
Behandelingen van niet-kleincellige longkanker?
De behandelingen bij niet-kleincellige longkanker zijn: operatie (chirurgie), dan wordt de tumor met het omringend longweefsel verwijderd, bestraling (radiotherapie), dan wordt de tumor en de lymfeknopen bestraald om de klachten te verminderen, je krijgt ook chemotherapie.
Overlevenskans niet kleincellige longkanker
Als je de niet-kleincellige longkanker niet behandeld heb je nog 6 maanden te leven. Behandel je het wel heb je zo’n 6 maanden tot 5 jaar te leven.
Is longkanker erfelijk?
Longkanker is NIET erfelijk. In sommige families komt longkanker wel vaker voor maar dat komt niet omdat het erfelijk is, dat komt door de leefgewoonten van het gezin.
32% van de mannen overleed aan longkanker. 12% van de vrouwen overleed aan longkanker
19% van de mannen heeft longkanker. 7% van de vrouwen heeft longkanker
Bij mannen komt longkanker dus vaker voor als vrouwen!
De meest voorkomende kankersoorten.

Alvleesklierkanker
De alvleesklier is een orgaan in de buik, vlak bij de maag, de galblaas, de lever en de dunne darm. De alvleesklier maakt spijsverteringssappen (enzymen) en hormonen aan, zoals insuline. De alvleesklier vormt een afvoerkanaal. Hij komt samen met de galgang uit op de dunne darm. Kanker aan de alvleesklier maakt vaak dat gal en alvleeskliersappen niet goed kunnen worden afgevoerd.

