Voorwoord
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat mijn moeder een paar onderwerpen noemde zoals de Waddenzee en indianen. Ze vertelde er iets over en toen leek het me een leuk onderwerp. Ik wilde heel graag wat meer te weten komen over de indianen.
Inleiding
Ik houd mijn werkstuk over indianen. Er zijn veel indianen stammen daarom heb ik gekozen om het over de prairie indianen te doen.
Hoofdstuk 1
Noord en Zuid Amerika is een heel groot wereldeel. Het is veel groter dan ons werelddeel Europa. In Europa wonen verschillende volkeren zoals Nederlanders, Fransen, Zweden, Russen enzovoort. In Amerika woonden ook verschillende Indianen volkeren, die weer werden verdeel over verschillende stammen. Behalve de Taino’s en bijvoorbeeld de Irokezen, de Sioux, de Pequots, de Mohicanen, de Pokanokets, en de Shawnees, kortom te veel om op te noemen. En omdat er zoveel indianen stammen zijn houd ik het over een indianen groep, de prairie indianen.
De indianen woonden niet in dezelfde huizen zoals wij nu wonen. Ze woonden in tenten. Ze noemden die tenten Tipi’s. Deze tipi’s werden gemaakt van:
- houten palen
- bizonhuiden
- touwen
Ieder stam had zo zijn eigen beschildering van de tipi. Hieronder staan wat voorbeelden.
De tipi’s waren in het dorp gegroepeerd volgens de familie banden. De ingang was naar het zuiden gericht. Zo beschermden de bewoners zich tegen de westen winden die over de vlakte waaiden. Voor de tipi’s werd een goede plaats gezocht, dicht bij een waterloop en uit de wind. Andere indianen woonden in: - schuilhutten - huizen met planken - hogans - pueblo’s - kegelvormige huizen
De vrouwen bouwden de tipi’s en zorgden voor het klaarmaken van het eten, samen met de kinderen. En de mannen gingen op jacht.
Wat is er in het indianen kamp te zien?
Het opzetten en het neerhalen van de tipi’s was de taak van de vrouwen, ook wel squaws genoemd. In de winter bleven de tipi’s op een plek staan; dit is het winterkamp. De vrouwen groeven een kuil onder de tipi’s uit. Langs de wanden maakten van graszoden bedden, bedekt met droog gras. En natuurlijk hielpen de kinderen ook mee. Over de bedden werden ook nog huiden en dekens gelegd. De kleren werden aan de wanden op gehangen. En in het midden van de tipi brandde een vuur, daar boven hing een pruttelende ketel met eten. Het dagelijks werk van de squaws was het schoonschapen van de bizon huiden. Voor een tipi waren wel 11 tot 21 bizon huiden nodig, die moesten vaak vervangen worden. Als de squaws een nieuwe tipi moesten maken nodigden vrienden op feestelijk maaltijd, daarna sneden en naaiden ze samen de tent. Zodra de nieuwe tipi nodigden de squaws de beste jagers uit. Zij mochten dan als eerste een pijp roken in de nieuwe tipi.
Hoofdstuk 2
De prairie indianen jaagden op bizons. De bizon lijkt wat op een koe maar dan groter en zwaarder gebouwd. Alleen de bizon was een wild dier , woest en gevaarlijk. Als wolven vermomd slopen de indianen tot dicht bij de bizons. Dan schoten ze met hun bogen hun pijlen af. Een andere manier van jagen was de prairie in de brand te steken. De brand zorgde dat de bizons werden opgejaagd naar de rand van een afgrond. Als de bizons in de afgrond waren gevallen waren ze een makkelijke prooi voor de indianen.
De bizons waren heel belangrijk voor de indianen voor: - voedsel - kleding en schoenen - schilden - woning - geneesmiddel
De hersens en de lever gebruikten de indianen om verse vitaminen binnen te krijgen, en om looistoffen te maken. Van het vet maakten ze zeep, en van de tong maakten ze haarborstels. Van de beenderen maakten ze huidkrabber waarmee ze de bizonhuiden schoon maakten, priemen, speerpunten, sledeglijders en penselen. Het merg uit de botten was voedsel voor de indianen.
Van de gelooide huid van de bizon maakten ze tentzeilen, diverse tassen, zadelbekleding, mantels, hemden, beenkappen, jurken en mocassins. Van de pens maakten ze waterketels en kookpotten. Van de hoorns maakten ze hoofdsieraden, kruithoorns, oog van een lasso, lepels, treksteen om pijlen recht te maken. Van de ruwe huid maakten ze schilden, messchedes, diverse dozen, zolen voor mocassins, gevlochten lasso’s, zadelboog bekleding, tuig voor de paarden, riemen en verstevigingen van handgrepen van werktuigen.
Van het bont maakten ze dekens, zadellappen, mutsen, en wanten. Van de haren maakten ze zadelvulsel, en gevlochte touwen. Het vlees droogden ze, zodat ze het langer konden bewaren. Dit noemden ze pemmikan. Ook gebruikten ze pezen van de bizons voor het maken van de boogpezen en rijgdraden, en allerlei riemen. De mest werd gebruikt als brandstof, en van de hoeven werden ratels en lijm gemaakt. De staart werd gebruikt om vliegenmeppers te maken. Kortom alle onderdelen van de bizon werden gebruikt.
Hoofdstuk 3
De hoofdtooi en toebehoren waren erg belangrijk om zich van anderen te onderscheiden. Sommige groepen smeerden hun haar in met modder en gaven er allerlei ingewikkelde vormen aan. Veel krijgers schoren zich kaal om er woester en dreigender uit te zien. Soms plakten ze een kwast van dieren haar op hun schedel.
Hoe waren ze gekleed?
Indianen worden vaak voorgesteld in tunieken met franjes en een verentooi met vlechten. Maar niet alle indianen zagen er zo uit. Alleen enkele prairie stammen gingen zo gekleed. De kleding en vele andere zaken hingen vooral af van waar en hoe ze leefden. Stammen uit het noorden en oosten moesten zich warm kleden.
Veel westelijke en zuidelijke indianen droegen weinig kleren. Sommigen versierden hun lichaam met tatoeages. Jagersvolken maakten hun kleren van dierenhuiden. Verzamelaars gebruikten plantenvezels.
Waarom hebben indianen totempalen?
De indianen hadden totempalen om de natuur te eren, of om de oorsprong van de familie of hun stam te vertellen. Ook werden totempalen gebruikt om hun grondgebied af te zetten. De meeste indianen wisten dat het niet verstandig was om grapjes te maken over wilde dieren. De indianen dachten dat de dieren konden toveren! Ze dachten dat de wilde beesten hun toverkracht alleen gebruikten om indianen in nood te helpen, maar als ze boos waren dan waren pijn of een verschrikkelijke dood je lot. Volgens indianen kunnen niet alleen de dieren toveren. Alles wat leeft heeft boven natuurlijke krachten. Uit eerbied voor het leven versierden indianen hun totempalen met dieren, planten en mensen.
Het werkstuk gaat verder na deze boodschap.
Verder lezen
REACTIES
1 seconde geleden
A.
A.
Leuk werkstuk serieus
12 jaar geleden
AntwoordenH.
H.
supergoed gedaan
7 jaar geleden
Antwoorden