Oorzaken
Door roken kan je alvleesklierkanker krijgen. Als je eens een chronische alvleesklierontsteking hebt gehad verhoogt dat de kans op kanker. Alvleesklierkanker is erfelijk.
Klachten
- geelzucht, licht gekleurde ontlasting en donkere urine
- een zeurende pijn boven of midden in de buik
- een verstoord ontlastingpatroon
- verminderde eetlust
- gewichtsverlies
De onderzoeken naar alvleesklierkanker zijn
- echografie: Het in beeld brengen van de buikorganen met behulp van geluidsgolven.
- CT-scan: Het maken van detailfoto's met röntgenstralen en een computer.
Als het bekent is dat je alvleesklierkanker hebt zijn er nog deze onderzoeken:
- ERCP (Endoscopische Retrograde Cholangio-Pancreaticografie): kijkonderzoek van de galweg en alvleesklier. De arts brengt daarvoor een slang met kijkertje in via de slokdarm, maag en twaalfvingerige darm.
- doppler-echografie: Onderzoek van de bloedvaten rond de alvleesklier met behulp van geluidsgolven
- laparoscopie: Een kijkoperatie onder narcose, bedoeld om eventuele uitzaaiingen te kunnen vaststellen.
Behandelingen
- palliatieven behandeling (klachtverminderende behandeling)
- operatie
- bestraling
- chemotherapie
Blaaskanker
De binnenwand van de blaas bestaat uit slijmvlies, dat heet Urotheel. Bij 90% van alle blaastumoren ontstaat de kanker in dit Urotheel. Blaastumoren worden ingedeeld in oppervlakkig groeiende tumoren en “infiltratief” groeiende tumoren. Bij infiltratief groeit de tumor ook tot in de blaasspier. Blaaskanker komt ongeveer 4x zo veel voor bij mannen dan bij vrouwen. Blaaskanker komt het meest voor bij oudere mensen rond de 60 jaar.
Oorzaken
Roken kan een oorzaak zijn, heel soms is het erfelijk en als je met geurige stoffen hebt gewerkt zoals in een textiel, kleurstoffen, plastic fabrieken.
Klachten
- bloed in de urine
- vaker plassen dan normaal
- pijn bij het plassen
Onderzoeken naar blaaskanker.
- urineonderzoek
- cystoscopie.
- IVP (intraveneus pyelogram) of IVU (intraveneus urogram). Dit is een röntgenonderzoek van de urinewegen. Je krijgt contrastvloeistof ingespoten, door een bloedvat in je arm. Deze vloeistof komt in je urine terecht, als het daar is maken ze een foto. Op deze foto zijn je nieren, urineleiders en blaas te zien.
Onderzoeken als je blaaskanker hebt.
- CT-scan van de buik
- echografie van de buik
- echografie van de blaas
- MRI
- Skeletscintigrafie
Behandelingen
- Operatie
- Blaasspoelingen
- Laserbehandeling
Nierkanker
In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 1400 mensen nierkanker ontdekt. Nierkanker komt iets vaker bij mannen (60%) dan bij vrouwen (40%) voor. Nierkanker kan op alle leeftijden voorkomen, maar vooral tussen de 60 en 75 jaar. De nieren zijn boonvormige organen die achter in de buikholte liggen. Met een uitgebreid filtersysteem verwijderen de nieren afvalstoffen en vocht uit het bloed. Deze afvalstoffen en dit vocht vormen samen de urine.
Oorzaken
Mensen die roken hebben meer kans op nierkanker als mensen die niet roken. Nierkanker is ook erfelijk.
Klachten
- vermoeidheid zonder reden
- koorts
- lusteloosheid
- verlies van eetlust
- gewichtsverlies
- bloed in de urine
- pijn in de nierstreek
Onderzoek naar nierkanker
- bloed- en urine-onderzoek
- cystoscopie
- echografie van de buik
- CT-scan van de buik
- MRI van de buik
- IVP
Onderzoek als je nierkanker hebt.
- Doppler-echografie
- Skeletscintigrafie
Behandelingen
- operatie
- Immunotherapie
- bestraling
Baarmoederhalskanker
Baarmoederhalskanker ontstaat op de grens van de baarmoedermond en de baarmoederhals. De baarmoedermond is dat stuk van de baarmoeder, dat grenst aan de vagina. De cellen van de baarmoedermond en de baarmoederhals zijn verschillend. Op de plaats waar deze verschillende cellen bij elkaar komen kan soms kanker ontstaan. Het duurt vaak wel 10 tot 15 jaar voordat de eerste afwijkingen van de cellen in dit overgangsgebied leiden tot kanker. Andere “onrustige”cellen worden al veel eerder ontdekt voordat er kanker ontstaat. Er bestaat zelfs een bevolkingsonderzoek, dat is bedoelt om afwijkende cellen vroeg stadium te ontdekken. Als er afwijkende cellen ontstaan, verdwijnen die meestal vanzelf, zo niet dan is er een behandeling nodig. Baarmoederhalskanker komt het meest voor bij vrouwen tussen de 35 en 50 jaar. In Nederland krijgen er ongeveer 700 vrouwen per jaar baarmoederhalskanker.
Klachten
- een contactbloeding: er kan een bloeding optreden tijdens of vlak na geslachtsgemeenschap. Een gezwel kan gaan bloeden door de geslachtsgemeenschap.
N.B. Bij vrouwen die de pil gebruiken komen contactbloedingen ook voor zonder dat er afwijkingen aan de baarmoedermond zijn.
- een bloeding of wat bloederige afscheiding tussen twee perioden van ongesteldheid in.
- een bloeding na de overgang. Als een vrouw lange tijd, ongeveer een jaar, niet meer ongesteld is geweest, is zo'n bloeding geen gewone ongesteldheid
Oorzaken
–een virus, het Humaan Papilloma Virus (HPV) speelt een rol. Dit virus wordt via geslachtsgemeenschap overgebracht. Het virus kan veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals teweeg brengen, die tot kanker kunnen leiden.
- de ziekte komt vaker voor bij vrouwen die roken
Onderzoek naar baarmoederhalskanker
- lichamelijk onderzoek; uitwendig van de buik, inwendig via de vagina
- uitstrijkje; bij klachten of bij het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker zal de arts een uitstrijkje maken. Er worden cellen afgenomen van het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond.
- colposcopie; nauwkeurig bekijken van de baarmoedermond met een vergrotende loep (colposcoop). Zo nodig kan de arts een stukje weefsel wegnemen:
- biopsie; het wegnemen van een stukje weefsel voor nader onderzoek
onderzoek als je baarmoederhalskanker hebt
- inwendig onderzoek onder narcose; uitgebreider inwendig onderzoek, soms gecombineerd met een cystoscopie (bekijkt binnenkant blaas) en rectoscopie (bekijken binnenzijde laatste deel dikke darm)
- röntgenfoto van de longen
- echografie van de nieren
- CT-scan; de computertomograaf gebruikt röntgenstralen en een computer. Het apparaat maakt detailfoto’s.
- MRI; onderzoek dat met behulp van magneetvelden die dwarsdoorsnede van het lichaam kan maken.
Behandeling
- Operatie
- Bestraling
- Chemotherapie
- Hyperthermie
Borstkanker
Ongeveer 1 op de 11 vrouwen krijgt borstkanker. Het is bij vrouwen de meest voorkomende soort van kanker. De meeste vrouwen bij wie borstkanker wordt ontdekt zijn tussen de 45 en 75 jaar.Zoals bij andere vormen van kanker delen de kankercellen zich ongeremd en dringen zij steeds verder door in het gezonde borst weefsel. Na verloop van tijd kunnen de tumorcellen zich over het lichaam verspreiden. Dit gebeurt het eerst naar de lymfklieren in de oksel. Ook kunnen de cellen zich via het bloed verspreiden naar bijvoorbeeld botten, longen en lever. Borstkanker ontstaat meestal in de melkbuisjes (ductaal carcinoom).
Bij sommige vrouwen ontstaat het in de melkkliertjes (lobulair carcinoom). Het lobulair carcinoom groeit verspreid door de borst.
Oorzaken
- die eerder borstkanker hebben gehad
- van wie de moeder of zus borstkanker hebben gehad, vooraal bij vrouwen wie borstkanker heeft voor de overgang
- die eerder voor bepaalde typen goedaardige borstafwijkingen zijn behandeld
- die vroeg zijn gaan menstrueren
-die laat in de overgang zijn gekomen
- die weinig of geen kinderen hebben
- die hun eerste kind op latere leeftijd hebben gekregen
- die de 'pil' slikken
- met overgewicht na de overgang
- die 3 of meer glazen alcohol per dag gebruiken
Onderzoek naar borstkanker
- het bekijken en bevoelen van de borsten, hals en oksels
- röntgenfoto's
- onderzoek van opgezogen weefselcellen en/of vocht (punctie)
- weefselonderzoek
- onderzoek met een radioactieve stof (isotopenscan of botscan)
- echografie van de lever
- MRI
- Mammapoli's
Behandelingen
- Operatie en bestraling
- Vaststellen lymfeklieruitzaaiingen
- Gevolgen en bijwerkingen van operatie en bestraling
- Videoband 'Armoefeningen na borstkanker'
- Lymfoedeem
- Chemotherapie en hormonale behandeling
Darmkanker
De dikke darm is het laatste deel van het spijsverteringskanaal. Het voedsel komt via de slokdarm en de maag in de dunne darm terecht. De dunne darm verteert het voedsel voor een groot deel. Wat overblijft, komt in de dikke darm.
De dikke darm verteert de rest van het voedsel. Ook neemt de darm veel zouten en water op. Zo ontstaat de ontlasting. De dikke darm bestaat uit drie delen:
1: het deel waar de dunne darm op uitkomt, dat ligt rechtsonder in de buik (blindendarm).
2: het colon, het grootste deel van de dikke darm met
I opstijgend deel
II dwarslopend deel
III dalend deel
IV sigmoid
3: de endeldarm, met aan het eind de sluitspier (anus).
Het is handig als darmkanker snel wordt gevonden, het maakt de kans op overleving beter. Als de dikke darmtumor groter wordt verspreien de cellen zich in de omliggende lymfklieren (dat is een orgaan in het lymfvaatstelsel dat de aangevoerde lymfe van ongerechtigheden zuivert).
Als de tumor zich verder uitzaait dan komen de kankercellen in de buikholte terecht. Dan kan je en opgezette buik krijgen met vocht. Het kan zich nog verder uitzaaien naar de lever, de longen en de botten.
Klachten
- verstopping
- afwisselend verstopping en diarree
- rood bloed en/of slijm bij de ontlasting
- aandrang om naar het toilet te moeten, maar er komt niets
- vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede
- vage buikpijn
- een gevoelige plek in de buik
Oorzaak
- darmaandoeningen
- erfelijkheid
- risicofactoren
Onderzoek naar darmkanker
- lichamelijk onderzoek (uitwendig van de buik, inwendig via de anus)
- inwendig kijkonderzoek (endoscopie)
- röntgenonderzoek
- endo-echografie
Onderzoek als je darmkanker hebt
- CT-scan
- röntgenfoto's van de urinewegen
- bloedonderzoek
- echografie van de lever
- MRI (detailfoto's gemaakt met een magneetveld, radiogolven en een computer)
Behandeling
- operatie
- bestraling
- chemotherapie
Borstvlieskanker
Om elke long zit een vlies, het longvlies. Aan de binnen kant van de borstkast zit ook een vlies, het ribvlies. Het ribvlies en het longvlies vormen samen het borstvlies. Borstvlieskanker begint te groeien in het borstvlies. De tumor zaait zich vaak uit in omringde weefsels, zoals de borstkas, de longen, het middenrif en de organen in de buik zoals het lever.
Klachten
- Pijn op de borstkas
- Kortademigheid als gevolg van vochtophoping tussen de vliezen
- Vermagering
- Lusteloosheid
- Vermoeidheid
- Het moeilijker bewegen van een borsthelft
- Veel hoesten
- Een zwelling op de borstkas
- Moeilijkheden met slikken
- Slechte eetlust
- Gewichtsverlies
- Het scheef gaan staan van de schouders
Oorzaak
Door werken met astbest krijg je borstvlieskanker
Onderzoek naar borstvlieskanker
- CT-scan
- PET-scan
- Pleurapunctie. Hierbij prikt de arts met een naald tussen de ribben door om vocht tussen de vliezen te kunnen opzuigen. Dit vocht wordt onderzocht in het laboratorium.
- Pleurabiopsie. Met een speciale naald neemt de arts een klein stukje borstvlies weg voor onderzoek. Ook dit gebeurt via de ruimte tussen de ribben. Je krijgt een plaatselijke verdoving.
- Thoracoscopie. De arts maakt een klein sneetje in de borstkas. In dit sneetje plaatst hij een buisje met een kijkertje. Op deze manier kan de arts de borstkas van binnen bekijken. Ook kan hij vocht uit de borstkas wegzuigen en stukjes borstvlies wegnemen voor onderzoek. De borstkas wordt van tevoren plaatselijk verdoofd. Het wegnemen van de stukjes borstvlies kan pijn doen. Het onderzoek kan ook onder gehele narcose gedaan worden. Na afloop van de Thoracoscopie krijgt u een drain. Dit is een slang die er voor zorgt dat het vocht weg kan lopen. Na een paar dagen wordt de drain verwijderd en kan je weer naar huis.
-Thoracotomie. Een Thoracotomie is een operatie waarbij de arts de linker- of rechterborstholte opent. Tijdens deze ingreep kan de chirurg eventueel een groter deel van het borstvlies verwijderen. Dit kan vochtophoping tussen de vliezen beperken.
Onderzoek als je borstvlieskanker hebt.
-Isotopenscan van de botten
- Echografie van de lever
- CT-scan van de lever
- Longfunctie-onderzoek. Bij dit onderzoek met je in en uit ademen in een mondstuk dis is verbonden met een longfuctie-apparaat. Dat meet of je longen goed functioneren.
Behandeling
- Chemotherapie
- bestraling
- onderzoek naar nieuwe behandelingen
- behandeling kortademigheid
Prostaatkanker

In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 6900 mannen prostaat kanker ontdenkt. Ongeveer 4000 mannen zijn ouder als 70 jaar.
De prostaat is een klier die in de onderbuik om de urinebuis heen ligt. De prostaat maakt prostaatvocht dat bij de zaadlozing samen met zaadcellen naar buiten komt. Prostaatkanker ontstaat in de cellen van de klierbuisjes van de prostaat. Op de plaats van de tumor verhardt de prostaat.

Klachten
- moeilijker kunnen plassen
- vaker moeten plassen
- botpijn

Oorzaken
- veranderingen in de hormonen een rol kunnen spelen
- ligt aan voedingsgewoonten.
- Het is erfelijk. De ziekte wordt dan meestal voor het 70e jaar ontdekt

Onderzoek naar prostaatkanker
- rectaal onderzoek
- bloedonderzoek naar het PSA-gehalte. (Prostaat Specifiek Antigeen) is een stof die door de prostaat wordt gemaakt.

Onderzoek als je prostaatkanker hebt
- punctie of biopsie
- echografie
- CT-scan van het bekken
- skeletscintigrafie

Behandeling
- Operatie
- Bestraling
- Hormonale behandeling

REACTIES

R.

R.

mooi en duidelijk artikel, echter is er tot nu toe NOOIT aangetoond dat kanker erfelijk is.

16 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.